Sprinkhanen beste vrienden van Berlijn

Naakte shortsellers opgelet: vandaag stond Brussel in het teken van een oplossing van de eurocrisis. Hoewel een echt besluit over een samenhangende oplossing waarschijnlijk tot eind maart op zich laat wachten, zijn de schijnwerpers gericht op een Duits voorstel, met kennelijke Franse instemming, om de architectuur van de eurozone ingrijpend te wijzigen. Een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een verhoging van de pensioenleeftijd, het afschaffen van de indexering van loon aan inflatie én de verankering van begrotingsdiscipline in de grondwet maken deel uit van de Duitse ideeën.

Maar hoe drukt de regering-Merkel ze door? Het antwoord is: met kapitaal en angst. Het kapitaal betreft een versterking van het Europese noodfonds, het Europese Financiële Stabiliteitsfonds (EFSF) dat weliswaar formeel 440 miljard euro groot is, maar daar slechts 250 miljard daadwerkelijk van kan uitlenen, wil het zijn hoogste kredietwaardigheidsstatus houden. Er moet dus geld bij om het bedrag van 440 daadwerkelijk beschikbaar te maken. Duitsland is de grootste leverancier van dat kapitaal.

De angst betreft de situatie op de financiële markten, waar de eurocrisis zorgde voor hogere rentes op de staatsschuld van zwakkere zuidelijke eurolanden, die daardoor in een neerwaartse spiraal raakten: de hogere rente verslechterde de begrotingsvooruitzichten, hetgeen tot nog hogere rentes leidde.

Maar de timing is precair. In Duitsland zelf maakte het toonaangevende Ifo-instituut gisteren bekend dat een verhoogd kapitaal voor het EFSF wellicht helemaal niet nodig is. De huidige omvang zou voldoende zijn. Door kritiek uit nota bene eigen land dreigt het Duitse kapitaal-argument te worden uitgehold.

Maar dan is er toch nog altijd het angst-argument? Ook dat heeft perverse kanten. Tot gisteren leidde de verwachting dat de eurocrisis een oplossing nadert tot een gunstige wending op de financiële markten. De hoog opgelopen renteverschillen tussen Duitsland en de als riskant bestempelde landen als Portugal en Spanje liepen terug, en de euro steeg naar zijn hoogste dollarkoers sinds november vorig jaar.

Hoe meer een oplossing van de crisis in zicht komt, hoe minder urgent de situatie lijkt en hoe kleiner de bereidheid tot concessies door Duitslands euro-partners zal blijken.

In wezen is er maar één strategie: Duitsland zal de crisis moeten aandikken om hem te kunnen bezweren. Dat lukte vorig jaar ook goed. Het kan onhandigheid geweest zijn, of een gebrek aan tact en binnenlandse coördinatie, maar het waren telkens Duitse bedenkingen rond noodmaatregelen voor de eurocrisis die de crisis zelf verhevigden, en de Duitse positie van de weeromstuit alleen maar sterker maakten. De industrie pikte intussen een graantje mee van de verzakkende eurokoers.

Hoe ironisch het ook lijkt: op de beurzen, met hun ‘sprinkhanen’ en naakte shortsellers, bevinden zich op dit moment onder Berlijns grootste vrienden. Kijk dus niet raar op wanneer de onderhandelingen over de Duitse voorstellen dreigen vast te lopen, de resulterende spanningen op de financiële markten zullen worden aangewakkerd door plotselinge bedenkingen van een hoge Duitse functionaris of bondskanselier Merkel zelf.

Er zijn bovendien belendende voordelen. Begin dit jaar, toen België plots in het vizier van de financiële markten kwam, ging het ineens een stuk vlotter met de kabinetsformatie die daar bezig is alle lengterecords te verbreken. Wie weet levert een herleving van de Duitse tactiek en passant ook nog een Belgische regering op.

Maarten Schinkel