Dood het blonde beest!

More than 60 years ago, a group of Czech and Slovak exiles parachuted into their Nazi-occupied homeland and assassinated SS-Obergruppenfuehrer Reinhard Heydrich, the man known as the "Butcher of Prague".For the first time since the end of the World War Two, a German museum is offering a close look at “Operation Anthropoid”, the code-name for the only successful assassination of a member of Hitler’s inner circle. Undated file photo shows SS-Obergruppenfuehrer Reinhard Heydrich's climbing the stairs inside Prague's Hradcany castle. TO ACCOMPANY FEATURE GERMANY-CZECH-NAZI (EDITORIAL USE ONLY) ( NO ARCHIVE) ( NO THIRD PARTY SALES) REUTERS/Prague Military History Institute/Handout ***MANDATORY CREDIT*** B/W ONLY
More than 60 years ago, a group of Czech and Slovak exiles parachuted into their Nazi-occupied homeland and assassinated SS-Obergruppenfuehrer Reinhard Heydrich, the man known as the "Butcher of Prague".For the first time since the end of the World War Two, a German museum is offering a close look at “Operation Anthropoid”, the code-name for the only successful assassination of a member of Hitler’s inner circle. Undated file photo shows SS-Obergruppenfuehrer Reinhard Heydrich's climbing the stairs inside Prague's Hradcany castle. TO ACCOMPANY FEATURE GERMANY-CZECH-NAZI (EDITORIAL USE ONLY) ( NO ARCHIVE) ( NO THIRD PARTY SALES) REUTERS/Prague Military History Institute/Handout ***MANDATORY CREDIT*** B/W ONLY Reuters

Laurent Binet: HhhH. Vert. door Liesbeth van Nes. Meulenhoff, 447 blz. € 19,95

‘Himmlers Hirn heisst Heydrich’. Dat is de betekenis van de opvallende titel HhhH, de roman van de Franse auteur Laurent Binet (1972), die vorig jaar de Prix Goncourt du Premier Roman kreeg. Het boek draait om Reinhard Heydrich, een van de gevaarlijkste SS’ers van het Derde Rijk, chef van de Gestapo en van de geheime diensten, ‘protector’ van Bohemen en Moravië. ‘De beul van Praag’ alias ‘het blonde beest’ was de rechterhand van Himmler en, dankzij zijn uitzonderlijke liefde voor systeemkaarten, een van de meest efficiënte organisatoren van de Endlösung’

Het boek gaat over de aanslag op Heydrich, gepleegd door twee verzetsstrijders, de Tsjech Jan Kubiš en de Slowaak Jozef Gabcík, in mei 1942. Nog preciezer: over een jonge historicus en docent Frans in Praag, die volledig in de ban is van deze aanslag, en er een boek over wil schrijven. Maar hoe doe je dat? Uit duizenden bladzijden, honderden boeken en tientallen films je eigen verhaal distilleren, je eigen woorden vinden voor wat historici al feitelijk hebben gedocumenteerd en romanschrijvers hebben verbeeld. Waar liggen de grenzen? Wanneer wordt een verzinsel verraad?

Binet maakt ons deelgenoot van zijn twijfel en van dichtbij volg je zijn dilemma tussen trouw aan de waarheid enerzijds en de verleiding van de verbeelding anderzijds. Een originele manier om de lezer aan je te binden en hem mee te laten denken.

En het werkt. Binet maakt ons vanaf de eerste bladzijde medeplichtig aan het boek dat hij aan het schrijven is. Hij ‘verlaagt’ zijn verzetsstrijder ‘tot de rang van een gewoon personage en zijn daden tot literatuur, het is alchemie en onterend, maar wat kan ik eraan doen?’

Uiteindelijk wint de fictie het van de geschiedenis. Binet is nu eenmaal gegrepen door deze geschiedenis die ‘in romantiek en intensiteit de meest onwaarschijnlijke fictie ver achter zich laat’. Hij ziet alle films die over zijn personages gaan, bezoekt tentoonstellingen, leeft zich volledig in. ‘Londen, Frankrijk, een regering in ballingschap, een dorp genaamd Lidice, cyanide-capsules, granaten, radiozenders en gecodeerde boodschappen, hakenkruisvlaggen, Duitse spionnen, gedeporteerde joden, wraak, een slotenmaker, de geest van het verzet’, allemaal elementen die Binets passie voor avontuur, spanning, heldendom en kwesties van leven en dood aanwakkeren.

In korte hoofdstukken en strakke zinnen schetst hij Heydrichs jeugd in Halle an der Saal, zijn vader, een ‘vrolijke gast’ en antisemiet, zijn blonde moeder, zijn deelname aan het Freikorps, zijn blonde, nazigezinde verloofde en zijn seksverslaving waardoor hij de krijgsmacht wordt uitgegooid. Heydrich neemt dienst bij de SS, valt op door zijn efficiënte ambtelijkheid en zijn wreedheid. Om hem in diskrediet te brengen laten rivalen het gerucht rondgaan dat hij joods is. Hitler hecht er geen waarde aan en noemt hem ‘uitzonderlijk begaafd en uitzonderlijk gevaarlijk’. ‘Het zou stom zijn om niet van zijn diensten gebruik te maken.’

Stap voor stap laat Binet ons zien hoe Heydrich carrière maakt, maar volgt aan de andere kant ook de instructie van de verzetsstrijders, schetst de mensen die hen helpen en brengt de voortgang van de planning van de aanslag in kaart. Binet, die ook als persoon erg aanwezig is in het verhaal, maakt ons deelgenoot van zijn liefde voor Praag en zijn Tsjechische vriendin.

Terwijl Binet bezig is met het schrijven van HhhH verschijnt De welwillenden van Jonathan Littell. Hij wordt door het succes ervan ‘van de wijs gebracht’, het onderwerp van de boeken ligt immers dicht bij elkaar. Hij gaat in de aanval: ‘ik vraag me wel af hoe Jonathan Littell weet dat Blobel, de drankzuchtige chef van het Sonderkommendo 4a, een Opel had. Als Blobel werkelijk in een Opel reed, dan leg ik me erbij neer. Maar als het bluf is, verzwakt dat zijn hele werk.’ Een paar bladzijden verder velt hij zijn oordeel: ‘Ik zie het opeens heel duidelijk: De welwillenden, dat is gewoon Houellebecq bij de nazi’s’.

Precies dit soort terzijdes maakt Binets roman zo aantrekkelijk. Hij is, als kind van deze tijd, voortdurend in discussie met wat er om hem heen gebeurt, hij beschrijft waarom de toedracht van de aanslag hem fascineert, maar meldt ook hoe het hem persoonlijk vergaat, hoe hij vast komt te zitten en worstelt om verder te komen. Hij schrijft op wat zijn meelezers tegen hem zeggen en betrekt de lezer bij de totstandkoming van zijn spannende roman.

Naast De welwillenden verschenen er tezelfdertijd in Frankrijk nog andere boeken over WO II: Yannick Haenel met Jan Karski, een relaas over de Poolse verzetsstrijder, Philippe Claudel met L’enquête, en Fabrice Humbert met L’origine de la violence. Claude Lanzmann kraakte Jan Karski, omdat de auteur zich verplaatste in een historische verzetsstrijder op een manier die de waarheid, volgens Lanzmann, geweld aandeed. Jonge schrijvers leven, vond de maker van de documentaire Shoah, in een obscure tijd zonder duidelijke toekomst. Ze beleven niets, lijden nergens onder. Daarom zouden ze zich een verleden toe-eigenen waar ze part noch deel aan hebben gehad. Binets aanpak, die juist de frictie tussen roman en werkelijkheid zichtbaar maakt, vond, terecht, genade in Lanzmanns ogen.