Noren voor Sven, gras bij Real

Nederlandse bedrijven zijn internationaal succesvol in de sport. Turntoestellen voor de Spelen en gras voor het WK voetbal, een hogere standaard bestaat niet.

Toulon - Frankrijk - - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - Tour de Méditerranéen 2010 - 5e etappe - Robert Gesink (Rabobank) - foto Wessel van Keuk/Cor Vos ©2010
Toulon - Frankrijk - - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - Tour de Méditerranéen 2010 - 5e etappe - Robert Gesink (Rabobank) - foto Wessel van Keuk/Cor Vos ©2010 Cor Vos

Het is niet zomaar een ijsbaan. Dat weet Cees Boukens van koelspecialist Boukens Ice & Climate Solutions uit Enkhuizen maar al te goed. Het bedrijf rondde onlangs de bouw af van het hypermoderne ijsstadion in de Kazachstaanse hoofdstad Astana. Deze accommodatie moet de wonderbaan van Alma Ata (zie inzet) doen vergeten en werd in gebruik genomen tijdens de Aziatische Winterspelen, die dit weekend wordt afgesloten. Heel Kazachstan kijkt mee, inclusief de totalitaire regering van president Nursultan Nazarbajev. De schaatstrots van de Kazachstanen moet zo terugkeren.

Boukens zou een boek kunnen schrijven over de bouw van dit stadion, dat zo’n honderd miljoen euro kostte. Zo moest tijdens de bouw de financiering van het project nog worden geregeld. „Soms gebeurde er maanden niks omdat er geen geld werd vrijgegeven.” Het stadion moet een van de vier snelste banen ter wereld worden.

Het bedrijf Boukens legt samen met de Nederlandse ijsmeester Bertus Butter schaatsstadions aan. Boukens is van oudsher specialist in koel- en elektrotechnische installaties voor onder meer de agrarische sector, en is sinds tien jaar in de sportwereld actief. Het bedrijf (25 medewerkers) bouwde het ijsstadion in het Russische Kolomna en verrichtte een grootschalige verbouwing aan Thialf in Heerenveen. „Bouwkundig is er heel weinig ervaring met overdekte schaatsbanen, wij zijn in die markt gesprongen”, zegt Boukens.

In de export van ‘sport’ gaan honderden miljoenen euro’s om, zo blijkt uit een rondgang langs 25 bedrijven. In iedere sportniche zijn Nederlandse firma’s actief: van voetbalvelden, veldverwarmingssystemen, kunstgrasvelden tot turntoestellen en klimaatkamers voor gesimuleerde hoogtetraining. Het Nederlandse bedrijfsleven werkt voor machtige sportorganisaties als de wereldvoetbalbond FIFA en het Internationaal Olympisch Comité (IOC) en levert aan Europese topclubs als Real Madrid, Manchester United en Bayern München.

Hoe komt het dat Nederland een succesvol exportland is voor sport? Allereerst: het innovatie- en kennisniveau is hoog, ook op sportgebied. Ten tweede: bedrijven moeten noodgedwongen over de grens kijken. Dat zegt Pieter Nieuwenhuis, oprichter en directeur van het Utrechtse (sport)adviesbureau Hypercube: „De sportmaterialen zijn meestal voor nichemarkten, waarvoor de markt in Nederland te klein is.”

Ook helpt het bedrijven dat Nederland internationaal wordt gezien als een sterk sportland, zegt sportmarketeer Bob van Oosterhout. „Voetbal en Nederland zijn één. Dus wanneer een Nederlands bedrijf claimt het allerbeste gras te hebben, wordt dat als geloofwaardig gezien.”

De totale exportwaarde van sport in 2006 voor Nederland was 1,1 miljard euro, berekende het ministerie van Economische Zaken. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat sport ruim 82.000 arbeidsplaatsen creëert.

Veel ondernemingen op de lijst zijn actief op het gebied van (kunst)grasvelden, zoals Hendriks Graszoden uit het Limburgse Heythuysen. Het bedrijf legt bij tientallen clubs in Europa velden aan en verzorgde het gras bij het WK voetbal in 2006 in Duitsland en het EK in 2008 in Zwitserland en Oostenrijk. „Het telen van de graszoden duurt veertien tot vijftien maanden”, vertelt directeur John Hendriks. „De teelt is een kunst op zich. Het is een continu proces: onkruidbestrijding, beregening, bemesting en in het groeiseizoen twee tot drie keer per week maaien. De kosten voor vervoer zijn bij verre bestemmingen fors. Voor één voetbalveld zijn al vijf vliegtuigen nodig.”

Gemiddeld kost de aanleg van een nieuw voetbalveld 100.000 euro, het bedrijf doet dertig tot veertig velden per jaar. Voetballers zijn doorgaans kritisch op het gras, weet Hendriks. Zo moest het bedrijf in 2005 een nieuwe mat aanleggen bij Real Madrid, nadat spelers als David Beckham en Raúl hadden geklaagd.

Nederlandse sportleveranciers zijn volgens marketingdeskundige Van Oosterhout in het buitenland vaak bekender dan in eigen land. „Door hun alliantie met buitenlandse sportorganisaties zouden ze zich nog veel meer kunnen profileren”, zegt hij. „Kun jij je een beter keurmerk voorstellen dan dat je de turntoestellen levert voor de Olympische Spelen? Of het gras voor WK voetbal? Een hogere standaard bestaat er niet.”