Geef communisme een tweede kans. Echt, nu zijn we er wel klaar voor

Soldaat Raqymzhan Qoshqarbaev vlagt WOII af. Waarschijnlijk in scène gezet.

Alleen omdat we er wat slechte ervaringen mee hebben is communisme uit de gratie geraakt. Doodzonde, vindt literatuurprofessor Michael Hardt. In The Guardian betoogt hij dat onze bezitterige aard de innovatie in de informatiesamenleving remt. Wie weigert te delen blokkeert vooruitgang.

Ofwel: communisme hoort helemaal bij deze tijd, het gemeenschappelijke heeft de toekomst. Pas als we waarde hechten aan dingen die niet van ons zijn komen we als collectief tot bloei, meent de coauteur van The Idea of Communism (Verso Books, november 2010). Hardt erkent dat het concept communisme de vorige eeuw kleerscheuren heeft opgelopen. Communisme staat voor velen gelijk aan ‘totale controle van de staat van het economische en sociale leven’. Maar dat is niet de invulling die Karl Marx eraan gaf, schrijft Hardt. En daarom wordt het tijd dat we eens over die negatieve connotatie heen stappen.

We zijn meer dan dat wat we hebben
Het afschrijven van communisme heeft volgens Hardt dramatische gevolgen voor de politieke praktijk. Te vaak doen we alsof we alleen de keuze hebben tussen kapitalisme en socialisme. De kwalen van het kapitalisme bestrijden we met nationalisering en de kwalen van staatscontrole met privatisering. Dat is kortzichtig, aldus Hardt. In beide gevallen blijven we de wereld en onszelf definiëren op basis van eigendomsrelaties. Privé- danwel staatsbezit. Maar de economie bestaat uit zoveel meer dan goederen en diensten. Denk aan de productie van ideeën, informatie, beelden, kennisvormen, (programmeer)codes en sociale relaties. Zodra we dat soort immateriële zaken toe-eigenen neemt de productiviteit erom heen af, betoogt Hardt. Collectief worden we armer. Niemand behalve de eigenaar kan er meer aan sleutelen, de innovatie stokt.

Echte piraten zijn best oké
De hunkering naar bezit is volgens de professor ook niet bevorderlijk voor de klassieke industrie. Producten komen immers voort uit ideeën. Hij wijst erop dat de neiging om iets eigen te maken heeft geleid tot ernstige vormen van uitbuiting. Grondstoffen worden onttrokken aan de gemeenschap en octrooien worden ontleend aan genetische codes van planten, dieren en mensen. Dat noemt Hardt biopiraterij: bedrijven zetten het gemeenschappelijke om in eigendom. Echte piraten hebben een veel edeler roeping, voegt hij er meteen aan toe. “Zij stelen eigendom.”

Privébezit heeft ons zó dom en eenzijdig gemaakt, schreef Marx ooit, dat we zijn gaan denken dat een object alleen van onszelf is als we het hebben. Hardt wil dat we daarom weer leren de waarde van dingen in te zien die we niet bezitten. Pas dan kunnen we bergen verzetten. “Of heeft privébezit ons zo dom gemaakt dat we die waarde niet meer kunnen erkennen?”