Liefde ontbreekt op bruidsmarkt Vietnam

Oost-Aziatische mannen kunnen in Vietnam snel en simpel een boerendochter trouwen. Voor beide partijen is het een zakelijke transactie. „Lach eens zodat we je tanden kunnen zien!”

De Zuid-Koreaanse bruidegom heeft geen moeite gedaan om goed voor de dag te komen. In zijn verwassen T-shirt en korte broek neemt hij plaats aan tafel, in een hotel-restaurant in Ho Chi Minh Stad. Voor hem zitten drie nerveuze, potentiële bruiden. De vrouwelijke organisator begint ze te ondervragen. Hoe oud ben je? Hoeveel broertjes en zusjes heb je? En waarom is je gezicht zo rood, je hebt toch niet gehuild?

Dan stelt ze de bruidegom voor. Hij is 42, verdient tweeduizend dollar per maand, werkt in een fabriek voor elektriciteitskabels en je hoeft niet voor zijn ouders te zorgen. „Sta op van tafel als jullie hem niet leuk vinden. Je kunt nu nog nee zeggen, willen jullie of niet?” Alle vrouwen blijven zitten.

Op deze manier trouwen elk jaar duizenden Vietnamese vrouwen met Zuid-Koreaanse, Taiwanese of Singaporese mannen, in de hoop op een beter leven. Het is een ‘afhaalbruidenindustrie’: vrijgezelle mannen komen voor een week naar Vietnam, kiezen een bruid en trouwen een dag later. Wanneer de verblijfspapieren voor het nieuwe land in orde zijn, reist hun nieuwe vrouw ze achterna. De bruidenmakelaardij is illegaal in Vietnam, vandaar geen namen in dit stukje; in december arresteerde de politie nog vier makelaars.

Het geheel is meer een zakelijke transactie dan een blind date. De bruiden laten hun geboortecertificaat controleren en beantwoorden vragen. Het zijn boerendochters, midden twintig, sommigen hebben alleen de lagere school afgerond en ze willen trouwen „om hun ouders te helpen”. Ze kijken meer naar het tafelblad dan naar hun aanstaande echtgenoot. „Lach eens zodat we je tanden kunnen zien!”, roept de organisator. Dan nemen drie nieuwe vrouwen plaats, want de bruidegom wil wel wat te kiezen hebben voor de paar duizend euro die hij betaalt.

Na een uurtje zijn twee vrouwen overgebleven. De Koreaanse bruidenmakelaar controleert hun nagels. Ze lopen een stukje, om zeker te stellen dat ze geen handicap hebben. Ze schrijven een zinnetje om te zien of ze dat wel kunnen. De organisator geeft ze nog wat korte instructies over het leven in Zuid-Korea. „Twee struikelblokken zijn het eten en de taal. En vraag niet waarom je man niet van je houdt, want jij hebt hem jouw hart ook nog niet gegeven, dus hoe kan hij van je houden?”

Dan komt het ‘aanzoek’. De bruidegom krijgt een roos in zijn handen gedrukt, hij gaat staan en geeft hem aan een van de twee vrouwen. Ze gaat blij staan, de bruidenmakelaar maakt een foto van de verloofden en ze vertrekken. Drie overgebleven aspirant-bruiden gaan weer aan tafel zitten voor de tweede bruidegom: nieuwe ronde, nieuwe kansen.

De mannen die hier komen zijn de verliezers op de huwelijksmarkt in eigen land, waar vrouwentekorten heersen. Arm, sociaal onhandig. Sommige vrouwen blijken bij terugkeer een geestelijke gehandicapte te hebben gehuwd. Als een van de vrouwen aan de tweede bruidegom vraagt of hij een eigen bedrijf heeft, neemt de organisator niet eens de moeite haar vraag te vertalen. „Natuurlijk niet, als hij zo’n zaak had, dan zou hij hier niet komen. Je moet een beetje kritisch blijven nadenken.”

Van de ruim veertigduizend Vietnamese bruiden in Zuid-Korea, is slechts de helft gelukkig, bleek uit onderzoek van de Vietnamese ambassade in Seoul.

Nguyen Thi Be Ngoan (25) kan erover meepraten. Zij is net gescheiden van haar Taiwanese man, met wie ze op haar achttiende trouwde. Haar zoontje heeft ze moeten achterlaten. Dankzij haar huwelijk kon ze bijna drieduizend dollar per jaar naar haar ouders sturen. „Maar ik voelde me eenzaam en verveeld. Ik kon geen band met hem opbouwen”, vertelt ze snikkend. „Het was een fout. Zij groeien op in hun eigen cultuur en hun eigen land, en wij ook. Je hebt heel erg weinig gemeen.”