Bedrijven dupe van reorganisatie ABN

Staatsbank ABN Amro was te veel met zichzelf bezig om leningen aan bedrijven te verstrekken. ING en Rabo zetten voor honderden miljoenen weg.

Een Nederlandse bank die 300 miljoen euro laat liggen aan goedkope kredieten voor kleine en middelgrote bedrijven. Leningen met een rentekorting en een Europese garantie zelfs. Dat roept vragen op. Zeker als die bank een staatsbank is.

Op 18 december 2008 diende ABN Amro – drie maanden na de nationalisatie door de Nederlandse Staat – een dossier in bij de Europese overheid om erkend te worden als een zogeheten ‘intermediair’ of lokale loketdienst voor kredieten. Die kredieten worden beschikbaar gesteld aan kleine en middelgrote ondernemingen door de Europese Investeringsbank (EIB), het financieringsorgaan van de Europese Unie. De leningen maken deel uit van een zevenjarig programma van de EU dat in 2007 in werking was gesteld om lokaal ondernemerschap en innovatie bij bedrijven met minder dan 250 mensen in dienst te stimuleren.

Ook ING en Rabobank dienden – iets later dan ABN Amro – een aanvraag in bij de EIB: respectievelijk voor 200 en 300 miljoen euro.

Op 7 april 2009 werd de aanvraag van ABN Amro goedgekeurd. De bank kreeg 300 miljoen euro aan kredieten die volledig door de Europese Unie waren gegarandeerd. Maar van die leningen heeft de bank nooit gebruik gemaakt. Dat blijkt uit stukken op de website van de EIB.

De Nederlandse economie bevond zich toen op een dieptepunt. De financiële crisis werd gevolgd door een recessie. Een destijds veel gehoorde klacht van ondernemers was dat banken door de overheid waren gered, maar zelf niet bereid waren kredieten te verstrekken.

Ook ING en Rabobank kregen groen licht van Europa. In tegenstelling tot ABN gaven zij de nodige ruchtbaarheid aan de kredietfaciliteit. Ze brachten hierover een persbericht uit en zetten de leningen zo snel mogelijk in de markt.

ABN Amro bevestigt dat de kredieten van de EIB waren toegezegd, maar nooit zijn verstrekt. Een woordvoerder wijst op de interne reorganisatie van de bank, na de afsplitsing van Fortis en de opkoop door de Nederlandse Staat in het najaar van 2008. „De verkoop van de kleinzakelijke tak van de bank en de samenvoeging met Fortis Bank Nederland hebben erg veel tijd en energie opgeslorpt.”

Omdat de reorganisatie het uiterlijk van de bank grondig heeft veranderd, zijn de omstandigheden waarin de kredietaanvraag werd toegekend niet meer dezelfde, zegt de woordvoerder. „ABN Amro is een andere financiële instelling geworden. De kredietaanvraag die eind 2008 werd ingediend, kan niet meer op dezelfde gronden worden beoordeeld.”

Op het hoofdkantoor van de EIB in Luxemburg wordt evenwel benadrukt dat de kredietlijn van 300 miljoen euro niet is ingetrokken. De aanvraag van ABN Amro draagt de status „approved” (goedgekeurd). Het enige wat ontbreekt is de handtekening van de bank. Bij de status „signed” kunnen de kredieten worden verstrekt.

ABN Amro wijst erop dat er in april vorig jaar een nieuwe aanvraag bij de EIB is ingediend, voor een kredietlijn van 200 miljoen euro. Die aanvraag verliep via de Nederlandse Fortis-tak en werd in de zomer goedgekeurd. De bank: „Daarvan zijn 66 leningen uitgezet, samen voor 90 miljoen euro.”

Dit bedrag is substantieel lager dan het Europese geld dat ING en Rabobank hebben besteed. De afgelopen twee jaar hebben beide banken voor 900 miljoen euro aan leningen bij de EIB aangevraagd en toegekend gekregen. Dat geld is intussen grotendeels verstrekt.

„Ook de laatste tranche, van november 2010, is nu al op”, zegt een woordvoerder van ING. „Er is opvallend veel vraag naar.” Precieze cijfers wil ING niet geven, maar volgens ingewijden maken „honderden kleine en middelgrote ondernemingen” er gebruik van.

Rob Wolthuis, kredietexpert bij de werkgeversvereniging MKB-Nederland, bevestigt het succes van de Europese financiering. Over de reden waarom ABN Amro de eerste kredietfaciliteit links liet liggen, tast hij in het duister. Het gaat volgens hem om „een erg mooie kredietfaciliteit” die „zeer welkom is”, zeker nu na de crisis, omdat veel bedrijven opnieuw in een groeifase zitten.