'Hij was een omgekeerde ijsberg'

Winnaar van de Koude Oorlog, voorvechter van de vrijheid – Ronald Reagan, 100 jaar geleden geboren, creëerde zelf een gelikt imago, vertelt zijn jongste zoon in een felrealistisch portret, en Menno de Galan las dat.

David Elliot Cohen (red.): Ronald Reagan. A Life in Photographs. Inclusief een voorwoord van Newt Gingrich en zes historische redevoeringen. Sterling, 224 blz. € 25,-.

Ronald Reagan. Ter Herinnering 1911-2004. Elsevier, 102 blz. € 8,95.

Ron Reagan: My Father at 100 Viking, 228 blz. € 26,-.

In het boek Ronald Reagan, A Life in Photographs komt overste Oliver North niet voor. Evenmin is er een foto van de 40ste president van Amerika (1981-1989) met zijn veiligheidsadviseur John Poindexter. In het speciale nummer van het tijdschrift Elsevier, evenals het fotoboek verschenen ter gelegenheid van de 100ste geboortedag van Reagan (6 februari 1911), staan ze ook niet afgebeeld.

Tot tevredenheid waarschijnlijk van de president, die 5 juni 2004 op 93 jaar oud overleed. Reagan, die een bijna pathologische afkeer had van chaos en de confrontatie met de bittere werkelijkheid meed als de pest, zou ze niet hebben kunnen verdragen in publicaties waarin zijn leven vooral van de zonnige kant wordt bekeken.

Slechts één afbeelding in Ronald Reagan, A Life in Photographs, is gewijd aan de zogeheten Iran-Contra-affaire, die Reagan in zijn tweede termijn in grote politieke problemen bracht. Geen gelukkige keuze, bovendien: Reagan, gekleed in een karakteristiek bruin pak, neemt in het Oval Office aantekeningen door met ministers Caspar Weinberger (Defensie), George Shultz (Buitenlandse zaken), Edwin Meese (Justitie) en stafchef Donald Regan. Los van de zorgelijke gezichten zegt de foto weinig over de impact van het schandaal.

In het bijschrift wordt de datum vermeld: 25 november 1986. Die avond zou Meese tijdens een persconferentie de bevolking op de hoogte brengen van de kern van de affaire: het doorsluizen van geld dat Washington had ‘verdiend’ met de clandestiene verkoop van wapens aan Iran naar het verzet tegen de socialistische sandinistische regering van Nicaragua.

Poindexter had diezelfde dag zijn ontslag aangeboden, North dreigde in staat van beschuldiging te worden gesteld. De president wankelde, maar uit foto noch bijschrift wordt dat duidelijk. In het bijschrift staat dat Reagan, na een onderzoek van zeven jaar dat 35 miljoen dollar kostte, niet op de hoogte bleek te zijn van deze kwestie. Impliciete boodschap: verspilling van belastinggeld.

Wie wil weten welke invloed de Iran-Contra-affaire had op het gemoed van de president kan terecht bij de memoires van Ron Reagan, jongste kind van Ronald en Nancy Reagan. In het intieme en onthullende My Father at 100 schrijft hij dat zijn vader in deze periode ‘verloren was in een mist van depressie en ontkenning’. Zijn vader kampte met een zorgwekkende informatieachterstand, of hij was helemaal niet op de hoogte van wat er om hem heen gebeurde. Opmerkelijker is dat zijn vader al in 1986 aan Alzheimer zou hebben geleden.

‘The fellas’

In eerste instantie was Reagan Sr in zee gegaan met ‘misdadige personen’ die hem een diplomatieke opening naar Iran, vrijlating van gegijzelde Amerikanen in Libanon en ondersteuning van de contra’s in Nicaragua in het vooruitzicht hadden gesteld. Toen deze activiteiten op straat lagen, had hij zijn lot in handen gelegd van ‘the fellas’; naaste medewerkers in het Witte Huis die hem uit de brand moesten helpen. Zelf kon hij de waarheid niet onder ogen zien. ‘Corruptie in eigen gelederen’ kon hij niet aan, aldus Ron Reagan. Het zou tot begin maart 1987 duren voordat de president, tegen zijn zin, de verantwoordelijkheid op zich nam voor een element van de affaire: de verkoop van wapens aan Iran in ruil voor de vrijlating van enkele gegijzelde Amerikanen. Met het herschrijven of het bijstellen van het script waarin hij zelf de hoofdrol vervulde, had hij volgens Ron Reagan altijd grote moeite. En hij niet als enige.

Ruim voor zijn dood was Ronald Reagan door Republikeins Amerika al heilig verklaard als winnaar van de Koude Oorlog, voorvechter van een kleine overheid en individuele vrijheid en hij was kampioen van de belastingverlaging. Dat op al deze nobele daden wel wat valt af te dingen, doet er niet toe. De implosie van de Sovjet-Unie werd gebagatelliseerd; de belastingverhogingen (na de aanvankelijke verlagingen), de uitbreiding van de overheid en de groei van het overheidstekort (vanwege de explosieve stijging van de defensiebegroting) werden hem niet persoonlijk aangerekend.

De Reagan die behoudend Amerika zich wenst te herinneren, is de Reagan die in het fotoboek en het herinneringsalbum van Elsevier ruimschoots aan bod komt. Mooie foto’s, daar niet van, van een president die in charismatisch opzicht kon wedijveren met zijn voorganger John Kennedy (1961-1963). Maar toch. Meer dan bij Kennedy heb je het gevoel te kijken naar een gelikte show. De Reagan die vlak voor zijn eerste top met Gorbatsjov in Genève in het gangpad van het vliegtuig een golfballetje slaat oogt net iets te ontspannen. De Reagan die op zijn ranch, achter een tafeltje, voor het oog van de pers zijn handtekening zet onder belastingwetgeving doet wel heel erg zijn best er als cowboy uit te zien.

Of is dat het (voor)oordeel van een achterdochtige recensent? In het voorwoord van de speciale uitgave van Elsevier schrijft hoofdredacteur Arendo Joustra dat ‘veel Europeanen, ook Nederlanders’ dachten dat de Amerikanen een acteur hadden gekozen, en nog wel een B-acteur’ toen Reagan zijn intrede deed in het Witte Huis. In plaats daarvan nam een doorgewinterde politicus het heft in handen: gewezen vakbondsleider, oud-gouverneur van Californië en (niet vermeld door Joustra) een kandidaat die in de voorverkiezingen van 1976 nipt werd verslagen door de zittende president Gerald Ford: ‘Reagan was dus geen marionet die alleen speelde dat hij president van de VS was.’

Vals spel

Een raspoliticus dus? Reagans zoon Ron denkt er subtiel anders over. In My Father at 100 schrijft hij: ‘Critici hebben hem lang beschuldigd van vals spel, van het enkel acteren van bepaalde rollen. Zo’n oppervlakkige analyse ontkent de centrale afwijking in mijn vaders persoonlijkheid: hij speelde altijd dezelfde rol zonder dat hij zich daarvan bewust was; hij ging er totaal in op.’

Reagan, aldus Ron, was de regisseur van zijn levensverhaal, dat in essentie bestond uit twee lijnen: de vurige wens te worden (h)erkend als een man van betekenis, ja zelfs als een held; en zijn in wezen eenzelvige natuur. Hij was een ‘omgekeerde ijsberg’. Negentig procent was publieke persoonlijkheid, de Reagan die wij onmiddellijk herkennen in de foto’s. Tien procent was afgeschermd van het publiek en zijn medewerkers en mocht vooral niet worden gefotografeerd. Die Reagan besteedde zijn tijd en energie aan het vijlen van zijn karakter voor zijn publieke optredens. Het was hard werk: ambitie moest worden beteugeld, teleurstellingen overwonnen, nederlagen verwerkt, tegendraads of opstandig gedrag de kop ingedrukt.

Negatieve karaktertrekken wiste hij uit, ook voor zijn familieleden. ‘Als ze eerlijk waren, zouden zijn (vier) kinderen eensluidend zijn in hun oordeel: hij was een vreemde snoeshaan, zoals ze nog nooit eerder hadden ontmoet. Niet op een duistere manier, juist niet. Hij had in feite zo’n natuurlijk zonnig karakter, was zo totaal ongekunsteld, zo verstoken van cynisme of kleinzieligheid dat hij erin was geslaagd voor zichzelf een totaal eigen categorie van vreemdheid te scheppen.’ De heroïsche Reagan, de president die volledig in zijn rol opging, is te zien in de twee herdenkingsboeken. Wie op zoek is naar de gecompliceerde Reagan, de falende president van de Iran-Contra-affaire, leze het felrealistische portret van zijn zoon.