Doe als tijgermama: tem je kind

Westerse ouders zijn slappe opvoeders. Neem een voorbeeld aan Aziatische tijgermoeders: geef niet toe aan kindergrillen en dril het kroost. Een boek met een pleidooi voor de autoritaire opvoeding heeft een rel veroorzaakt in de VS.

Geen slaapfeestjes! Geen speelafspraken met klasgenoten. Geen televisie en ook geen computerspelletjes. Niet je eigen clubjes kiezen. Altijd de beste van de klas zijn, behalve in de vakken gym en theater. Thuis alleen piano of viool spelen.

Ziehier een greep uit de regels waarmee Amy Chua haar dochters, Sophia en Lulu, jarenlang heeft opgevoed. Ze schreef er een boek over, Battle Hymn of the Tiger Mother, dat bij verschijning in de Verenigde Staten, begin januari, een ware mediastorm veroorzaakte. Na een voorpublicatie in The Wall Street Journal stroomden de boze e-mails van lezers binnen, radio- en tv-programma’s stonden in de rij om de schrijfster te interviewen, columnisten wierpen zich op dit smakelijke brokje en op de internetforums werd alles doorgelinkt met het nodige verontwaardigde commentaar.

Blijkbaar raakte Amy Chua met haar strijdkreet een gevoelige snaar. Uitdagend neemt zij in haar boek stelling tegen de slapheid en de laksheid in de westerse opvoedingscultuur, waarin gehoorzaamheid een vies woord is, waarin kinderlijke grillen in toom worden gehouden door het kind aan een eindeloze stroom irrelevante keuzes bloot te stellen om het aldus een – misplaatst – gevoel van controle te geven, waarin kinderen automatisch worden geprezen voor niets bijzonders en waarin de pleziertjes van sociale media en rondhangen met leeftijdgenoten voorrang krijgen boven serieuze studie en zelfverbetering.

Amy had zich voorgenomen het met haar kinderen anders aan te pakken – en wel op de manier van Chinese moeders, oftewel tijgermama’s.

Amy Chua (haar leeftijd wordt nergens vermeld, maar na enig puzzelwerk kwam ik op geboortejaar 1962 uit) is de oudste dochter van Chinese immigranten die zich eind jaren vijftig in Amerika vestigden. Ze trouwde (tot aanvankelijk verdriet van haar ouders) niet met een man van Chinese maar van joodse afkomst (later sloten haar ouders hem in hun hart). Beiden zijn hoogleraar, zij aan Yale, haar man Jed aan Harvard. Chua’s ouders voedden haar en haar drie jongere zusjes op volgens de Chinese tradities: streng, autoritair, met veel nadruk op hard werken en nastreven van uitmuntendheid. Ook met veel liefde, maar die was zo vanzelfsprekend dat die geen aparte aandacht behoefde. Haar jeugd draaide om vooruit komen in de wereld.

De tegenstelling ‘Chinese tijgermoeder – westerse moeder’ is een pars pro toto voor het globale verschil tussen oost en west in ideeën over opvoeding. De Chinese moeder zit niet alleen in China, Japan en heel Zuid-Oost-Azië, maar komt ook veel voor onder immigranten uit het voormalige Oostblok, El Salvador, Chili, Zimbabwe – enfin, iedereen uit de Derde Wereld die zich een beter bestaan in het Westen probeert te verwerven, vertoont trekjes van de Chinese moeder. Een kwestie van mentaliteit.

Als Chinees-Amerikaanse die trots was op haar afkomst was Amy Chua vastbesloten haar eigen opvoeding te kopiëren voor haar dochters, niet alleen vanuit dankbaarheid en eerbetoon aan haar ouders, maar ook omdat ze zich zorgen maakte over de wet van de drie generaties. Het Chinese spreekwoord luidt: ‘welvaart gaat teloor bij de derde generatie’ en ze zou er alles aan doen om ervoor te zorgen dat die vloek haar dochters niet zou overkomen. Het patroon van de eerste generatie als opbouwer, de tweede die de zaak tot bloei brengt en de derde die, in weelde opgegroeid, vervalt tot decadentie is geen typisch Chinees maar een universeel fenomeen, vaak beschreven, waaronder heel treffend door Thomas Mann in De Buddenbrooks. Het opkomst-, bloei- en ondergangscenario is inderdaad een pijnlijke wetmatigheid die zich zowel voltrekt aan families, organisaties als aan (wereld)rijken. De vraag is of er ook kan worden ingegrepen in dit scenario, of dat het zich onverbiddelijk ontrolt, hoe hevig je ook tegenspartelt.

Deze angst vormt de grondtoon in het boek van Amy Chua. Haar dochters Sophia (1993) en Lulu (1996) onderwierp zij aan een ijzeren discipline van hard werken en plichtsbetrachting, waarin ze gedwongen werden tot de hoogste prestaties op school en al hun vrije tijd te besteden aan musiceren. Allebei begonnen ze op hun derde met pianospelen. Voor de jongste kwam daar een paar jaar later viool bij. Tijgermama koos zelf de instrumenten en natuurlijk kwamen alleen de piano en de viool in aanmerking. Drums of gitaar leiden immers rechtstreeks tot drugsgebruik, waarna de goot niet ver weg meer is. Gelukkig bleek zowel Sophia als Lulu over grote muzikale aanleg te beschikken.

Het was – althans in westerse ogen – een moordend regime. Elke dag moest er na het maken van huiswerk ten minste drie uur worden geoefend. Als de kinderen thuiskwamen van muziekles betekende dat niet dat het oefenen voor die dag erop zat, nee, dan moesten ze alsnog hun drie uur volmaken. Ook als ze geen zin hadden, ook als ze moe of ziek waren, ook als het gezin op vakantie was.

De ouders stelden er een eer in hun dochters tijdens korte tripjes zoveel mogelijk van de wereld te laten zien en in elke stad die ze aandeden, lokaliseerde Amy Chua van tevoren een piano en regelde repetitieruimtes waar de meisjes hun dagelijkse uren konden maken.

Met oudste dochter Sophia verliep alles naar wens. Ze won prijzen, werd concertmeester van het jeugdorkest van New Jersey en werd uitverkoren voor een optreden in Carnegie Hall. Maar aan haar jongste had Amy Chua een taaie dobber. Lulu was minder meegaand van aard dan haar oudere zus en kwam van jongsaf aan in opstand tegen de rigide directieven van haar moeder. Op haar derde bleef ze liever koppig buiten in de vrieskou zitten dan binnen gehoorzaamheid te betrachten, terwijl gehoorzaamheid de eerste en belangrijkste eis is die Chinese moeders stellen aan hun kinderen.

Vele tamelijk afschuwelijke scènes schetsen de botsingen tussen moeder en dochter die allebei over een onverzettelijke wil beschikken. Zo blaft tijgermoeder haar dochter die zich niet genoeg inzet toe: ‘Als je het nu niet perfect speelt, pak ik al je knuffelbeesten af en ga ik ze verbranden!’ Fysiek geweld komt er niet aan te pas, maar om vooruitgang af te dwingen, moest ze regelmatig haar toevlucht nemen tot dreigementen, chantage en afpersing. Zelf leidde Amy Chua twee fulltime levens, het eerste van vijf uur ’s ochtends tot drie uur ’s middags als universiteitsmedewerker en later hoogleraar, het tweede de rest van de dag als supervisor en dompteur van haar kinderen.

In de weekends waren er lessen van topmusici, waarvoor vaak uren autotransport nodig waren. Intussen haalt ze na jaren lang gezeur van de kinderen om een huisdier (‘Huisdier? Je hebt al een huisdier, je hebt je viool!’) twee sledehonden in huis die ze aanvankelijk eveneens aan een strak trainingsprogramma onderwerpt, dat ze later weer liet varen wegens onbegonnen werk.

Of het nu om muziek of andere dingen gaat, altijd worden de kinderen tot excellentie gedwongen. Bij een verjaardag krijgt ze van allebei haar dochters, die op dat moment nog klein zijn, een zelfgemaakte felicitatiekaart, waar de kinderen zich naar haar smaak met een jantje-van-leiden van hebben afgemaakt. Ze smijt de kaarten terug in hun gezicht met de opdracht dat ze mooiere moeten maken, want dat ze deze rotzooi niet gaat bewaren bij haar memorabilia.

De inspanningen werpen vrucht af. Sophia en Lulu slagen voor audities, treden op bij concerten en worden beiden door topmusici als veelbelovende talenten aangemerkt. Totdat het misgaat tijdens een tripje naar Moskou, waar de recalcitrante Lulu, inmiddels 13 jaar, weigert te proeven van de blini’s met kaviaar die haar moeder heeft besteld om de vakantie te vieren. De zoveelste huil- en schreeuwpartij met haar rebellerende dochter kan Amy Chua niet meer aan. Ze geeft zich over en zegt tegen Lulu dat ze mag ophouden met de viool als ze niet meer wil. Het kind zet geen punt achter de viool, maar wel achter de tijdverslindende topvioolactiviteiten, want ze heeft zin op tennis te gaan. Eventjes dreigt Chua weer op de nek van haar dochter te gaan zitten om haar naar grotere hoogtes op te stuwen, maar Lulu weet haar moeder op afstand te houden: ze speelt geen tennis om Wimbledon-kampioen te worden. Amy Chua neemt haar verlies. Je kunt een kind niet in een vacuüm opvoeden: de conventies van de omgeving zijn altijd sterker.

Toch houden de meisjes veel van muziek en van hun instrument en zouden ze nooit zo ver zijn gekomen als hun moeder hen met haar extreme methodes niet tot excellentie had opgezweept. ‘Kindermishandeling!’ bliezen de geschokte lezers, ‘dit is een ontaarde moeder!’

Maar zo eenvoudig ligt het niet. In de commotie rondom dit boek komt de individualistische (westerse) cultuur keihard in aanvaring met de collectivistische (niet-westerse) culturen. Amerika als dominante natie wordt economisch bedreigd door China en andere opkomende Zuidoost-Aziatische landen. Dit komt onder andere tot uiting in de jaarlijkse PISA-cijfers (een wereldranglijst voor onderwijsprestaties), waarin Chinese en Koreaanse kinderen steeds bovenaan scoren in wiskunde en de Amerikaanse kinderen in de middenmoot zitten. Saillant detail is dat de helft van de Amerikaanse kinderen denkt dat ze heel goed zijn in wiskunde, terwijl dat bij de Chinese kinderen maar tien procent is. De Amerikaanse kinderen lijden, met andere woorden, aan een opgeblazen zelfbeeld – ongetwijfeld het gevolg van de al decennia durende zelfrespectmode op scholen. In deze onderwijskundige benadering wordt het zelfrespect van de leerling als een cruciale voorwaarde beschouwd om iets te kunnen leren en is onderpresteren het gevolg van te weinig zelfrespect. Vandaar het accent op complimentjes voor wat een kind goed doet, in plaats van op negatieve feedback bij fouten. Vandaar dat onderwijs in de eerste plaats ‘leuk’ en ‘uitdagend’ moet zijn, terwijl de saaie elementen (uit het hoofd leren van woordjes, tafels, formules, topografie, spellingsregels) zoveel mogelijk naar de rand van het curriculum zijn geduwd. Voor de slimme kinderen maakt dat niet zoveel uit, want die pikken de regels impliciet wel op. Maar de gemiddelde kinderen, die de leerstof onder de knie hadden kunnen krijgen door hard te werken met saaie oefeningen, bereiken nooit het niveau dat binnen hun macht lag.

Om ergens goed in te worden, is tienduizend uur oefening nodig, zoals een veelgeciteerd cijfer luidt uit Malcolm Gladwells Outliers: Why Some People Succeed and Some Don’t. In China bekwamen honderdduizenden kinderen zich in piano of viool – onder druk van tijgermoeders en -vaders vanzelfsprekend. Uit zichzelf zouden die kinderen dat op zo jonge leeftijd niet hebben verzonnen. De vader van de zusjes Polgar heeft in z’n eentje de gevestigde opinie gefalsifieerd dat vrouwen niet op topniveau kunnen schaken. Achter alle tegenwoordige toptennissers staan superambitieuze ouders die het beste uit hun kind willen halen. De standaard- westerse reactie op deze ouders is meewarigheid: een Mozart wordt geboren en niet gemaakt, het is een eenzijdig leven en vooral zielig voor het kind.

Extreme ambitie garandeert geen succes, dat is zonneklaar. Aan de andere kant garandeert ambitieloosheid wel zeker mislukking en is ergens moeite voor doen objectief gezien altijd beter dan ergens géén moeite voor doen. Hoezeer westerse ouders ook tobben over en begaan zijn met het geluk van hun kinderen, het hoofdstuk ‘eisen stellen’ figureert nauwelijks in hun denken. Ter illustratie kan een stuk in Trouw dienen van 21 januari over kinderen die tatoeages willen. In een kadertje een lijst met tips voor ouders in de trant van ‘niet op zichtbare plaatsen, dunne lijntjes, vragen of het kind zeker weet dat het geen spijt zal krijgen enzovoort’. Eén suggestie ontbrak in het rijtje: ‘Verbieden die handel!’ Verbieden is te hoog gegrepen, dat past niet meer in onze cultuur. Tijgermoeders zouden er wel raad mee weten: ‘Een tatoeage? Je hebt al een tatoeage, dat is de permanente vioolplek in je hals!’

Amy Chua: Battle Hymn of the Tiger Mother. Bloomsbury. € 30,75