Niet bedoeld om op te scheppen

Zondag in de Kunsthal: een expositie met hoogtepunten uit de Caldic Collectie.

Joop van Caldenborgh: „Ik koop niet per se kunst uit sociaal oogpunt.”

„Dat schilderij van Evi Vingerling moet hoger. Nee, ietsje lager. Zal ik het even doen?” Tientallen medewerkers zijn in de Rotterdamse Kunsthal bezig met de inrichting van zijn tentoonstelling I promise to love you, maar kunstverzamelaar Joop van Caldenborgh (1940) houdt de regie het liefst in eigen hand. Een perfectionist? Van Caldenborgh lacht. „Ik vrees het ergste.”

Met zijn Caldic Collectie behoort Van Caldenborgh tot de grootste privéverzamelaars van Nederland. Hoe omvangrijk zijn collectie precies is, weet niemand, maar het moet om duizenden kunstwerken gaan. In de Kunsthal worden ter ere van het veertigjarig bestaan van de Caldic Collectie zeventig werken getoond die Van Caldenborgh in de afgelopen tien jaar aankocht – een fractie dus van wat er in de depots moet liggen. Maar, zegt Van Caldenborgh: „Deze tentoonstelling is niet bedoeld om op te scheppen.”

Ze hangen er wel, de grote namen uit de hedendaagse kunst. Er staat een vitrinekastje vol vissen van Damien Hirst (With You, 2008), er is een indrukwekkend drieluik van Anselm Kiefer (Karfunkelfee, 2008), en je vindt er een achtdelige filminstallatie van Sam Taylor-Wood. Van Caldenborgh heeft de werken associatief gerangschikt. Een rood doek van Daan van Golden naast een aapje met roodgelakte nageltjes van Sylvia B. Tere borduurwerkjes van Louise Bourgeois naast een kwetsbaar beeld van Berlinde De Bruyckere.

Uit de tentoonstelling is niet één smaak te destilleren. Bent u een alleseter?

„Ik heb een doorsnee willen laten zien van wat ik verzamel: video, driedimensionaal werk, schilderkunst, fotografie. Hedendaagse kunst kent al die facetten. Die diversiteit toon ik. Je kunt er voor kiezen om alleen Cobra te verzamelen, of alleen Mesdag. Ik ken zo iemand. Als ik bij hem thuis komt, word ik zeeziek.”

Wat is het dat u triggert in een kunstwerk?

„Er moet iets zijn wat beroert, wat emotie oproept. Die emotie kan verdriet zijn, maar ook vreugde of ergernis. Ik kan verliefd worden op een kunstwerk omdat het op een bijzondere manier gemaakt is, of omdat er een knappe gedachte uit spreekt. Het leuke van de omgang met kunstenaars is dat ze hersens hebben die vaak heel anders werken dan mijn zakelijke hersens. Ik ga veel bij kunstenaars op bezoek, praat met hen over het weer, het leven, de dood. Het is zo’n andere wereld dan die van de chemische industrie. Maar dat is juist zo leuk, om naast je hard calculerende werk zo nu en dan ook meer filosofisch bezig te zijn. Een mooie combinatie, die mij evenwicht en rust brengt.”

Voelt u zich verantwoordelijk om kunstenaars in deze tijd van bezuinigingen ook financieel te steunen?

„Zeker, het feit dat ik werk koop is een vorm van ondersteuning. Maar ik doe dat niet per se uit sociaal oogpunt. Ik geloof er niet in dat een kunstenaar beter wordt als hij financieel ondersteund wordt. Als kunstenaars te veel worden gesubsidieerd, bestaat de kans dat ze gemakzuchtig worden. Wat mij betreft moet de kunstenaar zwaar werk doen. Ik ben een zakenman die zijn eigen bedrijf heeft gerund en opgebouwd, en ik vind dat anderen dat in hun métier ook moeten doen. Veel mensen roepen dan: maar dan krijg je commercieel werk. Dat is niet waar. Er zijn heel veel landen die kunstenaars niet zo ondersteunen als wij en waar toch heel goede kunst gemaakt wordt. Kijk maar naar Amerika.”

Maar zo’n geefcultuur, waarbij particulieren de kunstsector ondersteunen, is er in Nederland nog niet.

„Dat klopt. En ik zeg ook niet dat het Amerikaanse systeem ideaal is, maar het is een systeem. Niemand wordt vrolijk van bezuinigingen. In het bedrijfsleven is het niet anders. Maar dan gaan we nieuwe producten bedenken, nieuwe klanten zoeken. Waarom kan een museum dat niet?”

U heeft altijd gezegd geen eigen museum te willen. Is dat nog steeds zo?

„Ik denk daar de laatste tijd veel over na. Dat zal ook wel met mijn leeftijd te maken hebben. Want ik moet er natuurlijk iets mee, met die collectie. Kortom, er wordt over een museum gefilosofeerd. Maar het is nog niet zo concreet dat ik kan zeggen: hier komt het en dan gaat hen open. Het betekent nogal wat. Ik heb er moeite mee iets half te doen, dus zo’n museum zal best ingrijpend zijn.”

tentoonstelling

I promise to love you 6 febr t/m 15 mei in de Kunsthal, Rotterdam. Inl: www.kunsthal.nl