Een programmaatje op de computer

‘Ik heb wat leuks voor je”, zei mijn dochter, en ze keek me bijna triomfantelijk aan. „Spotify!”

Toen ze dat zei, wist ik nog niet hoe ik het moest spellen – dat kwam pas later. Ze sprak het uit als ‘spottifai’. „Voor op je computer.”

„Nooit van gehoord”, zei ik zonder te blozen, want ik heb me aangeleerd me niet meer te schamen voor mijn onwetendheid op dit gebied.

„Beslist iets voor jou. Ik installeer een programmaatje en verder heb je nergens omkijken naar. Het is een stream. Je kunt uit miljoenen muzieknummers kiezen zonder verder iets te hoeven downloaden. Ideaal toch?”

Ik liet me uitleggen dat Spotify, een Zweedse onderneming, haar diensten in principe gratis aanbiedt. Per maand kun je twintig uur zonder betaling luisteren. Wil je tussen de nummers geen reclame, dan moet je 5 euro per maand betalen en voor 10 euro per maand heb je de beste geluidskwaliteit.

„Nou?” vroeg ze. Ik zag dat haar handen jeukten om mij dit ideale programmaatje te bezorgen. Je vindt het als kind toch leuk als je oude heer, die lamme sukkel, een beetje met z’n tijd meegaat.

Ik aarzelde. Aan het downloaden van films en muziek had ik nooit behoefte gehad, Napster en iTunes waren aan mij niet besteed geweest; ik kwam al tijd te kort om de cd’s te beluisteren en de dvd’s te bekijken die ik af en toe iets te optimistisch kocht. Liever las ik een goed boek – een nogal achterhaald tijdverdrijf, ik geef het toe.

„Wat voegt het toe?” vroeg ik nog. Een vraag waar ik me later wél voor schaamde, want waarom zou er altijd iets ‘toegevoegd’ moeten worden? En waaraan eigenlijk?

„Ik zeg niks meer”, zei ze, „je zult zien dat je het vanzelf leuk gaat vinden.”

En ze was al op weg naar mijn laptop om hem met het onzegbare te verrijken. Vijf minuten later knalde er een oude hit door mijn werkkamer die ik niet onmiddellijk kon thuisbrengen. „Kies zelf maar iets”, riep ze er achteraan.

Ik kon kiezen wat ik wilde. Even een naam intikken, een paar keer klikken en de laptop deed de rest. Zeg het maar: Alfred Brendel, Glenn Gould, Maria Callas, Bob Dylan, Randy Newman, Neil Young, Miles Davis, Lester Young? Alles kon. Van elke artiest waren er minstens vier, vijf cd’s te beluisteren. Soms waren er uitstekende, korte recensies bij afgedrukt. Wie zich stoorde aan de geluidskwaliteit – soms wat blikkerig – kon op de betaalde versie overstappen.

Op het gebied van de popmuziek ving ik alleen bij de namen van enkele goede, maar vergeten artiesten (David Forman, Jerry Riopelle) bot.

Beduusd ging ik achter mijn computer zitten. Vóór mij strekte zich een eindeloze oceaan uit van miljoenen schitterende muzieknummers, die ik met enkele vingerbewegingen tevoorschijn kon toveren. Nooit meer hoefde ik naar een cd-winkel, nooit meer hoefde ik op de radio een muziekzender aan te zetten. Mijn laptop was een muziekkraan geworden die bleef streamen als ik daar behoefte aan had.

„En?” vroeg mijn dochter.

„Prachtig”, zei ik.

Maar tegelijk voelde ik de weemoed van de volle schappen met platen en cd’s achter me. Hoeveel moeite en geld had het me wel niet gekost om dat allemaal te verzamelen? En half mensenleven lag daar opgestapeld in hoezen en doosjes. En nu hoefde je er alleen maar een kraan voor open te zetten.