Sarkozy wil dat Frankrijk een beetje Duitser wordt

Een Duits dictaat? In de details misschien. Parijs ziet vooral politieke winst: Merkels instemming met meer samenwerking binnen de eurozone.

Het is opeens grote liefde tussen Angela Merkel en Nicolas Sarkozy – of ze doen alsof. Tot de zomer van vorig jaar kwam uit Parijs nog geregeld de kritiek dat Berlijn te afwachtend reageerde op de eurocrisis. Daarna schakelde Parijs over op een slimmere strategie: door niet langer in het openbaar de Duitsers te bekritiseren werd de samenwerking intensiever. Dat resulteerde in het plan om de euro te versterken dat Duitsland en Frankrijk afgelopen vrijdag samen presenteerden. Tegenstanders zien het vooral als een ‘dictaat uit Berlijn’ en veel minder als een Frans voorstel. En dat komt Sarkozy erg goed uit.

Politiek kan hij het Frans-Duitse voorstel verkopen als een overwinning van de stille Franse diplomatie. In enkele maanden tijd en met veel geduld is Parijs erin geslaagd om de Duitse buur te overtuigen van twee Franse ideeën: vorming van een soort ‘economische regering’ die meer sturing moet geven aan het Europese economische beleid, en beperking van die sturing tot de eurozone, de 17 landen die de gemeenschappelijke munt hanteren. De gedeelde afkeer van de Europese Commissie en haar voorzitter Barroso speelde zeker een rol in deze toenadering.

Dat Duitsland vervolgens hoog inzet met voorstellen voor harmonisering van pensioenleeftijden en vennootschapsbelastingen, en afschaffing van de koppeling van lonen aan de inflatie, lag in de lijn der verwachtingen. Duitsland had inhoudelijk al eens toegegeven aan Frankrijk, toen het ermee akkoord ging dat er bij te grote begrotingstekorten alleen politieke sancties zouden volgen en geen financiële, zoals Merkel wilde. Frankrijk weet dat de grote landen hier nooit het slachtoffer van zullen worden.

Over de uitwerking van de voorstellen zal nog heel wat worden gepraat, klinkt het in Frankrijk. Christine Lagarde, de Franse minister van Financiën, verduidelijkte gisteren dat ‘harmonisering’ niet betekent dat alle pensioenleeftijden naar het Duitse niveau worden getild. Of dat er een gemeenschappelijke vennootschapsbelasting van minstens 25 procent komt. En Sarkozy zelf kondigde aan dat er niet wordt gemorreld aan de koppeling van het minimumloon aan de inflatie. Frankrijk interpreteert harmonisering vooral als nauwer samenwerken.

De Fransen ijveren al jarenlang voor een ‘economische regering’ die politiek sturing moet geven aan de Europese economie. Want nu is er geen Europees loon-, pensioen- of fiscaal beleid. De Fransen hopen met zo’n ‘economische regering’ in de eerste plaats dat het eigen sociale model wordt behouden, of op zijn minst niet wordt ondermijnd. Sarkozy heeft daar een dimensie aan toegevoegd: hij wil dat Frankrijk ‘Duitser’ wordt en de Franse economie meer op de Duitse gaat lijken. Als het over economie gaat heeft hij het geregeld over het Duitse voorbeeld of de Duitse lessen. Hij wordt hierin volop gesteund door de Franse werkgeversorganisatie Medef.

Begin dit jaar publiceerde die een rapport waaruit blijkt dat Frankrijk door een starre economische politiek steeds meer achterloopt op Duitsland. In 2000 bedroeg de Franse export nog 55 procent van de Duitse export, vorig jaar was dat percentage gedaald tot 40 procent. De relatief hoge arbeidskosten in vergelijking met Duitsland, de lage pensioenleeftijd en de kortere arbeidsduur zijn in het nadeel van Frankrijk.

Sarkozy hoopt dat het Frans-Duitse europact het eenvoudiger maakt om binnenlandse hervormingen door te drukken. Niet eens als excuus (‘het moet van Brussel’), maar als bewuste strategie. Hij vindt het logisch dat Frankrijk zich spiegelt aan de beste leerling van de Europese klas.

Frankrijk hoopt via het pact nog een andere droom waar te maken, die van de grote Europese infrastructuurwerken, bijvoorbeeld in energie of vervoer. Gezamenlijke Europese projecten, redeneert Parijs, zijn goed voor Europa én voor het Franse bedrijfsleven, dat sterk is in deze sectoren.

Uiteraard is er in Frankrijk ook kritiek. De vakbonden vrezen voor aantasting van het Franse sociale model. En de zakenkrant Les Echos had het over ‘Merkel 2.0’ omdat de voorstellen een wel erg Duitse stempel hebben.

Maar dat gaat over de technische invulling, zeggen de voorstanders van het pact. Ideologisch heeft Frankrijk al gewonnen. Het meer op elkaar afstemmen van de Europese economie is voor Frankrijk de enige mogelijkheid om de eigen economie te versterken. En dat de Duitsers nu eindelijk inzien dat die onderlinge afstemming de enige manier is om de euro te redden, is pure winst.