Rosenthal: fouten in kwestie-Bahrami

Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) erkent dat hij eerder actie had moeten ondernemen in de kwestie rondom de vorige week geëxecuteerde Nederlands-Iraanse vrouw Zahra Bahrami.

Nagenoeg de complete Tweede Kamer viel gisteren over hem heen wegens zijn passieve optreden in de zaak-Bahrami. De Kamer vond dat hij eerder bij de Iraanse autoriteiten had moeten protesteren tegen het doodvonnis dat op 5 januari over Bahrami werd uitgesproken. Zij werd veroordeeld wegens drugsbezit. Bahrami had in Teheran ook gedemonstreerd tegen het Iraanse regime. Rosenthal gaf gisteren tijdens een spoeddebat toe dat het niet goed was gegaan. Hij toonde zich bereid lessen te trekken uit het gebeurde. Wel voerde hij ter verdediging aan dat van Iraanse zijde de zaken anders waren voorgespiegeld. Hij verweet zichzelf hieraan geloof te hebben gehecht.

De Nederlandse ambassadeur in Iran wordt zo snel mogelijke teruggeroepen naar Den Haag voor overleg, zei Rosenthal gisteravond. Het terugroepen van de ambassadeur geldt binnen de internationale diplomatieke verhoudingen als een protestdaad.

De ambassadeur wordt niet onmiddellijk teruggeroepen, omdat hij nog nodig is om de familie van Bahrami in Teheran bij te staan.

Rosenthal geeft toe: ik heb geleerd van deze zaak: pagina 5