Quotum voor etnische groepen op televisie kan niet serieus zijn

Met PowNews weet je nooit helemaal zeker of je in de maling wordt genomen. Eerder deze week ging verslaggever Rutger Castricum op high tea in het Torentje van premier Mark Rutte (VVD). Hij kwam met twee primeurs naar buiten: de minister-president zou sinds kort een vriendin hebben die Ingrid heet en er liggen kernwapens in Nederland, maar niet in Volkel.

Zolang de meeste andere media dit nieuws nog niet hebben overgenomen, is het misschien goed het met een korreltje zout te nemen.

Maar bij de scoop van gisteren zei presentator Dominique Weesie dat het geen grap was en hij zit als baas van een publieke omroep nogal dicht bij het vuur. Het ministerie van OCW zou de omroepen hebben opgedragen voortaan 11 procent van de sprekers in beeld te rekruteren uit de SMAT-categorie. Ik kende die afkorting nog niet, maar die zou staan voor Nederlanders met een Surinaamse, Marokkaanse, Antilliaanse of Turkse achtergrond. Alleen sprekers met een bepaalde expertise tellen mee.

Zoiets raars verzin je niet, ook al kan ik me bijna niet voorstellen dat mediaminister Marja van Bijsterveldt (CDA) een verplicht allochtonenquotum zou willen instellen. Niet alleen druist het in tegen de geest van het huidige gedoogkabinet, de weerstand zou enorm zijn en een averechts effect kunnen sorteren.

PowNed liet meteen zien hoe deze omroep er over dacht, door de introductie van een rubriek Een neger omdat het moet. Die verwijst naar een voormalige kunstrubriek van de TROS, die daarmee protesteerde tegen het opgelegde zendtijdpercentage gewijd aan cultuur. Die rubriek was helemaal niet slecht en niemand piept nu meer over de plicht om breed gedefinieerde culturele programma’s te maken.

Maar het woord ‘neger’ is grievend, uit verontwaardiging. Castricum hield op de Amsterdamse Dappermarkt willekeurige gekleurde voorbijgangers aan, met de vraag of ze ergens deskundig in waren. Chinezen en Indonesiërs mochten weer doorlopen, en ook Egyptenaren tellen niet mee.

In de bestaande definities van niet-westerse allochtonen zijn mensen met minstens één in een voormalige kolonie geboren ouder uitgesloten, dus dat zal de geforceerde keuze voor vier relatief grote etnische groepen verklaren.

In mijn recente telling van talking heads bij de publieke omroep (september-november 2010) stonden slechts drie ‘Surinamers’ en twee ‘Marokkanen’ bij de eerste honderd, en geen Turk of Antilliaan. Het gaat om de Kamerleden Kathleen Ferrier, Ahmed Marcouch en Tofik Dibi, televisiemaker Prem Radhakishun en advocaat Gerard Spong.

Er is dus inderdaad een probleem met de representativiteit. Onderzoek in andere landen heeft aangetoond dat wettelijke quota voor minderheden effectief kunnen zijn.

Maar hoe kun je van bovenaf televisieredacteuren dwingen om het aantal SMAT-deskundigen te verdubbelen? In het hyperliberale Nederland van 2011 zou het een kamikazeactie zijn. Of misschien een verkeerd begrepen proefballonnetje.