Mjoesieum distrikt

Op z’n minst een keer of tien per week kom ik in de tram langs het Museumplein, al tientallen jaren. Zo ben ik zuiver toevallig ooggetuige geworden van de veranderingen die zich daar in deze rusteloze tijd hebben voltrokken. In de jaren negentig lag daar nog de ‘kortste snelweg van Nederland’, een met baksteen bestrate vierbaansweg, de verbinding tussen De Lairessestraat en het fietstunneltje onder het Rijksmuseum. Links van het Concertgebouw lag het Lindenlaantje, dan de Sandbergvleugel van het Stedelijk, in de achtertuin de grote sculptuur van Richard Serra en daarna kwam het Van Gogh Museum. Dat was al klaar.

Toen maakte zich dat eigenaardig radicalisme van het gemeentebestuur meester. Alles moest ‘op de schop’. Dat is de uitdrukking die omstreeks die tijd in zwang is gekomen. Volgens de Dikke Van Dale is een van de betekenissen: overhoop halen. Eerst kwam een Deense landschapsarchitect, Andersson. De snelweg verdween, er kwamen een ondergrondse parkeergarage en een filiaal van Albert Heijn, en het Museumplein werd een grasvlakte die een paar maal per jaar, bij evenementen, in een modderpoel verandert.

In 2007 brak de volgende fase aan. Ik citeer een ANP-bericht van 28 april van dat jaar. „Het Museumplein in Amsterdam gaat er in de toekomst mogelijk anders uitzien. De gemeente Amsterdam, het stadsdeel Oud-Zuid en aan het plein liggende culturele instellingen als het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Concertgebouw praten met elkaar over een nieuwe vormgeving. De partijen zijn tot nu toe alleen bij elkaar gekomen voor een brainstormsessie. Voor de zomer willen ze met een meer uitgewerkt voorstel komen. Een eventuele opknapbeurt of herinrichting hangt samen met de verbouwing van zowel het Rijksmuseum als van het Stedelijk Museum. Het Rijks opent in 2010 de deuren, het Stedelijk in 2009. Het plein moet passen bij de uitstraling van de musea.”

Wethouder Carolien Gehrels deed haar historische worp: een steen door een ruit van de Sandbergvleugel, er werd hoera geroepen en de omtovering was begonnen. Vier jaar later is het Rijksmuseum nog half dicht, het Stedelijk op een kiertje open en het plein nog steeds een modderige vlakte. De zogenoemde Badkuip, de nieuwe ingang van het Stedelijk, staat in de steigers, de zijde die aan de Van Baerlestraat grenst, is door schuttingen voor het publiek verborgen. Ook al jaren. En nu blijkt dat aannemer Midreth failliet is. Deze krant had er dinsdag een artikel over, waaruit ik concludeer dat aan de verwikkelingen geen touw valt vast te knopen.

Van het aannemersbedrijf heb ik geen verstand. Maar ik vind dat ik er wel aanspraak op mag maken dat de kunst in het algemeen, zoals die door de kenners van de musea in de loop der tijden is verzameld, voor het publiek, mij inbegrepen, goed bewaard en toegankelijk moet blijven. Als de overheid daar niet in slaagt, levert ze een wanprestatie. Deze manifeste wanprestatie wordt nu al jaren door het publiek getolereerd. We willen onze Luceberts, Rauschenbergs, Oldenburgs, Tinguely’s, Kienholzen terug!

De tram bereikt de Paulus Potterstraat. Mjoesieumdistrikt, zegt de automatische omroeper. Ik denk aan wat er in Kairo gebeurt. Daar pikken ze het niet meer. Met tienduizenden de straat op! Waarom doen wij dat niet? Omdat het niet helpt. Een dictator kun je afzetten. Een conglomeraat van wanbeheer zeurt door.