Een roman vol Chinese gelukskoekjeswijsheid

Jannah Loontjens: Hoe laat eigenlijk?

Prometheus, 301 blz. € 17,95**

Zes zinnen op de openingspagina van Hoe laat eigenlijk? eindigen met een vraagteken. De zin die de vijf anderen samenvat luidt: ‘Waarom weet ik dit allemaal niet?’ Aaf Wolfs wil van alles weten hoe het zit. Wanneer ze met haar vriend Ralph naar Senegal vertrekt, neemt ze haar westerse gepieker mee. Wolfs is er zo eentje zonder doel, ook al heeft ze er al 35 jaar opzitten.

Joke Hermsen heeft nu veel succes met Stil de tijd, een filosofische essaybundel over het thema ‘tijd’. Hoe laat eigenlijk is grotendeels te beschouwen als een vertelling over hetzelfde onderwerp. Hier en daar duikt er een klokje of horloge op of is er juist een gemis aan, maar bovenal is het Aaf die haar gedachtes over het tijdsbesef met de lezer deelt. Het feit dat er nogal eens aan haar universitaire achtergrond wordt gerefereerd, doet vermoeden dat die bespiegelingen serieus genomen dienen te worden. ‘Wie weet hoe lang we nog te leven hebben’, zegt Aaf tegen Ralph. ‘Misschien wel veertig jaar, maar misschien veel korter. Je moet zelf weten hoe je de dagen van je leven invulling geeft.’ Hopen dat Ralph er iets aan heeft gehad, maar hij had zo’n wijsheid ook uit een Chinees gelukskoekje kunnen halen.

Ralph en Aaf zijn in Hoe laat eigenlijk wel zo’n beetje klaar met elkaar. Wanneer ze het in Senegal door omstandigheden even zonder elkaar moeten rooien, liggen beiden al snel met een inlander in bed. Vooral Aaf knapt daar van op. De minnaar adviseert Aaf om haar paspoort en dat van Ralph te verkopen in Dakar, om zo wat te verdienen. Het geeft Loontjens de mogelijkheid om via Aaf behalve over tijd ook iets over identiteit en taal te zeggen.

Een echt geslaagde ideeënroman wil Hoe laat eigenlijk niet worden. Er schiet Aaf of Ralph wel eens wat uit de handboeken over Lacan en Freud te binnen, maar erg veel verder komen ze niet. Het pijnlijkste is echter de taal waarin het gemijmer plaatsvindt. Zo ‘neemt’ er iemand ‘een sprintje’ en zou iemand ‘eerder op een jonge dandy lijken als hij zijn uniform niet aan had gehad’ (maar dus wel een naakte dandy).

Maar schrijven kan Wolfs blijkbaar wel. Aan het slot dient zich een hoofdredacteur aan die 2000 euro overheeft voor vier columns van Wolfs. Dat zal me een metamorfose zijn, wanneer Aaf achter een toetsenbord gaat zitten. Opeens komt ze met zinnige dingen op de proppen.

Sebastiaan Kort