Provincies: natuurgebied in gevaar

De bezuinigingen op natuur gaan volgens de provincies te ver. „Je bereikt een punt waarop je moet besluiten de Hoge Veluwe om te ploegen.”

Natuurgebieden zijn niet meer te onderhouden als het kabinet vasthoudt aan de bezuinigingen op natuur op korte termijn. Dan lopen ook bekende natuurgebieden gevaar, zoals de Veluwe, hoogveengebieden in Drenthe, en de Groote Peel en de Biesbosch.

Dat zeggen gedeputeerden van Noord-Brabant en Drenthe namens alle provincies. „Zonder onderhoud groeien onze vennen dicht”, zegt de Drentse gedeputeerde Rein Munniksma (PvdA). De provincies hebben de afgelopen maanden overlegd met staatssecretaris Bleker (Natuur, CDA) over diens plannen en berekend waar de kortingen in de praktijk op neerkomen.

De provincies krijgen voor het natuurbeleid, zo is nu gebleken, de komende drie jaar 600 miljoen euro minder van het Rijk dan met eerdere kabinetten was afgesproken. Ze krijgen geen 4,1 miljard euro, maar 3,5 miljard euro. Deze miljarden waren bedoeld om in de periode 2007-2013 aankopen te doen voor de zogeheten Ecologische Hoofdstructuur (EHS), het netwerk van natuurgebieden dat in 2018 klaar moet zijn. Het kabinet-Rutte breekt met dit beleid. Staatssecretaris Bleker wil de hoofdstructuur laten bij wat er na twintig jaar aanleg is bereikt. Als er nog natuurgebieden bijkomen, moet het beheer daarvan worden overgelaten aan boeren. De provincies weerspreken de stelling van Bleker dat inmiddels 90 procent van de EHS is gerealiseerd. Gedeputeerde Munniksma: „Dat is als je ook de bestaande natuur meetelt. Van de nieuwe natuur is slechts 50 procent gerealiseerd.”

Als mogelijk alternatief suggereren de provincies dat de bezuinigingen pas over enkele jaren ingaan. Veel projecten zijn, „na moeizame onderhandelingen”, al in gang zijn gezet, met boeren en omwonenden, met waterschappen, gemeenten en de Europese Unie over medefinanciering. „Die processen kunnen wij niet ineens stoppen. Als wij nu op de rem moeten trappen, laten wij een enorm remspoor achter”, zegt de Brabantse gedeputeerde Ruud van Heugten (CDA). Ineens stoppen zou bovendien de steun voor de natuurprojecten onder burgers schaden. „Dat is precies waaraan de provincies al jaren werken en waar het kabinet nu een streep door dreigt te zetten”, schrijven de provincies. Het was al zo moeilijk om te werken aan de Ecologische Hoofdstructuur, omdat de provincies vorig jaar óók al kampten met een tekort van „honderden miljoenen euro’s” voor het aankopen van landbouwgrond om er natuur van te maken. Van Heugten: „Hier komen brokken van.”

Voor het beheer van de bestaande natuur krijgen de provincies van dit kabinet niet 200 miljoen euro per jaar, maar 90 miljoen euro. Dat is te weinig, zeggen de gedeputeerden namens het Interprovinciaal Overleg (IPO). „Je komt op een punt waarop je moet besluiten de Hoge Veluwe om te ploegen, of zoiets”, zegt gedeputeerde Munniksma. Het kabinet wil dat boeren vaker natuur gaan beheren. Dat doen nu doorgaans Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en provinciale Landschappen. Maar ook de natuurboeren moeten uit het budget voor natuurbeheer worden betaald. Munniksma: „Het maakt me geen bliksem uit wie de natuur beheert, als het maar goed gebeurt. Maar er is nu nauwelijks geld voor.” Staatssecretaris Bleker zegt te hopen dat meer Europees geld naar natuurboeren gaat. Munniksma: „Dat belooft hij vaak. Maar het is maar de vraag of dat er ooit van komt.”

De provincies zeggen er begrip voor te hebben dat ook het natuurbeheer een bijdrage moet leveren aan de noodzakelijke bezuinigingen in Nederland. „Maar het moet wel mogelijk zijn en daarvoor is meer nodig dan een boekhoudkundige benadering”, schrijven ze. De provincies spreken van een „onevenredig zware bezuiniging”.

De gedeputeerden wijzen er tot slot op, dat zich ook ook andere financiers zullen terugtrekken als het Rijk stopt met meebetalen aan afgesproken projecten voor nieuwe natuur, recreatie en plattelandsvernieuwing. Munniksma: „Als het Rijk zijn kaart weg trekt, dan stort het kaartenhuis ineen. En daardoor wordt natuur juist weer duurder.” Als voorbeeld noemt hij een groot samenwerkingsproject om het Dwingelderveld definitief tegen verdroging te beschermen. „Dat project kost vijftien miljoen euro. Het Rijk betaalt daar vier miljoen aan mee. Als dat niet zo zou zijn, had de Europese Commissie haar geld er misschien ook niet aan gegeven.”