Kan die pan wel op dat aardgas?

Heeft de veranderende kwaliteit van het Nederlandse aardgas tot gevolg dat cv-ketels, geisers en gaskachels moeten worden omgebouwd? Eerder maakte Nederland een dergelijke omschakeling mee, toen op 22 juli 1959 op de bietenakker van boer Kees Boon in de buurt van Slochteren het Groningse gasveld werd aangeboord.

In 1964 begon de Gasunie met de aanleg van een transportnet door heel Nederland. In dat jaar werden ook de eerste woningen aangesloten op het Groningse aardgas. Tot dan toe kookten veel mensen op stadsgas. In gasfabrieken werd steenkool gedestilleerd waarbij brandbaar gas vrijkwam. Dit stadsgas werd via gasleidingen naar de afnemers gebracht.

Omdat aardgas en stadsgas in een aantal opzichten – zoals calorische waarde, verbrandingssnelheid, en luchtbehoefte – van elkaar verschillen, was het nodig dat circa vijf miljoen toestellen werden omgebouwd.

In vergelijking met stadsgas is de halve hoeveelheid aardgas nodig om dezelfde warmte te bereiken, maar met dezelfde hoeveelheid luchttoevoer. Dit betekent dat aardgas onder hogere druk staat dan stadsgas. Vandaar de ombouw.

Deze operatie werd zorgvuldig gecoördineerd met de bouw van het transportnet. Als ergens in het land de omschakeling gereed was, moest daar ook direct het aardgas worden geleverd. December 1968 werd in Egmond aan Zee formeel het einde van de ombouw gevierd.

Het publiek werd op de ombouw voorbereid door een uitvoerige voorlichtingscampagne: Aardgas in aantocht. Huisvrouwen kregen een uitnodiging om de film Van stadsgas naar aardgas te komen zien. Veel mensen stonden huiverig tegenover het nieuwe gas en wisten bijvoorbeeld niet of ze hun oude pannen nog konden gebruiken. De kosten van de ombouw kwamen voor rekening van de gemeente en de Gasunie.

Cees Banning