Puzzels van basalt

Na zeven jaar puzzelen is in het Pergamonmuseum een unieke beeldenverzameling te zien; een doodgewaande neolithische schat die andermaal tot leven is gewekt.

In het Pergamonmuseum in Berlijn staat het reliëf van een basalten leeuw. Het is drieduizend jaar oud en bestaat uit meer dan negenhonderd stukken, die met pijnlijke precisie aan elkaar zijn gelijmd. Naast de leeuw staat de vogel Greif, een metershoog hardstenen beeld dat een kruising van een roofvogel en een leeuw voorstelt. Samengesteld uit 2.600 fragmenten. De voorkant, waar het beest nog vogel is, is gaaf. De achterkant, waar de leeuw huist, is een basalten zoekplaatje. Hier is iets in elkaar gezet dat ooit met grof geweld uiteen is gesprongen. Beide beelden zijn onderdeel van een zojuist geopende tentoonstelling in het Pergamonmuseum, Die geretteten Götter.

Wat doe je als je een puzzel van 27.000 stukken in handen krijgt, waarvan je weet dat ze weliswaar onvergankelijk cultuurgoed vertegenwoordigen, maar waarvan tegelijk het probleem voor iedereen zichtbaar is: hoe moet dit ooit weer goed komen en hoeveel geld zal dat kosten?

Ooit was die puzzel van basalten brokstukken de vrijwel ongeschonden Tell Halaf-collectie van de Duitse diplomaat, oriëntalist en archeoloog Max von Oppenheim. Hij groef deze oeroude Aramese erfenis precies honderd jaar geleden op in het noordoosten van Syrië, bij de Turkse grens. Een paar jaar eerder had Oppenheim, toen hij onderzoek deed naar de mogelijkheid van een spoorlijn tussen Berlijn en Bagdad, de resten van een neolithische samenleving ontdekt. Tell Halaf is een nederzetting. Het is de plaats waar zich drieduizend jaar geleden de Aramees-Assyrische stad Guzana bevond; centrum en naamgever van de Mesopotamische Halaf-cultuur.

De kern van Oppenheims vondst bestond uit tientallen kolossale basalten sculpturen van goden en godinnen, dieren en mythische beesten. Terug in Berlijn richtte hij er een eigen museum voor in. Oppenheim, telg uit een joods bankiersgeslacht, was een bemiddeld man.

De museumrust werd in augustus 1943 ruw verstoord door een oorlogsbombardement. Oppenheims wereldwijd vermaarde Tell Halaf-collectie ging in vlammen op. Houten, kalkstenen en gipsen kunstschatten verbrandden. De gloeiend heet geworden basalten goden barstten met grof geweld uit elkaar toen ze met koud bluswater in aanraking kwamen. Wat restte was – inderdaad, die puzzel van 27.000 stukken.

Oppenheim had de tegenwoordigheid van geest om de geschonden resten van zijn levenswerk in kisten te laten verpakken. „Voor later.” Maar hij overleed in 1946, berooid en als ‘half-jood’ in de oorlogsjaren door de nazi’s verguisd. Met hem raakte z’n neolithische verzameling min of meer in de vergetelheid, ook als gevolg van de Duitse deling. Weinigen hadden zin in restauratie; niemand had er geld voor.

Tot een jaar of tien geleden. Een ‘slapende’ stichting die het erfgoed van Max von Oppenheim beheerde, deed de kisten met de 3.000 jaar oude goddelijke brokstukken over aan het Berlijnse Pergamonmuseum. En daar ging men met Duitse Gründlichkeit aan de slag. „Alles is in een grote hal uitgelegd en gesorteerd. Daarna zijn de stukken als een enorme legpuzzel in elkaar gezet en verlijmd met epoxyhars”, zegt Nadja Cholidis, wetenschappelijk leidster van het Restauratieproject Tell Halaf.

Cholidis vertelt dat zij en haar team hebben gewerkt volgens het „optimistische levensmotto” van Max von Oppenheim: „Ogen open, wees geduldig en houd goede moed.” Toen de puzzelwerkzaamheden ruim zeven jaar geleden begonnen, was er nergens in de wereld een vergelijkbaar archeologisch restauratieproject; er waren geen tekeningen en geen betrouwbare gegevens over hoe de basalten sculpturen er precies hadden uitgezien. „We hadden wat foto’s. Daarvan hebben we dankbaar gebruik gemaakt, maar echt betrouwbaar waren die niet.”

Adviezen om scans te maken en de computer het ordenende werk te laten doen, stuitten op grote technische problemen. Nadja Cholidis: „Uiteindelijk moesten we teruggrijpen op een bewezen low tech methode: goed kijken, passen en meten en altijd maar doorgaan. Dat hebben we zeven jaar lang gedaan.”

De Duitsers zijn gek op dit soort puzzels. Dat heeft enerzijds te maken met hun hang naar techniek en het vinden van oplossingen voor schijnbaar onoplosbare problemen. Anderzijds draagt de bijzondere kijk op de gewelddadige en gespleten geschiedenis van het land eraan bij om in oorlogen en revoluties beschadigde cultuurgoederen tot in de puntjes te restaureren. „Dat is onze historische plicht. Het hoort bij de Duitse Vergangenheitsbewältigung; bij de verwerking van ons verleden”, heeft de kunsthistoricus en Berlijnse museumdirecteur Peter-Klaus Schuster eens treffend gezegd. Hij is oud-voorzitter van de Stichting Pruisisch Cultuurbezit, waaronder het Pergamonmuseum valt.

Voorbeeld is het Neues Museum in Berlijn, een puzzel uit oude en nieuwe delen die na een jaren durend restauratieproces in 2009 een passend en verrassend geheel bleek te zijn geworden. Het museum was in de Tweede Wereldoorlog voor ten minste de helft kapot gebombardeerd.

Ander voorbeeld: de moeizame en vermoedelijk uiterst langdurige restauratie van het Stasi-archief. In de postrevolutionaire fase van de DDR, eind 1989, probeerde de communistische geheime dienst (de Stasi) de persoonsdossiers van bespioneerde burgers te verscheuren en verbranden. Vuilniszakken met miljoenen snippers konden door de oplettende bevolking worden gered. Die papieren puzzel wordt nu, met veel gevoel voor het eigen verleden, in elkaar gezet.

Na zeven jaar meten en plakken is in het Pergamonmuseum een unieke beeldenverzameling te zien; een doodgewaande neolithische schat die andermaal tot leven is gewekt. Drieduizend jaar geleden uit basalt gehouwen, in 1911 opgegraven, in 1943 uiteengespat en in het nieuwe millennium weer in elkaar gezet. Hoe lang de epoxyhars houdt, zal moeten blijken. In ieder geval een paar decennia, zo is de verwachting. Maar nu is ieder brokstuk en elke scherf tot achter de komma geregistreerd.

De goden uit het paleis van Tell Halaf zijn gered – ook voor het nageslacht.

Die geretteten Götter. T/m 14 aug in het Pergamonmuseum Berlijn. Inl: www.gerettete.goetter.de