Truffelolie zonder truffel: nu nog misleidender!

Het is erg dat een broodje van twaalf dagen oud ‘vers’ wordt genoemd.

Nog erger is dat dit niet wordt verboden.

Ik liep achter. Een vriendin wees me op een aflevering van het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde over truffels en specifieker over truffelolie. De programmamakers vroegen zich af waarom truffelolie in de Nederlandse supermarkt zo goedkoop was, terwijl ze op de markt in het Italiaanse truffelwalhalla Umbrië 900 euro voor een kilo truffels moesten betalen. Het bleek dat geen enkele truffel in truffelolie zit, anders kostte een liter zeker 6000 euro. Een Vlaamse truffelboer liet zien hoe truffelaroma vaak wordt nagebootst. Hij pakte een plastic fles met daarop een zwart kruis in een oranje vierkant: giftig dus. De truffelolie in de Nederlandse supermarkten is zo goedkoop omdat het ‘truffelaroma’ niets anders is dan een restproduct van olieraffinaderijen. Dat restproduct rook sterk naar truffels en één duizendste milligram was genoeg om de fles olijfolie de juiste geur te geven.

Ik keek verwonderd naar onze kookproducten. Daar stond hij dan, de Truffelaroma Olijfolie. De fles zag er prachtig uit met een etiket waarop twee keurige truffels in het midden van zilverglans waren afgebeeld. Maar dit was dus olijfolie met een restproduct van aardolie. Dat wist ik niet. De inhoud van het flesje verdween in de gootsteen.

De dag erop zag ik in de supermarkt verschillende flessen ‘truffelolie’ staan. Waarom mogen deze flessen nog worden verkocht? De Keuringsdienst van Waarde had een misstand aan het licht gebracht en de uitzending dateerde van 9 april 2009. Veel van mijn vrienden hadden truffelolie in huis en ik vroeg ze of ze wisten waar het uit bestond. Standaard antwoord: ‘olijfolie met wat truffel’. Na mijn uitleg waren ze verbaasd en de verschillende gootstenen hadden het meteen druk. Ze voelden zich voor de gek gehouden. Als ze hadden geweten wat erin zat, hadden ze de olie nooit gekocht. Voelde dit als oplichting? Ja, zeiden ze, eigenlijk wel.

Het is al vaker bewezen dat op etiketten wordt gelogen. De organisatie Foodwatch (zie kader) richt zich hier volledig op. Foodwatch heeft het afgelopen jaar veel aandacht in de media gekregen en vaak werden dezelfde misstanden genoemd. Dat een Unox runderknakworst voor een derde uit kalkoen bestaat. Dat in Appelsientje Multi Vitamientje Hollands Fruit geen enkele Nederlandse vrucht voorkomt. Dat op Johma Bruine Sandwich Bacon Ei ‘iedere dag vers bereid’ staat terwijl het broodje op de dag van aankoop twaalf dagen oud kan zijn. Dat het Vitamin Water van Sourcy belooft ‘fit appel/golden kiwi’ te bevatten terwijl er geen appel én geen kiwi in zit.

Het zijn ontdekkingen waar je als consument van achteroverslaat, maar ook al toonde Foodwatch het aan en heeft de media haar taak gedaan door dit uitgebreid te melden, er is nog niets veranderd. Alle genoemde producten staan nog in het schap. Dat is scheef. Als ik aan mijn buurman een dure fles rode wijn verkoop en er blijkt druivensap in te zitten, dan kan hij aangifte doen bij de politie. Maar als voedselfabrikanten en supermarkten iets soortgelijks doen, is er niets aan de hand.

Er is een organisatie die de burger hiertegen moet beschermen. Die organisatie heet de overheid. Geen Kamerlid die een microfoon onder zijn of haar neus krijgt geschoven, durft te zeggen dat een broodje van twaalf dagen oud ‘vers’ kan worden genoemd. Maar wat kan een Kamerlid veranderen? Volgens Foodwatch wordt veel regelgeving in Brussel bepaald, waar de voedselindustrielobby in lange rijen staat opgesteld. Het is de reden waarom Foodwatch Europees uitbreidt. Ze wil een internationaal draagvlak kweken.

Het is zorgelijk dat de Nederlandse overheid niet meteen in eigen supermarkten ingrijpt of in kán grijpen. Een fles waar ‘truffelaroma’ op staat terwijl dit een afscheiding van aardolie is, moet toch echt worden verboden. Een pak waarop ‘Hollands Fruit’ staat terwijl er geen Nederlandse vrucht inzit, idem. Een ‘verse’ boterham van twaalf dagen oud, ook, en de regels wanneer een bedrijf een product ‘vers’ mag noemen, moeten worden aangescherpt. Zo wordt de consument beschermd.

Kan die consument dan niet voor zichzelf zorgen? Een hoop ‘misstanden’ zijn immers van de kleine lettertjes achterop het etiket af te leiden. Ikzelf en veel mensen in mijn omgeving zijn inderdaad steeds bewuster met voeding bezig. Er wordt over gepraat. Maar toch. Bijna niemand bestudeert in de supermark de etiketten. Mensen hebben tijdens het inkopen doen geen zin in ‘moeilijke vragen’ en stellen weinig eisen aan die producten. Als een kiloknaller te koop wordt aangeboden, een homp waterig vlees dat goedkoper is dan kattenvoer, dan schaffen consumenten dit en masse aan.

Dan hebben we het nog niet eens over de Nederlandse gastronomie gehad. Wanneer we een Italiaans of Frans restaurant uitkomen, concluderen we: zo kan een tomaat dus óók smaken. Natuurlijk spelen ligging en klimaat een rol, maar de eetcultuur ook. Je kunt veel over de Nederlander zeggen, maar niet dat hij heel trots is op zijn eten. Het sterkste bewijs is de ‘Europese bescherming streekproducten’, waarbij een land een streekproduct als worst, bier, groente en fruit kan beschermen tegen namaak. Lidstaten met de meeste geregistreerde producten zijn Frankrijk (21 procent), Italië (19 procent), Portugal (14 procent), Griekenland (13 procent) en Spanje (11 procent). Nederland is goed voor een krappe 1 procent. De reden: vanwege de standaardisatie en schaalvergroting van de Nederlandse landbouw in de vorige eeuw is de kleinschalige regionale specialiteit grotendeels verdwenen.

Het is verstandig dat de Nederlandse overheid haar inwoners in bescherming neemt. Omdat voldoende Nederlanders niet kritisch naar de producten in de supermarkt kijken, omdat etiketten misleiden, maar ook omdat veel Nederlanders weinig eisen stellen aan het resultaat dat op het bord ligt. Een verbod van de bovengenoemde ‘truffelolie’ en de door Foodwatch veroordeelde producten zoals ze nu met dit etiket in de winkel liggen, is een logisch begin.

Norbert Pek is schrijver en freelance journalist voor onder meer Nieuwe Revu.

    • Norbert Pek