Het ging nooit mis, maar het had wel mis kunnen gaan

Wij vlogen op de dag van het eerste arrestatiebevel terug naar Berlijn en ik verschanste me thuis. Ik bleef er uren in de woonkamer zitten, aan de eettafel met uitzicht op een bouwput, mijn computer opengeklapt voor me. Ik keek naar de chat en typte af en toe een paar woorden. Ik ging ook niet meer naar de club, waar ik in die tijd bijna dagelijks kwam om te werken. Het was me aan te zien dat iets me kwelde en ik wilde niet dat mensen ernaar vroegen.

Anke was radeloos. Die had al veel eerder willen zeggen: stop ermee, het maakt je kapot. Maar ze wist ook hoe verknocht ik was aan WikiLeaks, en dat ik waarschijnlijk niet al te best zou reageren op zo’n advies – juist omdat ik zelf wist dat ze gelijk had.

Zelf merkte ik ook dat ik langzaam afstand van WikiLeaks begon te nemen. Ik geef toe dat de persoonlijke conflicten tussen Julian en mij daarvoor de belangrijkste reden waren. Maar er waren ook veel inhoudelijke zaken waar ik me al veel langer zorgen om maakte die in die dagen acuut werden.

Natuurlijk had ik er langer problemen mee dat ik in het openbaar loog over hoe het feitelijk met WikiLeaks was gesteld. Dat we lang uit niet meer dan twee man voltijds en een server hadden bestaan. Ook ons volkomen ontoereikende back-upsysteem hing me de keel uit. Tenslotte was ik degene die daar de verantwoordelijkheid voor droeg, maar het systeem functioneerde niet naar behoren. Ik werd de afgelopen jaren soms middenin de nacht wakker, volledig in paniek over de beveiligde bestanden. Dan stond ik op om een nieuwe back-up te maken, met meer adrenaline dan bloed in mijn aderen.

Een antwoord dat me ook tijdens het honderdste interview nog nauwelijks over de lippen kwam, had betrekking op onze vermeende echtheidscontrole. Tot eind 2009 controleerde buiten Julian en ik haast niemand de binnengekomen documenten op echtheid. Strikt genomen was de verklaring dat we beschikten over ongeveer achthonderd experts geen leugen, maar we verzwegen daarbij een belangrijk detail, namelijk dat er geen procedure was om ze de documenten voor te leggen. Niemand van hen heeft ooit toegang gekregen tot het materiaal. In plaats daarvan controleerden meestal Julian en ikzelf of de documenten gemanipuleerd waren, of ze authentiek leken en zochten een en ander uit. Wij moesten er maar op vertrouwen dat het goed uitpakte. Kennelijk waren we daar goed in; we ontwikkelden er in de loop van tijd een neus voor of een document echt was of niet. Voor zover ik weet is daarbij nooit iets misgegaan. Maar het had gekund.

Zolang ik mezelf gerust kon stellen met de gedachte dat we aan een beter systeem werkten en pas aan het begin stonden, was dat oké. Maar na bijna drie jaar geloofde ik het zelf niet meer. In de maanden die achter ons lagen waren we in de gelegenheid om onze eigen voorstellen tot verbetering met meer elan te implementeren. Er waren meer middelen, we hadden een paar betrouwbare medestrijders gevonden – en nóg deden we er niet genoeg aan. We waren nalatig en stelden het vertrouwen van onze bronnen en het geld van onze donateurs in de waagschaal.

In het begin had ik alleen Julian met wie ik serieus over zulke problemen kon praten. Hij kende de zwakheden van het systeem minstens even goed als ik. Maar de meeste zorgen heb ik lang voor me gehouden. Ik had geen zin in ruzie.

In de tussentijd had ik er met de architect en met Birgitta over gesproken en ook met Herbert en met Harald Schumann, de journalist van de Tagesspiegel. De chatroom waarin we daarover spraken en onze groeiende zorgen deelden, had een zeer toepasselijke naam: ‘Mission First’.

Het was al een hele tijd duidelijk dat WikiLeaks een verkeerde weg was ingeslagen en dat er iets moest veranderen. De architect had de technische aanpassingen al voorbereid. Hoelanger we over de problemen spraken, des te duidelijker werd dat we een compleet nieuw systeem nodig hadden. De journalist Harald Schumann bleef ons op IJsland maar vragen wie bij ons de beslissingen nam. Hij liet niet los, ging gewoon op een stoel zitten in het Ministry of Ideas en liet zich niet met een kluitje in het riet sturen. We ontliepen hem, probeerden van onderwerp te veranderen, want dat was inderdaad ons grootste probleem.

We hadden geprobeerd kritische vragen met principes te omzeilen: door bijvoorbeeld alles wat bij ons binnenkwam in volgorde van binnenkomst integraal te publiceren. Op die manier verplichtten we onszelf tot neutraliteit. Maar we hadden een probleem: we konden dat principe niet volhouden, want vanaf eind 2009 bezweken we haast onder de hoeveelheid documenten die bij ons binnenstroomde en moesten we noodgedwongen wel keuzes maken.

Een tweede probleem: we wilden een neutraal submissionplatform aanbieden, enkel en alleen de techniek, en niet als politieke agitator met een Twitter-account als propagandakanaal optreden.

Uiteindelijk gingen we samenwerkingsverbanden aan met de media, waardoor we in een afhankelijke positie terechtkwamen. Hoewel de samenwerking als test was bedoeld, bleven wij dat model trouw. We profiteerden van de aandacht die de media ons gaven en rechtvaardigden onze nieuwe koers met de gedachte dat ook het materiaal, de inhoud zelf ervan profiteerde, doordat het breder onder de aandacht kwam.

Geen beslissingen hoeven te nemen over documenten en publicaties zou het voordeel hebben dat in geval van twijfel niemand verantwoordelijk kon worden gehouden als er iets misging. Wij wilden vasthouden aan onze principes en procedures die wel hadden gewerkt. Maar dat was een illusie.

Wij werden niet alleen gedwongen om zelf beslissingen te nemen, en dat deden wij in het vervolg ook, zonder ooit te hebben nagedacht over de regels waaraan dat gebonden zou zijn. Uiteindelijk was de vraag die Schumann had gesteld de juiste: wie moest die beslissingen nemen?

Uiteindelijk deed Julian dat. Natuurlijk. Wij waren niet vastbesloten genoeg, te laf, of niet resoluut genoeg om zijn macht op tijd in te perken. Hij werd de alleenbeslisser aan de top van WikiLeaks, er was geen instantie die zijn werk controleerde. Dat wilde hij ook niet. Dat was kort daarvoor in verband met de arrestatie van Bradley Manning een probleem gebleken en dat zou het ook in de weken die volgden nog worden. Aan het onderzoek tegen hem in Zweden zou het team uiteindelijk bezwijken.

Uit het Duits vertaald door Marcel Misset en Meindert Burger

De Nederlandse vertaling van het boek Inside WikiLeaks van Daniel Domscheit-Berg verschijnt vandaag bij Lebowski Publishers.