Lachen om niet te huilen

In een tweewekelijkse serie over boeken die bijna onopgemerkt bleven, een bloemlezing uit het moppenoeuvre van Max Tailleur

Een agent heeft een man aangehouden wegens openbare dronkenschap. De zaak komt voor. De politierechter zegt tegen de agent: ‘Dat deze man op handen en voeten over de Haarlemmerweg kroop, bewijst nog niet dat hij dronken was.’ Dat moet de agent toegeven. ‘Natuurlijk niet, meneer de politierechter’, zegt hij, ‘maar hij probeerde de witte streep in het midden op te rollen.’ Nog een mop. Een man komt bij de waarzegster op de kermis. Zij kijkt in haar kristallen bol en zegt: ‘U bent getrouwd en u bent vader van twee kinderen.’ Waarop de man zegt: ‘Drie.’ De waarzegster kijkt weer in de bol, dan met een glimlach om de mond naar de man en zegt: ‘Dat denkt u.’ Ook een goede grap – of misschien eerder een sterke scène, waar zo een psychologische thriller op zou kunnen volgen. Wat gaat die man doen als hij uit de waarzegsterstent komt?

Beide grappen zijn te vinden in Sam en Moos, een dikke bloemlezing uit het moppenoeuvre van Max Tailleur (1909-1990). Ik heb er de afgelopen weken heel wat uren in gelezen en er vaak om moeten lachen. Er zitten korte absurdistische toneelstukjes bij. Onwaarschijnlijk scherpe uitvluchten uit onwaarschijnlijk penibele situaties. Leerzame vertellingen over wijze rabbijnen. En sterke verkooptrucs van slimme handelaren – zoals in die ene winkel met, heel bijzonder, theekopjes voor linkshandigen, die natuurlijk, vanwege de exclusiviteit, wel wat meer moeten kosten dan de normale kopjes.

Maar er zat ook veel meligheid tussen. Ik zag nu waar al die flauwe mopjes van vroeger vandaan kwamen. Ik kwam oude bekenden tegen. ‘Als Moos in de trein met zijn benen op de bank zit, komt de conducteur binnen en zegt: ,,Dat doet u thuis toch ook niet?’’ Waarop Moos antwoordt: ‘‘U knipt thuis toch ook geen kaartjes?’’ ’

Die mop is nu bekend in de uitvoering van Sjef van Oekel. Zou Wim T. Schippers de grap uit een boekje van Tailleur hebben gehaald? Of zou Tailleur een grap van de tv hebben overgenomen? Dat deed hij wel vaker, zo valt in de inleiding van Jan Luitzen te lezen. ‘Wat doet het ertoe, als u maar lacht’, schreef hij in het voorwoord van Wat sex je me nu. Dat was een van zijn vele moppenbundels. Ze verschenen vrijwel jaarlijks, in enorm hoge oplagen (totaal 1,6 miljoen) en ze waren bijna allemaal voorzien van tenenkrommende titels als ’t Neusje van de gein, Soft drukkies en Kleedt u zich maar even uit. Niet alleen de titels waren voor veel mensen tenenkrommend. Dat was vooral de figuur Tailleur zelf. In zijn cabaret De Doofpot en in zijn vele boekjes speelde hij in het begin van de jaren vijftig een karikatuur van de joodse armoedzaaier van vlak voor de oorlog, met een repertoire dat voor een groot deel bestond uit mopjes van vlak voor de oorlog. Voor hemzelf was het nostalgie, een manier om met het leed van de oorlog om te gaan: ‘Ik lach om niet te huilen.’ Maar voor veel joden was het juist pijnlijk – al die karikaturen, en al dat lachen erom, vooral door het niet-joodse publiek. Ssluimerend antisemitisme werd weer aangewakkerd, vreesde men.

Dat speelt nu niet meer. De vooroorlogse joodse cultuur is verdwenen, de verwijzingen naar joodse gebruiken worden niet meer begrepen, en Sam-en-Moos-grappen worden al lang niet meer als grappen over joden gezien. „Sam en Moos zijn ‘ontjoodst’”, zegt Jan Luitzen. En dat geldt ook voor Bram, die in een inrichting zit en met een kruiwagen ondersteboven door de tuin rijdt. Een bezoeker geeft een nuttig advies: ‘Je moet hem omdraaien!’ Maar Bram antwoordt: ‘Ik ben niet gek. Als ik hem omdraai, doen ze er zand in.’

Sam en Moos: De beste moppen van Max Tailleur. Samenst. Jan Luitzen, Nijgh & Van Ditmar, 256 blz. € 12,50.