Geen brood en banen maar wel veel kernwapens

Pakistan is aartsrivaal India voorbijgestreefd in aantallen kernwapens.

Maar de geldverslindende wapenwedloop gaat ten koste van de eigen bevolking.

De Indiase oud-diplomaat G. Parthasarathy heeft geen last van slapeloze nachten. Deze week berichtte The Washington Post dat aartsrivaal Pakistan India is voorbijgestreefd in aantallen kernwapens. De voormalig ambassadeur in Pakistan heeft het stuk gelezen maar is niet geïntimideerd. Het gaat er om of India een „minimale geloofwaardige nucleaire afschrikking” tegenover de Pakistaanse dreiging kan stellen. En dat kan het, zegt hij.

Het Pakistaanse kernwapenarsenaal zou de laatste jaren zijn verdubbeld van naar schatting 30 tot 60 wapens vier jaar geleden, tot tussen de 100 en 110 nu. De berekeningen komen van nucleaire deskundigen, verbonden aan gerenommeerde particuliere organisaties als de Federation of American Scientists (FAS) en het Institute for Science and International Security (ISIS). The New York Times schreef de volgende dag dat de Pakistaanse proliferatie frontaal botst met het streven van president Barack Obama naar nucleaire ontwapening. Dat is pikant omdat de Verenigde Staten Pakistan hebben omarmd als belangrijke bondgenoot in de regio in de strijd tegen terrorisme – tot wantrouwen van India.

Afgaande op de Amerikaanse kranten is Pakistan hard op weg de op vier na grootste kernmacht in de wereld te worden. De VS, Rusland en China hebben veel meer kernwapens, en mogelijk ook Israël. Maar het zou Groot-Brittannië en Frankrijk zelfs al op de hielen zitten. Of dat klopt is niet makkelijk te verifiëren – een openbare boekhouding over het aantal kernwapens wordt niet bijgehouden. Uit een vorig jaar door de FAS opgesteld overzicht blijkt dat de Pakistaanse achterstand ten opzichte van Frankrijk en Groot-Brittannië nog groot is. De schattingen over het huidige aantal kernwapens in India lopen uiteen van zestig tot honderd.

Hoe (on)nauwkeurig de berekeningen ook zijn, vaststaat dat Pakistan de laatste jaren zijn kernwapenproductie fors heeft opgevoerd. Eind november 2008 kregen de ambassadeurs van de NAVO-lidstaten een treffende beschrijving van de situatie in het land voorgeschoteld, zo bleek onlangs uit door WikiLeaks naar buiten gebrachte Amerikaanse ambtsberichten. De economie ligt aan duigen, meer dan eenderde van de bevolking is werkloos of heeft geen fatsoenlijke baan, maar Pakistan produceert in hoger tempo kernwapens dan enig ander land, onthulde een hoge Amerikaanse inlichtingenfunctionaris.

Dat geldt nog steeds. Deze week waarschuwde het hoofd van het Internationale Rode Kruis, Tadateru Konoé, voor sociale onrust als gevolg van voedselschaarste in de door overstromingen getroffen gebieden van Pakistan, net zoals recentelijk in Tunesië. Tegelijkertijd maakt Pakistan er geen geheim van zijn kernwapenprogramma verder uit te breiden om een geloofwaardige afschrikking te behouden. Dat daarvoor steeds meer kernkoppen nodig zijn, is volgens Islamabad de schuld van de VS en India. Het verwijst naar het nucleaire akoord tussen de VS en India en naar India’s toetreding tot de zogheten Nuclear Suppliers Group (NSG). Weliswaar gaat het daarbij om civiele kernenergie, maar door de Amerikaanse steun is India in staat eigen nucleaire brandstof voor militaire doeleinden te gebruiken.

Pakistan is wel gedwongen „de vereiste stappen” te zetten, zei de Pakistaanse gezant Zamir Akram vorige week op een VN-bijeenkomst in Genève over ontwapening. „Pakistan verwerpt elke poging zijn strategische afschrikking te ondermijnen.”

Oud-diplomaat Parthasarathy is niet de enige die vertrouwt op India’s capaciteit om terug te slaan na een eerste aanval. De Indiase nucleaire doctrine gaat uit van het principe van ‘no first use’, en dat hoeft volgens hem niet te veranderen. „Kernwapens zijn niet preventief bedoeld.”

Los daarvan: de Indiase afschrikking is niet exclusief gericht op Pakistan, maar ook op eventuele Chinese dreiging, zegt hij. „Waarom hebben de VS het alleen over Pakistan en kijkt men niet naar het land dat het Pakistaanse kernwapenprogramma op poten heeft gezet. Waarom durft men China niet aan te pakken?”

Ook militair analist Ali Ahmed, verbonden aan het Institute for Defence Studies & Analysis in Delhi, begrijpt de ophef niet goed. Dat Pakistan India aan het inhalen was met het aantal kernkoppen, was al bekend, zegt hij. Dat hoeft op zich niet verontrustend te zijn. „Kernwapens zijn politieke wapens, niet bedoeld om militair in te zetten. Hoeveel kernwapens Pakistan nodig denkt te hebben, is zijn soevereine beslissing. Dat kan niet door anderen worden gedicteerd.”

Ahmed denkt dat Pakistan niet veel verder gaat dan zo’n honderd kernkoppen – de politieke logica voor meer ontbreekt. Voor India is de huidige balans geen probleem. „Als ze naar 150, 200 gaan, kun je vragen stellen bij hun bedoelingen. We moeten niet alleen Pakistan ter verantwoording roepen. Het breidt zijn nucleaire productie uit om reden van nationale veiligheid. De getallen zijn miniem vergeleken bij de immense aantallen van de VS en Rusland.”