Galeries

Beeldend kunstenaars kijken af bij film

Galerie Blaak 10

Cinegraphic / Photomatic. T/m 20 febr in Galerie Blaak 10, Witte de Withstraat 7a, Rotterdam

Sinds een aantal jaren besteedt het International Film Festival Rotterdam ook veel aandacht aan beeldende kunst met een speciaal filmkunstprogramma, te zien in talloze deelnemende galeries en musea.

Hoe ziet dat soort filmkunst eruit? Beeldende kunst is goed in sterke beelden, film in verhaal en beweging. De film die Vincenzo Onnembo in Galerie Blaak 10 laat zien, is een mooie combinatie van beide – een compilatie van krachtige close-ups: trotse koppen, een vulkaan, een kip die wordt onthoofd, het bloed dat op de grond druppelt. Vooruit, er zitten clichés in, maar als filmers dat mogen dan mogen kunstenaars dat ook.

Onnembo exposeert in de academiegalerie Blaak 10 met nog vier kunstenaars die hun films of foto’s een filmische kwaliteit geven. Allemaal volgen ze de masteropleiding van het Piet Zwart Institute. Femke de Bruijn filmde natuurscènes waar, begrijpelijk, weinig tot niets gebeurt. Een grasspriet wappert, een rups kruipt langs. Landschappen zijn eeuwen geleden uitgevonden door schilders, maar zulke natuurscènes komen ook voor in oorlogsfilms als Saving Private Ryan, waar een frontsoldaat zich afsluit voor alle geweld en je met hem inzoomt op een lieveheersbeestje.

Alle vijf kijken ze iets bij film af, maar voor de samenstellers is dat niet genoeg. Het Piet Zwart Institute is een theoretische vervolgopleiding en dat blijkt in de tentoonstelling. Die poneert de theorie dat het witte doek aan belang inboet, nu we door de gsm en videoschermen op straat heel anders naar film gaan kijken. Als je dat leest, geloof je het meteen. Alleen wordt die stelling ontkracht door het omringende werk. Want alles wat er te zien is, had ook in de vorige eeuw gemaakt kunnen worden. De Oostblok-achtige betongrauw die Tanja Deman fotografeerde heeft ons de hele vorige eeuw achtervolgd en ook de door lichten beschenen sculptuur van Sebastian Cimpean heeft niets met het mobiele tijdperk te maken.

Weliswaar maakt Roeland Veraart met blokjes een soort geanimeerd stadslandschap, lijkend op animaties die mobieltjes vertonen als je ze aanzet. Maar vooral kennen we ze nog van videoclips van jaren geleden. Nee, deze tentoonstelling laat zien dat beeldende kunst het wint als het gaat om grote woorden. Maar het witte doek wint het nog altijd als het gaat om grootse beelden.

Sandra Smets

Jonge kunstenaars omarmen de kwast

Galerie Jos Art

Veertien jonge kunstenaars van de Academie in Dortmund. T/m 20 febr, KNSM-laan 291 Amsterdam.

Jan Kolata en Christian Freudenberger van de Academie in Dortmund selecteerden voor Galerie Jos Art werk van veertien studenten, die zelf de tentoonstelling inrichtten. Zo’n expositie krijgt vanzelf iets willekeurigs, omdat een visie ontbreekt – de enige overeenkomst tussen de kunstenaars is immers dat ze jong zijn, studeren aan dezelfde academie en veelbelovend zijn volgens hun professoren.

Tegelijkertijd biedt zo’n tentoonstelling de mogelijkheid te zappen langs jong talent. Wie zijn de ontdekkingen? Wat is het niveau? En zijn er misschien toch overeenkomsten, in materiaal, stijl, thematiek?

De meeste deelnemers werken figuratief, zo blijkt. Er zijn dromerige, pastellen aquarellen, vreemd vervormde reclamebeelden, poppen en vrouwfiguren en een verzameling nageschilderd jaren vijftig-design. Ook opvallend: deze kunstenaars omarmen de schilderkwast. Enige uitzondering is Roland Baege: hij maakt glanzende, vervormde foto’s van stoplichten en neonreclames op strakke platen aluminimum.

Mooi griezelig zijn de schilderijen van Astrid Sophie Wilk. Zij maakte uitvergrote, onschuldig ogende poppenfiguren: grote ogen, lange vlechten. Maar ze schilderde zwart op zwart. En over de eerste afbeelding maakte ze een tweede, die tegen het duistere decor de naïeve eerste schildering een macabere schaduw geeft.

Vergelijkbaar, maar inhoudelijk spannender zijn de geborduurde werken op papier van Lena Schmidt: ijle, fragiele figuratieve voorstellingen, waarin met één draadje, één steek, een expressie of emotie wordt opgewekt. Schmidt borduurde van vier gesluierde vrouwen enkel de contouren; het oog van de kijker, en diens vooroordelen, kleuren de voorstelling in. Kwetsbaar is de vrouwfiguur, op een stoel gezeten, met de ogen geloken, alsof ze diep peinst. Haar lichaam gaat gehuld in een dikke kluwen garen, een wirwar van draadjes plots. Kijk je langer, dan lijkt het alsof zich uit die bedekking een been losmaakt. Een elegant, slank vrouwenbeen, de voet gespitst als bij een ballerina. Bedreigend is Schmidts geborduurde tweeling, in traditionele vrouwenkleding, met bivakmutsen op het hoofd. Twee draadjes laten een luikje bij hun ogen vrij; daarachter gaapt een onheilspellende leegte.

Herien wensink