Accountants zoeken naar nieuwe richting

Jaarrekeningen zij voor accountants een routine klus geworden, en de bureaus zijn te groot geworden. De kwaliteit van accountancy is in gevaar. Tijd voor zelfonderzoek.

Het vak van de accountant moet op de schop. De controle van de jaarrekeningen is niet naar wens. Er moeten dringend lessen getrokken worden uit de fouten die in het verleden zijn gemaakt.

Dat was de teneur gisteren op de slotsessie van een tweedaagse conferentie in Brussel over de toekomst van het accountantsvak.

Er hing een bij wijlen revolutionaire sfeer. De zaal in het Charlemagne-gebouw, midden in de Europese wijk, zat afgeladen vol. Ruim vijfhonderd betrokkenen en deskundigen waren er op uitnodiging van de Europese Commissie bijeengekomen om ongezouten kritiek te geven en verregaande voorstellen te doen over de branche.

„Een status-quo is geen optie”, gaf Jonathan Faull, hoofd van het directoraat-generaal Interne Markt en Diensten, aan het einde van de debatten mee. Luid handgeklap. Zelfs Edward Nusbaum knikte goedkeurend, de Amerikaanse topman van Grant Thornton, het zevende grootste accountantskantoor wereldwijd.

De accountants liggen onder vuur. Hen wordt ondermeer verweten dat ze de financiële risico’s bij banken, verzekeraars en pensioenfondsen – die aanleiding gaven tot de kredietcrisis – niet tijdig hebben gesignaleerd. Ook in Nederland kwam hierop hevige kritiek van de toezichthouder AFM (Autoriteit Financiële Markten). Accountants wordt een gebrek aan „professionele scepsis” en onafhankelijkheid verweten.

In een green paper dat de Europese Commissie eind vorig jaar publiceerde, wordt gewezen op een pijnlijk knelpunt: de ‘Grote Vier’ in de branche – Deloitte, PriceWaterhouseCoopers, Ernst & Young en KPMG – zijn te groot geworden. Ze controleren ruim 90 procent van alle grote, beursgenoteerde klanten in de meeste EU-lidstaten. Sterker nog, banken eisen vaak van bedrijven dat ze een van de Big Four-kantoren als accountant kiezen. Er is een „valse perceptie in de markt” dat deze grote kantoren „meer comfort bieden”, aldus de EU-Commissie.

Die al te hoge marktconcentratie dreigt „een systeemrisico” te worden, vreest Eurocommissaris Michel Barnier (Interne Markt en Diensten). De opinie die een accountant aflevert over de jaarrekening van grote, internationale bedrijven is „van cruciaal belang voor de financiële stabiliteit”. Financiële instellingen stemmen er hun kredietverlening op af. Wat als een van die Big Four omvalt?

Michael Power, hoogleraar aan de London School of Economics, vindt niet dat de grote kantoren too big to fail geworden zijn. „Ze zijn niet zoals banken. Ze zullen het financiële stelsel niet onderuit halen”, merkte hij tijdens een van de panelsessies op.

„Maar”, zo voegde de Brit er fijntjes aan toe: they are not unlikely to fail, ze kúnnen omvallen. „Met enorme reputatieschade tot gevolg”, vulde Peter Praet, directeur van de Belgische centrale bank, hem prompt aan.

Na het uiteenvallen van Arthur Andersen in het voorjaar van 2002, als gevolg van de boekhoudkundige fraude bij Enron, verkeerde de branche twee maanden in grote onzekerheid. Niet langer. Grote bedrijven vonden snel een nieuwe accountant – bij de overblijvende Grote Vier of bij andere kantoren als BDO, Mazars, Grant Thornton of RSM – maar het vertrouwen in het beroep had een forse deuk gekregen. „Een nieuwe debacle á la Arthur Andersen kan ik niet uitsluiten”, zei Nusbaum. „In ons kantoor alleen al zijn we met 2.500 vennoten. Er kunnen altijd enkele rotte appels tussen zitten.”

De vraag die iedereen zich stelt is: zou de markt een tweede dergelijke klap even goed kunnen verteren? „Het probleem is dat de opinie van een accountant een verplichte last is geworden”, aldus Vincenzo La Via, financieel directeur van de Wereldbank. „Het is geen kwaliteitsproduct meer. Er wordt vooral op prijs geconcurreerd in de accountantsmarkt en amper op innovatie. De doorlichting van de jaarrekening is een standaardproduct geworden, het is niet aantrekkelijk genoeg meer.”

Het is de vinger op de zere plek. Moet de taak van een accountant niet uitgebreid worden? „Een overweging is in welke mate hij over de informatie die hij krijgt en die van publiek belang is, ook openlijk moet communiceren”, aldus de green paper van de Commissie. Er dient gekeken te worden naar een verplichte wissel van accountantskantoren, zodat ze niet „te familiair” worden met hun clientèle. En: „er is geen Europees verbod op het verlenen van andere diensten aan klanten”, zoals strategisch advies en consultancy. Ook daar wil de Europese Commissie iets aan doen.

Hoe de rol van accountants beter ingevuld kan worden om al te grote belangenvermenging te vermijden, daarover was er echter geen consensus. „Andere dienstverlening verhoogt net de kennis van accountantskantoren”, zei Philippe de Buck, algemeen directeur van de werkgeversvereniging BusinessEurope. „Een verbod kan leiden tot kwaliteitsverlies. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”