'Ik wil geen blauwdruk opleggen: gij zult mengen'

Het bestrijden van segregatie in het onderwijs is geen rijksbeleid meer. „Als ouders zelf iets willen ondernemen, vind ik dat prima”, zegt de minister.

Het positieve effect van het mengen van witte en zwarte scholen is niet evident. Dat zei Marja van Bijsterveldt (CDA) vorig jaar als staatssecretaris van Onderwijs in de Tweede Kamer. Maar toen was het geen kabinetsstandpunt. Want voor het vorige kabinet, van PvdA, CDA en ChristenUnie, was het bestrijden van onderwijssegregatie nog een ‘speerpunt’. Nu is Van Bijsterveldt minister van Onderwijs. En dit kabinet wil witte en zwarte scholen níét langer mengen.

Waarom is het tegengaan van segregatie op school minder belangrijk geworden?

„Het is altijd mijn lijn geweest dat we ons moeten afvragen of het mengen van witte en zwart scholen wel zinvol is. Hard bewijs voor de stelling dat het goed is, ontbreekt. De wetenschappers verschillen daarover van mening, op z’n zachtst gezegd. Een zwarte school kan een goede school zijn, een witte school kan ook een zwakke school zijn. Ik geloof dan ook meer in het versterken van de kwaliteit van zwakke scholen. Dat doe ik door aandacht te besteden aan voorschoolse educatie, taal, rekenen, de aanpak van voortijdige schooluitval. In het basisonderwijs zet ik mijn energie in op opbrengstgericht werken.”

Er lopen verschillende proeven met het mengen van witte en zwarte scholen in het land. Wat gebeurt daarmee?

„Ik zie de resultaten met interesse tegemoet. Misschien gaat men wel door. Als ouders vanuit eigen initiatief iets willen ondernemen, vind ik dat prima. Maar niet van bovenaf, vanuit Den Haag. Ik wil geen blauwdruk opleggen: gij zult mengen. Op wijkniveau, op buurtniveau, initiatief van onderaf – ja, daar ben ik voor.”

De gemeente Nijmegen heeft sinds vorig jaar een centraal aanmeldpunt voor leerlingen, om daarmee segregatie tegen te gaan.

„Dat is een keuze van de gemeente. Het is aan het lokaal bestuur om die afweging te maken in overleg met scholen en ouders.”

U geeft de ouders gelijk die de wijk uitfietsen voor een witte school.

„Ouders mogen die afweging maken.”

Hoger opgeleide ouders hebben een voorsprong bij de keuze van een school. Ze zijn beter ingevoerd.

„Het achterliggende probleem is de onevenwichtige verdeling van de bevolking in de woonbuurten. Daardoor heb je witte en zwarte wijken en dus witte en zwarte scholen. Natuurlijk wil ik ouders die zich oriënteren op een school, niet de kans ontnemen om de beste keuze te maken voor hun kind.”

In het vorig kabinet, met CDA, PvdA en ChristenUnie, was er meer debat over dit onderwerp.

„Klopt. Deze lijn past bij dit kabinet; we zijn geen voorstander van inmenging van bovenaf. Het is belangrijk om mensen te stimuleren in hun persoonlijke verantwoordelijkheid. We zetten alles in om de sociaal-economische situatie van kinderen te verbeteren, of dat op een witte school is, of een zwarte.”