Nederland is prima partner in Caraïben

Nederland hielp goed mee om de Venezolaanse president Hugo Chávez aan te pakken.

Maar de drugsbestrijding in Suriname en Curaçao was te soft, vonden de Amerikanen.

Een echte bondgenoot. Zo denken de Verenigde Staten over de rol van Nederland in het Caraïbisch gebied. Nederland komt er op voor Amerikaanse belangen, en het kan tegenwicht bieden aan de Spaanse dominantie in het EU-beleid voor Latijns-Amerika.

Dat blijkt uit diplomatieke post uit de periode 2003-2009, die NRC Handelsblad en RTL Nieuws in handen hebben via de Noorse krant Aftenposten.

„Met de Britten zijn de Nederlanders een betrouwbaar trans-Atlantisch anker in Europa”, schrijft de Amerikaanse ambassadeur in Nederland, Clifford Sobel, in 2005. „Als Europees land met belangen in het Caraïbisch gebied heeft Nederland goede redenen binnen de EU een leidende rol op zich te nemen als het gaat om een strategie tegenover Venezuela. We moeten elke mogelijkheid benutten om de Nederlanders te steunen in hun pogingen de destabilisatiepolitiek van [de Venezolaanse president] Chávez tegen te gaan, en we moeten hun Europese lobby ondersteunen om ervoor te zorgen dat de EU de rug recht houdt.”

Sobels lovende woorden over de samenwerking met Nederland in het Caraïbisch gebied staan bijna haaks op de scherpe kritiek die eerder is geuit. In 2003 overheerst in de diplomatieke ambtsberichten afkeuring van het Nederlandse drugsbeleid.

In een gesprek met toenmalig minister Donner (Justitie, CDA) in 2003 is Sobel uiterst negatief over het Nederlandse beleid om drugskoeriers uit Curaçao en Suriname met kleine hoeveelheden cocaïne ongemoeid te laten. „Een verkeerd signaal en geen langetermijnoplossing voor het probleem”, aldus Sobel. Bolletjesslikkers zouden in het land van herkomst moeten worden aangepakt in plaats van op Schiphol, vindt Sobel. Volgens Donner is daar medewerking van de Antilliaanse regering voor nodig, die hij niet zomaar kan afdwingen. Amerikaanse druk op de Antilliaanse regering zou helpen, zei Donner.

Nederland voert 100-procentscontroles in: iedere reiziger uit de Antillen wordt op Schiphol gecontroleerd. Maar negen maanden nadien zijn Amerikaanse diplomaten nog steeds ontevreden. Waar Donner van een succes spreekt, uiten de Amerikanen in hun ambtsberichten twijfels. Kleine drugskoeriers met een proces-verbaal naar huis sturen, zien zij als een gemiste kans om informatienetwerken rondom smokkelaars en hun organisaties op te zetten.

Het stoort de verbindingsman op de Haagse ambassade die het contact met de Amerikaanse drugsbestrijding onderhoudt bovendien dat Nederland namen van aangehouden drugskoeriers slechts met enkele luchtvaartmaatschappijen deelt. Landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië krijgen die ‘zwarte lijsten’ ook, de Amerikanen niet. „Ambassadepersoneel zal druk blijven uitoefenen om alsnog informatie te krijgen over aangehouden drugskoeriers”, meldt hij Washington.

Vanaf 2005 raakt de kritiek op het Nederlandse drugsbeleid op de achtergrond. De Amerikaanse ambtsberichten gaan dan vooral over de rol van Nederland in het Caraïbisch gebied, de militaire samenwerkingsverbanden van Nederland en de VS daar en de houding tegenover Venezuela.

In 2005 neemt Nederland de oorlogstaal van Chávez voor het eerst serieus. Het houdt rekening met een annexatie van de Antillen. „Als we er morgen zouden vertrekken, zijn ze de volgende dag van Venezuela”, zegt toenmalig minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) in mei 2005 tegen Sobel. Ook de Amerikaanse diplomaten nemen die dreiging ernstig. Zo’n annexatie kan ook de Amerikaanse belangen schaden. Curaçao geldt als belangrijke militaire uitvalsbasis voor drugsbestrijding in de regio.

In de diplomatieke post is niet alleen veel aandacht voor Venezuela, maar ook voor de interne politieke verhoudingen op Curaçao. Oppositiepartijen die de banden met Nederland willen verbreken en die met Venezuela aanhalen, winnen aan populariteit. Zowel Nederland als de VS hebben er belang bij om die oppositie de wind uit de zeilen te nemen, blijkt uit de voorbereiding van een werkbezoek van toenmalig minister-president van de Antillen Etienne Ys in 2005. Hij wordt in de ambtsberichten een pragmatisch politicus genoemd die goede banden met Den Haag onderhoudt en openlijk stelling neemt tegen Chávez’ provocaties. Zojuist heeft hij nog een ‘pro-Chávez-minister’ uit zijn regering verwijderd.

Dat formele bezoek van Ys aan Washington moet worden aangegrepen om zijn positie op Curaçao te verstevigen, stellen Nederlandse diplomaten hun Amerikaanse collega’s voor. „Als Ys terugkeert naar Curaçao zonder aanwijsbaar resultaat, zullen zijn politieke rivalen thuis en mogelijk ook Chávez zelf dat uitleggen als een bewijs van zijn irrelevantie.”

Ook de vraag of de bevolking van Curaçao in mei 2009 bij referendum instemt met een autonome status binnen het Koninkrijk der Nederlanden, krijgt in 2009 aandacht in de ambtsberichten. Curaçao mag dan autonoom worden, Nederland houdt de zeggenschap over het buitenlandse en justitiebeleid. Het ‘nee-kamp’ vindt dat een verkapte rekolonisatie en legt in de campagne nadruk op de beëindiging van de Amerikaanse militaire aanwezigheid op het eiland.

Die campagne wordt mogelijk betaald vanuit Venezuela, meldt een ambtsbericht een maand voor dat referendum. Het ‘ja-kamp’ krijgt weliswaar geld van rijke zakenlui uit Curaçao en Nederland, maar de uitslag blijft ongewis, aldus de Amerikanen. Een overwinning van het ‘nee-kamp’ zal de Antilliaanse politieke verhoudingen nog verder verwarren, luidt de vaststelling. Uiteindelijk winnen de voorstanders nipt.