'We zijn nu medeplichtig, door jullie'

GroenLinks-leden bliezen voorafgaand aan het congres over de Kunduz-missie stoom af. „Krijgen we CDA-toestanden?”

Het neonlicht is oogverblindend, het zaaltje stampvol. Mensen zitten in het gangpad en staan tegen de muren. Kamerlid Rik Grasshof spreekt in Utrecht de ongeveer 150 leden van GroenLinks aan op hun gevoel voor morele dilemma’s – met succes. Zijn collega Arjan El Fassed wakkert daarentegen hun verontwaardiging aan. „Wat gebeurt er met die F-16’s? Die verontrusten mij zeer”, zegt een vrouw. El Fassed, zoekend naar een antwoord: „Ja, die F-16’s. Die vliegen in de lucht.” Er wordt schamper gelachen.

Bijna een week eerder stemde de GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer met een politietrainingsmissie in Afghanistan. In dezelfde nacht ging een brief naar alle leden. Fractievoorzitter Jolande Sap en het partijbestuur beloofden daarin dat Kamerleden hun beslissing zouden komen uitleggen, in zaaltjes in het land.

Oké, niet alle Kamerleden. Ineke van Gent stemde tegen de missie en is pas morgen weer van de partij, tijdens het congres van GroenLinks in Utrecht. Daar zullen de leden over een motie van afkeuring stemmen. Van Gent, hoe kritisch ook, heeft al aangekondigd die motie niet te steunen.

Het werden negen zaaltjes, van Utrecht tot Den Bosch en van Zwolle tot Arnhem. De gedachte: leden stoom laten afblazen zou de kans op een goede afloop van het partijcongres een stuk groter maken.

En afblazen deden de leden. Dankzij GroenLinks is Nederland weer schoothondje van de VS en de NAVO. Bovendien is het naïef van de fractie om te geloven dat een missie in Afghanistan succesvol kan zijn, civiel of niet. De garanties die het kabinet heeft gegeven zijn boterzacht. Een lid in Rotterdam: „Er worden sprookjes verkocht. Opstelten of Rosenthal zei: als iemand iets overkomt ligt die binnen een uur op de operatietafel. Nou, dan wil ik graag in Afghanistan een ongeluk krijgen, want hier deed ik er 36 uur over.”

Een minstens even belangrijke grief onder leden is de werking van de interne partijdemocratie. De fractie zou zich niets hebben aangetrokken van het oordeel van partijraad en partijleden. En waarom heeft de fractie de beslissing niet uitgesteld tot na het congres? „Ik weet wel waarom”, zegt een vrouw in Utrecht. „Omdat jullie wisten wat wij zouden zeggen!” Ene Frank, een ouder lid uit Rotterdam: „Wat heeft dit nog met Kunduz te maken? Dit gaat om een fractie die in een eigen Haagse werkelijkheid leeft.”

De Kamerleden verdedigden zich bij herhaling met hun belangrijkste argument: premier Rutte is uiteindelijk tegemoetgekomen aan alle eisen van GroenLinks. Rik Grasshof zei in een Rotterdams zaaltje: „Dit is dan wel het meest rechtse kabinet ooit, maar dat kabinet voert nu juist wel precies die missie uit die wij voor Afghanistan hadden bedacht.”

‘Nee’ stemmen zou alleen nog een politieke stem tegen het kabinet betekenen. Zoals Tofik Dibi zei: „De vraag aan mezelf is altijd geweest: wil je ook echt iets betekenen, misschien wel voor iemand in Afghanistan? Of wil je tegen zijn om het tegen zijn?”

De Kamerleden beseften dat ze niet te fanatiek moesten evangeliseren. Leden moesten hun gal kunnen spuien, in aanloop naar het congres. „Ik ben hier niet om jullie om te praten”, zei Dibi. Grasshof: „Wij zijn hier om verantwoording af te leggen, in de hoop op enig begrip. Dat is alles.” Hij verzekerde de zaal herhaaldelijk dat het „geen gemakkelijk ja” was. „Ik stond vrijdagochtend met hoofdpijn op. Hoe leg ik dit de partij uit?” Dat was in Utrecht.

Een avond eerder, in Rotterdam, vertelde hij over buikpijn. Dibi sprak daar van slapeloze nachten. „Niet om zielig te doen. Maar toch, de hele tijd die vraag: gaat de partij kapot door onze ja-stem? En wat gaan de leden doen, krijgen we CDA-toestanden?”

Daarvan was in Rotterdam niets te zien. Er waren vijftig mensen naar Theater Zuidplein gekomen en met een gratis consumptiebon op zak namen veel van hen het luidruchtig op vóór de fractie. Vooral enkele fanatieke jongeren, die bij iedere kritische noot nee schudden. Ene Roger, met blauw jasje, sprak van „diep respect voor de fractie” en meende dat de „druk uit de achterban neigde naar chantage”.

Dit voerde de frustratie onder oudere leden op, dikwijls pacifisten die al lid van de PSP waren geweest, een van de voorlopers van GroenLinks. Het format van de avond beviel hun steeds minder. „Ik heb helemaal geen vraag. Ik heb een mening!” En: „Dit is toch geen voorlichtingsavond?”

Gisteravond in Amsterdam zag het er heel anders uit. Tweehonderd leden waren naar pakhuis De Zwijger gekomen aan het IJ. Er heerste een opgewonden, bijna balorige sfeer. Jolande Sap en Liesbeth van Tongeren kregen het zwaar voor de kiezen. De voorstanders van de missie vormden een kleine, stille minderheid. Toen Sap sprak van „harde toezeggingen” door het kabinet, klonk luid gejoel. „GroenLinks”, zei een lid met bijna overslaande stem, „is vanaf nu medeplichtig aan de zonden van dit kabinet. En dus zijn we ook schuldig aan toenemende polarisatie in de samenleving.”

„De fractie is vervreemd van de achterban.” En: „Iedereen kent het verhaal van het muisje en de olifant die stampen op de brug. Zegt het muisje: wat stampen we lekker op de brug.” Van Tongeren probeerde de situatie te redden door te zeggen dat muisjes „ook belangrijk” zijn. Afkeurend gejoel.

Midden in de sessie stond een lid uit IJburg op: „Ik ben geschokt hoe jullie je fractievoorzitter bejegenen. Belachelijk gewoon.” Gegrom uit de zaal. Pas toen het jonge lid zei wel tegen de missie te zijn, kreeg hij applaus.

Het belooft wat voor het partijcongres morgen. Het idee was: laat de leden vooraf roepen om de druk van de ketel te halen. De sfeer in Amsterdam roept de vraag op of de partij in die opzet is geslaagd.

Alleen in Utrecht bleken de leden ook te kunnen lachen. Toen Grasshof weer eens uitlegde dat Kamerleden „zonder last” moeten kunnen stemmen, en dus niet als doorgeefluik van hun achterban opereren, maakte een lid daarvan: „Zonder rug”. Grote pret.

In Rotterdam zei Dibi, meer als wens dan als constatering: „Wij gooien niet met eieren, maar met argumenten.”

Die gedachte lijkt iets te laten zien over de verschillen in opvatting én houding tussen de huidige Kamerfractie van GroenLinks en die van het kader, onder wie velen met een activistisch verleden. Voor hen geldt: eieren gooien is geen probleem. Grote woorden al helemaal niet. Een lid in Utrecht: „Jullie proberen goed te praten wat niet goed is te praten en hebben ‘ja’ gezegd tegen Rutte in de nacht van Sap.”