Politiek neemt de regie bij bankentoezicht

Na omvangrijke noodhulp aan de banken volgt nu omvangrijke wetgeving. Toezichthouders en banken vrezen ijverige politici. „De discussie in Nederland is er een van weinig diepgang”.

Meer dan een jaar hadden ze nodig om die ene vraag te beantwoorden na het luidruchtige bankroet van DSB. Is voormalig commissaris Age Offringa betrouwbaar genoeg om in de financiële sector te werken?

Het antwoord van de Autoriteit Financiële Markten (AFM): de bankier is niet betrouwbaar. Conclusie van De Nederlandsche Bank: de goede man is dat wel. En zo slaagden de twee toezichthouders, net als vorig jaar bij de herkeuring van Gerrit Zalm (ex-DSB en nu bestuursvoorzitter van ABN Amro), er na veel gesteggel opnieuw niet in tot een eensluidend oordeel te komen.

„Een beetje schandalig”, noemde PvdA-Kamerlid Ed Groot deze gang van zaken. „Het was een kwestie die met een paar telefoontjes had kunnen worden opgelost”, zei hij deze week in een debat met Minister de Jager (CDA, Financiën). „Het bevestigt de vooroordelen over De Nederlandsche Bank: zij is bureaucratisch en stroperig. De bureaulades van DNB blijken hele diepe lades.”

De toezichthouder van het bankwezen kon met haar ongelukkige optreden nauwelijks een slechter moment kiezen. Er leeft veel kritiek op haar vanwege de déconfiture van internetbank Icesave, de destijds goedgekeurde splitsing van ABN Amro, de ondergang van DSB en de kredietcrisis in het algemeen.

In Den Haag zijn de messen geslepen. Na de omvangrijke noodhulp volgt nu omvangrijke wetgeving. Nederland moet de komende paar jaar zeker 25 Europese richtlijnen in nationale regelgeving omzetten.

Daarnaast bestaan er legio eigen initiatieven om zwakheden in het toezicht aan te oppassen die de crisis heeft blootgelegd. Informatie van toezichthouders moet minder geheim zijn, de aansprakelijkheid van AFM en DNB gaat omlaag. Het depositogarantiestelsel zal wijzigen, bestuurders zullen op een andere manier getoetst worden op geschiktheid en DNB krijgt meer macht om in te grijpen bij banken met een dominante directeur-grootaandeelhouder. Dan is er nog de bankierseed en de code waarin banken hebben afgesproken de lonen en bonussen te matigen.

De bankiers die deze week aan de Tweede Kamer moesten uitleggen hoe het met de beloning in het bankwezen is, stonden te popelen om het over andere onderwerpen te hebben. Richt u alstublieft op Basel III, was de bijna wanhopige oproep van Piet Moerland, bestuursvoorzitter van de Rabobank. Achter het weinig tot de verbeelding sprekende ‘Basel III’ schuilt een ingrijpend pakket afspraken in het internationale bankwezen. De richting is duidelijk: meer eigen vermogen, minder risicovolle balansen. Het gevolg is dat banken meer kapitaal zullen moeten aantrekken, minder krediet verstrekken of een combinatie daarvan. En wat natuurlijk ook kan is dat beleggers een lager rendement zullen moeten accepteren, net als vroeger. Toen, zo memoreerde Moerland, was een bankaandeel niet meer dan ‘een obligatie met een zoetje’.

Bankiers gruwen van bankbelastingen of extra regelgeving voor beloningen. „De discussie in Nederland over de toekomst van de financiële sector is er een van weinig diepgang: die gaat vooral over beloning en regels en veel minder over de rol van banken in de samenleving”, zei Peter Blom van de Triodos Bank.

Piet Moerland van de Rabobank sprak daar maar al te graag over. Waartoe zijn wij als banken op aarde, vroeg hij retorisch. „Om te dienen, om dienstbaar te zijn aan de reële economie.”

Zulke teksten gaan er bij de Kamer in als Gods woord in een ouderling. Maar het moeilijkste blijft toch om je ook zo als bankier te gaan gedragen.