Opinie

Egypte: een opstand of massaal protest is (nog) geen revolutie

De ombudsman

De massaprotesten in Egypte beheersen het nieuws in de krant. Maar wanneer wordt een opstand een revolutie?

NRC Handelsblad en revoluties – er gaan vreemde verhalen over. Zo is het een vaste grap op de redactie dat de krant de Val van de Berlijnse Muur in 1989 heeft gemist, of niet tijdig zag aankomen. We waren er in elk geval op de dag en avond zelf niet meteen bij.

De correspondent in Bonn was met bondskanselier Kohl in Polen, toen de grens tussen de Duitslanden op 9 november openging. Een verslaggever die in Bremen was schreef de volgende dag op de voorpagina dat nu die stad „in grote moeilijkheden” was gekomen, en haastte zich naar Berlijn. Een redacteur in Rotterdam maakte op basis van de Duitse televisie een reportage (met de dateline: Berlijn) vol „stinkende Trabantjes” en Wessi’s die met hamers op de Muur inhakten.

Waren we er toch nog – een beetje.

Een dag later stonden er echt twee verslaggevers aan weerszijden van de Muur. Hoe het met de stad Bremen afliep, vermeldt het verhaal niet.

Tien jaar eerder, toen in februari 1979 de bom barstte in Iran, had de krant nog geen correspondent in dat land. Wie kon erheen? Wout Woltz, correspondent te Londen, werd ingevlogen en deed in de straten van Teheran zijn eerste ervaringen op met een stadsoorlog. Hij leverde eersteklaswerk (en werd later hoofdredacteur).

Met de massale protesten in Tunesië en Egypte ging het anders. De krant is nu met meer correspondenten aanwezig in de regio en kon ook snel opschalen. De website van de krant onderscheidde zich bovendien met een goed georganiseerd en technisch hoogwaardig live-verslag, dat dagenlang druk werd bekeken.

Maar je moet zo’n historische gebeurtenis ook op tijd zien aankomen. Op 10 januari, vijf dagen voor het zover was, meldde de krant al dat Ben Ali, de Tunesische dictator, het mogelijk niet zou overleven. Bij Egypte was de avond na de eerste rellen een ‘medewerker’ ter plekke. De berichtgeving was consequent en zakelijk. Misschien wel iets té zakelijk, gezien de revolutionaire passie die inmiddels televisie en internet overspoelde.

Maar dat had een reden. Want wanneer is iets een revolutie?

De redactie buitenland en de eindredactie van de krant volgen een precieze lijn. In Egypte zijn massale volksprotesten uitgebroken, maar is (nog) geen radicale – en blijvende – ommekeer in de politieke, staatkundige of maatschappelijke verhoudingen. In Tunesië overigens ook niet, al is daar dankzij massale protesten een dictator verjaagd. Boven de stukken op de buitenlandpagina’s stond de afgelopen tijd dus ‘opstand in Egypte’ en niet ‘revolutie in Egypte’.

Revoluties zijn schaars, zegt de Midden-Oostenredacteur van de krant – van de Nederlandse, de Amerikaanse, Franse en Russische tot de Iraanse – en het begrip moet niet te makkelijk worden gebruikt. Vooral Amerikaanse media roepen graag revoluties uit, al dan niet voorzien van botanische voorvoegsels.

Terwijl ik dit schrijf (vrijdag) kan alles in Egypte natuurlijk nog snel, en dramatisch, veranderen. Om het in het Russisch te zeggen: van stolknovenje (schermutselingen), naar vostanje (opstand) en, al dan niet na een perevorot (staatsgreep) naar revolutsia, de definitieve omwenteling. Of juist van provocatie, via verdere escalatie van het geweld naar keiharde repressie of zelfs een militaire staatgreep.

Eenheid in taalgebruik (en inschatting van een situatie) is onder zulke omstandigheden moeilijk te realiseren bij een krant waar – gelukkig – mensen werken die zelf willen nadenken (in weerwil van de suggestie in die veel bekritiseerde reclameleus).

Soms leidt dat tot misverstanden en een Schlimmbesserung. De eindredactie verving, onnodig vind ik, het woord ‘burgerrevolte’ in een hoofdredactioneel commentaar door ‘hevige protesten’, maar vergat het werkwoord ook aan te passen: „De burgerrevolte in Egypte zet…” werd dus “De hevige protesten in Egypte zet…”.

Afgezien van zulke semantische besognes, is iedereen op de redactie het eens over het belang van de gebeurtenissen: in de Arabische wereld voltrekt zich een aardverschuiving van mondiale betekenis. De krant zet er dan ook terecht zwaar op in.

En wie was die anonieme ‘medewerker’ die opdook in Kairo? Freelance-correspondent Gert van Langendonck zat nog in Tunesië, dus die kon het niet zijn. Sommige lezers vermoedden duistere machinaties: een toerist, een ambassademedewerker?

Het was de correspondent Israël en Palestijnse gebieden, Guus Valk, die van Tel Aviv naar Kairo was gereisd, en daar nu ook onder naam verslag doet. Maar de eerste dagen hield hij, in overleg met de redactie, een low profile, omdat hij op straat middenin de onlusten en schietpartijen belandde. Een collega die op dezelfde vlucht was aangekomen, was gearresteerd en had het land inmiddels verlaten, een andere was gemolesteerd.

Zoiets vind ik een goede afweging: dan maar even geen naam in de krant. Veiligheid moet vooropstaan, en de man of vrouw ter plekke moet worden beschermd (al had de krant dat best bij zijn stukken kunnen uitleggen).

Kortom: deze revolte, opstand, of revolutie in wording heeft de krant dus allesbehalve gemist.

Alleen op zaterdag heeft de krant een keer, vind ik, een slag gemist in de presentatie. Op 15 januari stond de val van Ben Ali wel op de voorpagina, maar werd de uitleg naar pagina 7 afgedrukt, door de WikiLeaks-onthullingen.

Begrijpelijk genoeg, want dat was een forse primeur. Maar hadden de nieuwe pagina’s ‘Weekend’ hier geen uitkomst kunnen bieden?

Daar staat tegenover dat de krant maandag groot uitpakte met een degelijke (en heldere) spread over ‘Arabische regimes onder druk’, op dinsdag gevolgd door nog één. Knap werk, waar de lezer veel aan heeft.

Zo’n spread – een productie van twee pagina’s naast elkaar – zal nog wel meer benut worden na de overgang op compact formaat.

Ook dat is een revolutie die de krant niet wil missen.