Het gevecht van de blote mannen

Waarom heet dit boek eigenlijk niet ‘Verliefde mannen’, vraagt Rob van Essen zich af bij het lezen van D.H. Lawrences opnieuw vertaalde klassieker.

Women in love 1970 Ken Russell Alan Bates Olivier Reed
Women in love 1970 Ken Russell Alan Bates Olivier Reed Photo12

D. H. Lawrence: Verliefde vrouwen. Vert. Barbara de Lange. Athenaeum–Polak & Van Gennep, 560 blz. € 34,95

Het begint als Jane Austen. De gezusters Brangwen zitten in de erker van hun ouderlijk huis en praten over het huwelijk. Ze hebben hun eigen leven, Ursula geeft les, Gudrun is kunstenares. Een man, kinderen – ze moeten zenuwachtig lachen bij het idee. Het is hoe dan ook een ervaring, volgens Gudrun. ‘Het is eerder het einde van alle ervaring,’ zegt Ursula.

Meteen daarna gaan de zussen de deur uit, om de bruiloft bij te wonen van de dochter van de plaatselijke mijneigenaar. De bruid wordt beschreven als ‘een bruisende branding’, ‘een lachende wolk’, met andere woorden: als iets wat vervliegt – één windvlaag en het is weg.

Het is niet de 19de eeuw, maar de 20ste; en het is dus niet Jane Austen. Ursula en Gudrun Brangwen spelen de hoofdrol in Women in Love, de klassieke roman (1920) van D.H. Lawrence.

Het idee om over de zussen Brangwen te schrijven kreeg Lawrence al voor WO I. Het project groeide uit tot een onderneming die twee romans opleverde, The Rainbow en Women in Love. Dat laatste boek is nu als Verliefde vrouwen verschenen in de Perpetua-reeks, in een uitstekende nieuwe vertaling van Barbara de Lange.

The Rainbow (1915) beschrijft in knoestige, oudtestamentische taal de geschiedenis van drie geslachten Brangwen in tijden van industriële revolutie. In Verliefde vrouwen is de taal moderner en de stijl soepeler. Het is geen kroniek, zoals zijn voorganger, maar een verkenning, die zich afspeelt in de jaren na de Eerste Wereldoorlog.

De gesprekken en het huwelijksfeest waarmee het boek begint maken meteen duidelijk wat het onderwerp is van de verkenning: liefde in de moderne tijd. In de wereld van The Rainbow was het huwelijk nog een noodzakelijkheid en een vanzelfsprekendheid, maar in het begin van de 20ste eeuw is dat anders, in ieder geval in de maatschappelijke lagen waarin het verhaal speelt.

Op het huwelijksfeest zijn de twee mannen aanwezig met wie de zusjes Brangwen het gevecht zullen aangaan: Gerald Crich, de zoon van de plaatselijke mijndirecteur en Rupert Birkin, een onderwijsinspecteur met wat eigen geld. Crich is de man van de praktijk. Birkin is een pessimistische intellectueel met verheven idealen over liefde en vriendschap.

Birkin krijgt iets met Ursula, Gerald met Gudrun. En dan begint een heftig spel van liefde en afstoting, in een sfeer van pessimisme en doem. De mens is niet alleen vervreemd van zijn cultuur, door mechanisatie en industrialisatie is hij ook het contact met de natuur kwijtgeraakt. En dat is dramatisch, want de mens is een natuurwezen, iets wat Lawrence steeds weer benadrukt. Het wemelt in de roman van dierlijke gevoelens en dierlijke blikken. Maar tegelijkertijd weet niemand raad met de natuurkrachten die vrijkomen in de liefde. Is het huwelijk de enige manier om die krachten te kanaliseren ?

Alles draait om dominantie en overgave, maar welke rol is voor wie weggelegd? Om zijn mannelijkheid te bewijzen roept Gerald voor de ogen van Gudrun twee keer op gewelddadige wijze een dier tot de orde (de eerste keer een schrikachtig paard, de tweede keer een chagrijnig oud konijn), maar juist hij gaat uiteindelijk machteloos aan de liefde ten onder. Ondertussen blijft Birkin dromen van zijn ideaal: een diepe relatie met een vrouw waarbij plaats is voor een hartsvriendschap met een man. Hij heeft het een paar keer met Gerald over een bloedbroederschap, maar Gerald schrikt terug.

Liefdesstrijd

Er wordt heel wat afgepraat, maar nergens krijgt Verliefde vrouwen het karakter van een verhandeling. Dat komt doordat Lawrence zijn hoofdpersonen niet gebruikt als spreekbuizen van kant-en-klare ideeën. Het zijn mensen die twijfelen en zichzelf tegenspreken. Bovendien besteedt Lawrence veel aandacht aan de omgevingen waarin de liefdesstrijd van het kwartet zich afspelen, of het nu gaat om het grauwe Engelse mijnstadje waar ze vandaan komen, de bohème van Londen waar ze zo nu en dan naartoe vluchten of de onbarmhartig koude Alpen waar het laatste deel van het boek zich afspeelt.

Door de uitgewerkte manier waarop Lawrence die verschillende decors oproept, worden de vier hoofdpersonen ingebed in iets groters, een aardse wereld die door het gebruik van symbolen en archetypische scènes soms mythische proporties aanneemt. Lawrence speelt dat klaar zonder dat de personages dorre sjablonen worden, een krachttoer die resulteert in een intense roman, waarin ook na 90 jaar nog leven zit.

Die intensiteit is ook een gevolg van het feit dat Lawrence zijn eigen worstelingen in zijn personages stopte. Vooral in de cultuurpessimist Birkin zit veel van de schrijver zelf. Uit Lawrences correspondentie blijkt dat hij een grote behoefte had aan mannenvriendschap en gefascineerd was door homoseksualiteit – net als Birkin. De andere personages uit het boek baseerde hij op mensen uit zijn directe omgeving, die daar niet altijd even verguld mee waren.

Je vraagt je trouwens wel af waarom Lawrence zijn boek niet Men in Love heeft genoemd. Niet alleen lijken de mannen meer door de liefde gegrepen dan de vrouwen, ook als personages komen ze beter uit de verf. De kleurige kleding die Ursula en Gudrun dragen komt uitgebreid aan bod, maar zelf blijven de zussen wat vaag, terwijl de mannen zich scherp uitgelicht door het verhaal bewegen, van de ene deceptie naar de andere, terwijl er voortdurend een seksueel geladen spanning tussen hen hangt.

Die spanning komt tot een hoogtepunt tijdens de geruchtmakende passage waarin de twee mannen naakt met elkaar worstelen. Die cruciale ontmoeting vindt plaats op de kamer van Gerald, waar Birkin zijn toevlucht heeft gezocht nadat Ursula zijn huwelijksaanzoek heeft afgewezen. Het gevecht wordt beschreven in de taal van een stevige vrijpartij, waarbij op een gegeven moment sprake lijkt van de ‘lichamelijke vereniging van twee tot één gesmede lichamen’. (Ook in de film die Ken Russell in 1969 van de roman maakte zorgde deze episode voor veel ophef; de scène waarin Alan Bates en Oliver Reed elkaar poedelnaakt te lijf gaan, is terug te vinden op YouTube.)

Woordherhalingen

Verliefde vrouwen verscheen twee jaar voor Ulysses, in de bloeiperiode van het modernisme. Lawrence was niet zo’n volbloedmodernist als Joyce, maar ook hij brak met de conventies van de traditionele roman. Verdwenen zekerheden vinden hun weerslag in zijn stijl. Hij maakt veel gebruik van woordherhalingen, en dat geeft de tekst zowel een zoekend als een bezwerend karakter. Ook schrijft hij veel openlijker over seks dan tot dan toe gebruikelijk was, en probeert hij daarvoor een nieuw idioom te ontwerpen. Soms komt dat idioom wat bombastisch over, zoals wanneer het gaat over de ‘in brons gegoten leden’ van een opgewonden man. Maar ook de moderne wereld blijkt een dankbare bron voor vergelijkingen. Vooral elektriciteit is populair bij Lawrence. Er is sprake van ‘elektrische’ sidderingen, en veel zaken (krachten, hartstochten, tintelingen en zelfs onderworpenheid) krijgen het bijvoeglijk naamwoord ‘elektriserend’ mee. Al die woordherhalingen en eigentijdse metaforiek zorgen ervoor dat Lawrences stijl zich makkelijk laat parodiëren. Als op een gegeven moment sprake is van ‘de akker van zijn levende, radioactieve lichaam’ is het moeilijk om niet in lachen uit te barsten.

Toch zou die lach ten onrechte zijn. Natuurlijk, Verliefde vrouwen is een hoogdravend boek, maar als je oog hebt voor de onderstroom van grimmige vertwijfeling, neem je de plechtstatigheid en bombast voor lief. Het is Lawrence heilige ernst, dat proef je aan alles. Ironische distantie is dan ook misplaatst, al was het maar omdat ook wij nog steeds worstelen met de vraag hoe we onze relaties moeten vormgeven.

Het kwartet uit Verliefde vrouwen weet het ook niet. Juist het uitblijven van een antwoord redt het boek. Als Lawrence een pasklaar antwoord had gepresenteerd, zou de roman een saai traktaat zijn geworden. Nu blijft Birkin/Lawrence letterlijk tot op de laatste pagina worstelen met zijn ideaal. De lezer worstelt met hem mee.