Vissen met diepe gedachten

Henk van Straten en Martijn van der Linden: Alle vissen vonden olifant. Moon, 91 blz. €13,95. 8+

Een uitgever die een boek aanprijst met ‘in de stijl van Toon Tellegen’ bewijst de auteur van dat boek niet per se een dienst: de lat komt direct beklagenswaardig hoog te liggen.

Inderdaad raakt Alle vissen vonden olifant van Henk van Straten qua sfeer en stijl soms aan Tellegens magnifieke dierenverhalen, maar Van Straten creëerde een wereld waarin de dieren ondanks dat ze namen en soms diepe gedachten hebben, toch vooral dieren zijn. Een haai eet er vissen, tonijnen zwemmen er de hele dag als een dolle rond en voor de giftige zeeslang is het voor andere zeebewoners oppassen.

Alle vissen vonden olifant telt vijftien verhalen over dieren in zee, en één erop, een olifant. Groot en mysterieus dobbert hij, gezien van onder water, op een van de schitterende tekeningen van Martijn van der Linden. Waarom hij daar is weet hij niet en het sombere dier weet ook niet waar het naar toe wil. ‘En als ik dan thuis ben? […] Wat dan? Is dan soms alles goed?’

Dit titelverhaal is een van de sterkste in het boek, door het leuke gegeven van zo’n kolos aan het oppervlak en alle verschillende reacties van de zeebewoners. De haringen bijvoorbeeld ‘begonnen op een afstandje het grote grijze ding hard uit te lachen. Zo waren ze, die haringen, alles uitlachen wat ze niet kenden, en de haringen kenden bijna niets’.

Ook de verhalen over de tonijn die niet meer de hele dag maar heen en weer wil zwemmen en de kwal die warme gevoelens koestert voor de olifant – ,,‘Olifant,’ mompelde ze steeds, ‘Olifantje toch’ ’’– zijn poëtisch en beklijven.

Dat is minder het geval met de andere, doordat de karakters niet echt tot leven komen en de verhalen blijven kabbelen. Het slotverhaal maakt het boek wel mooi rond. De olifant is op een dag weg, net zo plotseling als hij was verschenen en de zeedieren twisten erover of er überhaupt wel een olifant is geweest.

Constant en hoog van kwaliteit zijn de tekeningen van Martijn Van der Linden. Al zijn dieren zijn een feest. De walvis die met een grijns de vissen uit het water slaat met zijn staart, het zeepaardje tussen de enorme olifantenpoten en de zwarte murene in zijn grot, het is allemaal schoonheid.

Mooi is de gedetailleerdheid van zijn werk: de haai en de olifanten hebben de gebutste lijven die haaien en olifanten hebben en de tonijn is een schilderij op zich. Kolkend water, donkere diepten of een kalme zee waar het zonlicht in schijnt, alles ziet er uit om zo in te duiken.