Een leeuw herrijst uit duizenden puzzelstukjes

DCF 1.0
DCF 1.0

Een ontmoedigende opgave: 27.000 stukken basalt van drieduizend jaar oud moesten worden samengevoegd tot de neolithische beeldenschat die dit onoverzichtelijke puinpakket tot het najaar van 1943 was.

Na meer dan zeven jaar puzzelen met Duitse Gründlichkeit is het Pergamonmuseum in Berlijn in zijn opdracht geslaagd. De befaamde Tell Halaf-collectie van de Duitse oriëntalist en archeoloog Max von Oppenheim is na de vrijwel complete vernietiging ervan in de Tweede Wereldoorlog andermaal tot leven gewekt. De kolossale basalten beelden van goden en mythische beesten uit opgravingen in het noordoosten van Syrië, zijn letterlijk aan elkaar geplakt – met tweecomponten epoxyhars.

Oppenheim had de beelden en andere opgravingen rond 1911 naar Berlijn laten overbrengen en in een eigen museum tentoongesteld. In een najaarsnacht in 1943 werd zijn museum door brandbommen getroffen. Houten, kalkstenen en gipsen kunstschatten verbrandden. De gloeiend heet geworden basalten beelden barstten met grof geweld uit elkaar door het koude bluswater. Oppenheim had de tegenwoordigheid van geest om het puin in kisten te verpakken. Korte tijd later overleed hij. Pas tien jaar geleden gingen de Duitsers nadenken over restauratie van de godenbeelden.

Adviezen om scans van de brokstukken te maken en de computer het ordenende werk te laten doen, stuitten op technische problemen. Het restauratieteam moest teruggrijpen op een bewezen low tech methode: „Goed kijken, passen en meten en altijd maar doorgaan. Dat hebben we zeven jaar lang gedaan”, aldus het museum. Daar zijn de beelden te zien, in de nieuwe tentoonstelling Die geretteten Götter.

CS, pag. 19: Puzzels van basalt