Kan jouw ketel die verschillende soorten gas aan?

De kwaliteit van het aardgas in Nederland verandert ingrijpend door groeiende import uit het buitenland.

Moeten 14 miljoen cv-ketels en geisers worden aangepast?

Eindelijk kan Ferdinand Bronner (72) genieten van zijn douche. De afgelopen dertig jaar moest een kleine keukengeiser het water opwarmen. Maar nu niet meer. Een maand geleden heeft hij samen met zijn vrouw Cootje besloten een nieuwe HR-combiketel te laten installeren in hun rijtjeshuis in Egmond aan den Hoef. Een genot, zegt Bronner. „We zijn af van dat spartaanse dunne straaltje.”

Maar hoelang kunnen ze blijven genieten van hun nieuwe aanschaf? De kwaliteit van het aardgas in Nederland is lange tijd constant geweest, maar staat op het punt ingrijpend te veranderen door groeiende import uit het buitenland. Kan hun ketel dat aan? De vraag gaat niet alleen op voor hun apparaat, maar voor alle veertien miljoen cv-ketels en geisers in Nederland. En ook voor de gasgestookte elektriciteitscentrales, en voor de tachtig industriële bedrijven (waaronder Shell, AkzoNobel, DSM, Corus) die gas nodig hebben voor hun productieproces.

Bernard Wientjes, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, heeft deze week een brandbrief gestuurd naar minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Wientjes waarschuwt in zijn brief voor de naderende verandering van de aardgaskwaliteit, en de mogelijke schade voor de industrie. Hij vraagt Verhagen met klem het probleem „hoog op de agenda” te zetten. En om „snel oplossingen” te vinden. Want over zes maanden al dient zich de eerste grote verandering aan.

Dan komt namelijk de reusachtige terminal op de Maasvlakte in gebruik. Die terminal ontvangt afgekoeld, vloeibaar gas (liquified natural gas, LNG) dat per schip uit andere delen van de wereld is aangevoerd. Uit Qatar, Egypte, Libië. Dat gas heeft zijn eigen specifieke samenstelling. En er komt nog meer importgas.

Nederland gaat de komende jaren meer gas importeren via pijpleidingen. Uit Rusland, Noorwegen. Tegelijkertijd begint de productie van ‘groen’ gas op gang te komen – gas dat wordt geproduceerd in installaties waarin landbouwresten zoals mest, aardappelschillen, bieten en uien wordt vergist.

Als al die verschillende soorten gas door het Nederlandse netwerk gaan stromen, kan dat grote gevolgen hebben. Een eerste inventarisatie van de mogelijke schade is afgelopen december opgesteld door adviesbureau Kema en certificeringsbedrijf Kiwa. In hun rapport stellen ze vast dat bij cv-ketels en geisers de uitstoot van het giftige koolmonoxide gevaarlijk kan toenemen. Ook kan zich rond de brander in de ketel meer roet vormen, een proces dat de vorming van koolmonoxide versterkt.

Paul Gelderloos, technisch innovatiemanager bij ketelproducent Remeha, verwacht nog meer problemen. Kunnen de branders van bestaande ketels wel tegen een te grote variatie van de gaskwaliteit? „De brander kan te heet worden, of zelfs kapot gaan”, zegt hij. Kema en Kiwa hebben in dit rapport niet gekeken naar die effecten en de mogelijke schade ervan voor huishoudens.

Voor de industrie raamt het rapport wel de schade. Die ligt tussen 70 en 450 miljoen euro per jaar. „Als we ander gas krijgen, kan dat de efficiëntie van ons productieproces verminderen”, zegt Fred Govaert van het Amerikaanse bedrijf Air Products, dat speciale gassen en chemicaliën levert aan de industrie. Het concern heeft een fabriek in de Botlek. Die krijgt over een half jaar als een van de eerste bedrijven aardgas aangeleverd van de nieuwe LNG-terminal op de Maasvlakte. Air Products kan bij zijn fabriek een extra installatie bouwen die ongewenste componenten uit het aangeleverde gas haalt. Maar zoiets kost miljoenen. „Dan teren we in op onze marge, die toch al mager is”, zegt Govaert, die directeur Energie is voor de regio Europa. Hij vraagt zich bovendien af of zo’n installatie nog wel voor de zomer klaar kan zijn. En trouwens: „Waarom moeten wij opdraaien voor de problemen”, vraagt Govaert. Waarom kan er niet direct achter de LNG-terminal een installatie worden neergezet die het gas op de gewenste samenstelling brengt? En dan zou die installatie kunnen worden betaald door de bedrijven die het LNG importeren. Of door Gasunie, het staatsbedrijf dat het gas transporteert.

Minister Verhagen heeft 26 januari een brief naar de Tweede Kamer gestuurd over de kwestie. Hij schrijft dat hij eerst maatregelen gaat nemen voor de tachtig bedrijven die zijn aangesloten op het aparte gasnet dat zogeheten hoogcalorisch gas (H-gas) transporteert. Het geïmporteerde aardgas lijkt daar het meeste op, en zal voorlopig alleen door het net met H-gas stromen. Binnen een half jaar moet de industrie klaar zijn voor de komst van de nieuwe gassen, schrijft Verhagen. Wat hij daarvoor gaat doen, schrijft hij niet. Hij erkend dat de overgangsfase „krap” is. Er komt een speciaal projectbureau, voor advies en hulp. Volgens Govaert van Air Products schiet het niet op met dat bureau. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat het binnen een paar dagen aan de slag gaat.

Minder haast is er volgens Verhagen nodig voor de cv-ketels, geisers, gaskachels, en andere apparaten die zijn aangesloten op het net dat laagcalorisch gas (G-gas) levert – dat is gas met dezelfde kwaliteiten als het Slochteren-gas. Deze groep apparaten krijgt van Verhagen nog tien jaar, dan zullen de nieuwe gassen ook door het net met G-gas gaan stromen. Maar volgens Gelderloos is dat veel te kort. Het kost bedrijven als Remeha ongeveer vijf jaar om een nieuwe serie cv-ketels te ontwikkelen die zo’n brede variatie aan gassen aankan. Dus de komende vijf jaar kopen mensen nog gewoon de bestaande ketels. En die hebben een levensduur van doorgaans vijftien jaar. Het ministerie van Economische Zaken zou de termijn niet op tien, maar op twintig jaar moeten stellen, vindt Gelderloos. „Het ministerie stelt zich veel te laconiek op.”

Ferdinand Bronner laat het allemaal op zich af komen. Vooralsnog geniet hij van zijn nieuwe douche. Mochten zich problemen voordoen met zijn nieuwe cv-ketel, dan heeft hij garantie. Dat zal het wel oplossen.