Rumsfeld: Bin Laden leerde van Reagan

Was oud-president Ronald Reagan indirect verantwoordelijk voor de opkomst van Osama bin Laden? In zijn gisteren verschenen memoires Known and Unknown legt de Amerikaanse oud-minister van defensie Donald Rumsfeld (78) een verband tussen de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Libanon in 1984 en de les die de jonge Bin Laden daaruit trok.

Rumsfeld begon eind 1983 als Midden-Oostengezant onder Reagan, kort na een terreuraanslag in Beiroet waarbij 241 Amerikaanse vredessoldaten om het leven kwamen. Het was een onmogelijke opdracht, laat Rumsfeld doorschemeren in zijn boek. Defensieminister Caspar Weinberger wilde de Amerikanen terugtrekken uit Libanon. George Shultz, minister van Buitenlandse Zaken, en Rumsfeld dachten daar anders over. Reagan was het in theorie en retoriek met hen eens, maar was afwezig tijdens de cruciale vergadering van de Nationale Veiligheidsraad waarin over het lot van de Amerikaanse missie werd beslist. Volgens Rumsfeld legde hij zich blijkbaar neer bij de uitkomst van die vergadering, die werd voorgezeten door vicepresident George H.W. Bush.

Het optreden van het Amerikaanse leger in Libanon en de uiteindelijke terugtrekking zouden Bin Laden hebben geïnspireerd in zijn latere radicalisme, volgens Rumsfeld. Het defensieve optreden van de VS tegenover het internationale terrorisme werd pas na de aanslagen van 11 september 2001 ‘gecorrigeerd’. George W. Bush koos daarna „terecht” voor een agressief beleid.

Veel spijt van de Irak-oorlog heeft Rumsfeld niet. Excuses maakt hij wel voor de omstreden opmerking die hij in 2003 maakte over de gewelddadige plunderingen in Bagdad: „Stuff Happens.”