Salade van gekookte groenten en kip

Je hebt natuurlijk ook je eigen modes in alles. Of modes: periodes. Van de meeste dingen zeg je: dat was toen zo. Toen droegen we mantelpakjes en pumps, toen rookten we joints in de schoolpauzes, toen luisterden we naar Janis Ian om maar eens een paar zeer onderscheiden periodes te noemen die ieder veel eigen

Je hebt natuurlijk ook je eigen modes in alles. Of modes: periodes. Van de meeste dingen zeg je: dat was toen zo. Toen droegen we mantelpakjes en pumps, toen rookten we joints in de schoolpauzes, toen luisterden we naar Janis Ian om maar eens een paar zeer onderscheiden periodes te noemen die ieder veel eigen aankleding met zich mee brachten (tuinbroeken! rotan plantenstandaards! papyrussen in accubakken!)

In alles zijn modes, van de kleur die je computer moet hebben of het merk schoenen dat je het beste draagt tot de manier waarop je je als een progressief iemand laat kennen – of zelfs, hoe tegenstrijdig dat ook klinkt, tot de manier waarop je je als een conservatief iemand laat kennen: zo iemand zou vroeger nooit een brede roze stropdas dragen bijvoorbeeld, maar nu wel. Maar misschien is dat juist neo-con, dat zal eigenlijk wel.

De meeste van die eigen modes komen niet terug. Ook niet als de grote mode zogenaamd terugkeert naar een vroegere stijl – de echte jurken uit die tijd kun je meestal toch niet meer dragen omdat de hernomen versies net anders zijn.

Met eten gaat het net zo. Ik heb het al vaker gehad over de modes in ‘gezond’ (denk alleen maar aan het gelijknamige broodje). Er zijn gerechten die je vroeger maakte maar nu niet meer – ik noem zoiets als chili con carne of garnalencocktail.

Toch kun je soms terugkeren naar eerdere fases in je eigen eetcultuur merk ik nu. Ik heb een periode doorgemaakt dat ik buitengewoon veel curry’s at, Thaise en Indiase, en Vietnamese soep en salades en dat de kast vol stond met allerlei soorten sojasaus en golden mountainsaus en chilisaus en de koriander en de limoenen niet aan te slepen waren.

Dat ging over, ik keerde terug naar het Frans-Italiaanse repertoire, en ontwikkelde me natuurlijk met iedereen mee in de richting van de gegrilde groenten met veel verse kruiden en geblenderde sauzen.

Maar nu smul ik weer van die lekkere Thaise kipsalade van vijftien jaar geleden, met heel veel kort gekookte groenten en pittige dressing, en ik vind hem heel erg up to date. Echt.

Breng 2,5 dl water aan de kook met gember, citroengras en vissaus. Laat het even doorkoken, zet het laag zodat het van de kook af raakt. Snijd de kipfilet in reepjes en pocheer die reepjes kort in het water.

Kook in een grote pan met zout water de broccoli, maïskolfjes en de peultjes 2 minuten. Giet ze af en leg ze meteen in een kom ijswater zodat ze niet verder garen. Snijd de paprika in dunne reepjes en de lente-ui in kleine stukjes. Vermeng ze met de overige groenten en de kip.

Rasp de limoen voorzichtig, geen wit want dat is erg bitter. Meng het limoensap met de chilisaus en giet dat over de groente. Hussel goed door. Strooi de limoenrasp en de koriander over de sla en dien hem op, eventueel met een kommetje witte rijst.

Salade van gekookte groenten en kip

400 g kipfilet

5 centimeter gemberwortel, in plakjes

2 stengels citroengras

2 el vissaus

250 g broccoli

150 g verse babymaïskolfjes

100 g peultjes

1 rode paprika

3 lente-uitjes

1,25 dl zoete chilisaus

rasp en sap van 1 limoen

korianderblad