Lalalalala. Ik wil het niet weten

Transparantie is belangrijk, maar sommige dingen wil je gewoon niet weten.

Dat je favoriete voetbalteam al jaren doping gebruikt, bijvoorbeeld.

Ergens in de jaren zestig werd in Nederland ‘bewustwording’ een modewoord. Er ontstonden allerlei initiatieven om ‘bewustwording’ te stimuleren. Het idee was: wanneer zoveel mogelijk mensen zich realiseren dat er een probleem bestaat (honger in Afrika, politieke gevangenen, corruptie), zal het democratische systeem dit vanzelf oplossen. Het is geen toeval dat Stichting Ideële Reclame (SIRE) in 1967 werd opgericht.

Inmiddels is ‘awareness’ volledig ingeburgerd. Het staat zelfs op nummer 18 in de beroemde lijst ‘Stuff white people like’. Omschrijving: “An interesting fact about white people is that they firmly believe that all of the world’s problems can be solved through “awareness”, meaning the process of making other people aware of problems, and then magically someone else like the government will fix it.” Blanke mensen geven grote concerten en diners, verkopen T-shirts of armbandjes, schrijven boeken of houden speeches, allemaal voor dat ‘stukje bewustzijn’. Daarna doen ze een stap naar achteren, hun werk is gedaan. Het is als de blauwe pil die Neo in The Matrix neemt: ik zie in dat er iets mis is, nu word ik wakker en komt alles goed.

Ik ben een jaar geleden (weer) vegetariër geworden. De reden: Eating Animals van Jonathan Safran Foer, het groene boek dat zoveel mensen bekeerd heeft tot het herbivorenbestaan. Veel passages zijn erg sentimenteel, maar één redenering raakte me.

Volgens Foer is het te verantwoorden dat je vlees blijft eten, wanneer je alle informatie over de bio-industrie tot je hebt genomen en er vervolgens argumenten tegen geeft. Zoals: „tja, best zielig, maar de mens is nu eenmaal superieur aan het dier”. Zelf kon ik de gigantische hoeveelheid gedetailleerde informatie uit het boek niet meer afstandelijk bekijken. Ik nam de kleine moeite om te stoppen met het eten van vlees.

Dit was ‘een stukje bewustwording’ pur sang, maar de vraag blijft waarom zoveel andere mensen hun handen op hun oren zetten en heel hard gaan zingen als het over dit soort zaken gaat. Ik ben geen vegetarische missionaris, maar heb over dit onderwerp wel vaak gesprekken met vrienden en familie. Allemaal weldenkende mensen, die gruwen van de bio-industrie, maar toch doorgaan met vleesconsumptie.

De reacties vallen in twee categorieën uiteen. De eerste is begripvol en welwillend, maar beroept zich op tegenargumenten: „Ja, ik zou wel willen stoppen en je hebt gelijk, maar het is zo lekker” (mijn moeder). De tweede is wat agressiever (mijn broertje): „Jongen! Laat me gewoon doen wat ik wil!”

Hoe verklaar je die reacties? Misschien is dit het probleem. De mens onderscheidt zich van dieren door de ontwikkeling van een zelfbewustzijn, maar zou er ook zoiets bestaan als te veel bewustzijn? Zowel ideële als commerciële reclamecampagnes zijn steeds meer de nadruk gaan leggen op het individu en zijn mogelijkheden.

Daarnaast is onze kennis over het verleden en vooral ook het heden enorm toegenomen. Dankzij WikiLeaks en schrijvers als Jonathan Safran Foer (en dichter bij huis: Joris Luyendijk) zien we steeds beter hoe voorheen onzichtbare mechanismen functioneren en hoeveel er mis is.

Al deze kennis is duizelingwekkend en legt voortdurend een enorme druk op het individu: wat ga jij met deze informatie doen? Naast de bekende keuzestress over de inrichting van hun carrière (‘wat moet ik worden’), kampen veel jonge mensen met idealenstress (‘waar moet achter staan en wat kan ik doen?’).

Luyendijk legt bijvoorbeeld in zijn laatste boek Je hebt het niet van mij, maar… de belangenverstrengeling bloot die er in ons politieke systeem bestaat tussen politici, journalisten, lobbyisten en woordvoerders . Dat is soms choquerend. Luyendijk biedt echter nauwelijks oplossingen en laat ons achter met een gekmakende ‘awareness’: nu weet ik dit, maar wat moet ik doen? Na Eating animals kon ik stoppen met vlees eten. Maar ik kan moeilijk geen deel meer nemen aan onze democratie.

Daarom begrijp ik de reacties van mijn vrienden en familie steeds beter. Want wie zich echt van alles bewust is, zal binnen de kortste keren depressief in bed vreugdeloos Mad Men liggen te kijken. Met zoveel pogingen tot het creëren van bewustzijn, die vaak geen oplossing bieden, kun je deze kennis maar het beter op afstand houden.

Daar zijn we ook heel goed in geworden: we negeren de knipperende banners, die naast de stukken op Nu.nl om onze aandacht schreeuwen. En we zeggen tegen de wervende jongens en meisjes met clipboard op straat al bij voorbaat: „Nee sorry”.

Sommige dingen wil je gewoon niet weten; het leven is al moeilijk genoeg. Dat je vriendin haar orgasme faket. Dat je favoriete voetbalteam al jaren doping gebruikt. Dat de explosies in Die Hard 4.0 door een of andere computernerd zijn gemaakt, en niet door John McClane.

Zoals Theo Maassen ooit zei: „Sta je een blikje Coca Cola te drinken, komt er iemand bij staan die zegt: ‘wist je dat daar tweeëntwintig suikerklontjes in zitten?’ Ik heb dan altijd de neiging om als diegene met een lekker wijf ligt te neuken, erbij te gaan staan en te zeggen: ‘wist je dat zij voor zeventig procent uit water bestaat?’” Mensen houden van hun illusies.

Transparantie en kritische denkers zijn heel belangrijk, maar er begint een overkill aan openbaringen te ontstaan. Er worden ons voortdurend blauwe pillen aangeboden. Onze mond zit er zo vol mee, dat we bijna niet kunnen doorslikken. Mag ik een glaasje water, alsjeblieft?

Rutger Lemm (1985) studeerde geschiedenis met filosofie, is s stand-up comedian en hoofdredacteur van hardhoofd.com.