Dickens ging kopje onder

Even dreigde Frederick Dickens maar 24 jaar oud te worden. In de zomer van 1844 verdronk hij bijna in de zee bij Genua nadat hij clownesk aan het klunzen was om de kinderen van zijn broer Charles te vermaken. De kinderen „huilden als dwaze schepsels”, aldus zijn broer Charles. Nipt kon Frederick worden gered door plaatselijke vissers.

Frederick werd achtervolgd door het noodlot. Meestal was het zijn acht jaar oudere broer Charles die hem vaderlijk te hulp schoot. Dat kwam goed uit, want hun echte vader liet het afweten: die stak zichzelf en zijn gezin voortdurend in de schulden, en belandde daarom meermaals in de cel. In april 1824 gingen zijn vrouw en drie jongste kinderen onder wie Frederick gezellig een maandje mee het gevang in, omdat ze te arm waren om voor zichzelf te zorgen. Frederick was drie. Een jaar of zeven later moest hij van school omdat zijn vader het schoolgeld niet kon betalen.

Op zijn veertiende betrok hij met zijn broer Charles een woninkje in Londen. Het was 1834. Charles, die zich schrijvend omhoog had gewerkt, noemde Frederick zijn favoriete broer. De schrijver genoot van Fredericks aanstekelijk gevoel voor humor, en bekommerde zich om zijn lot als gevoelig kind van een onbetrouwbare vader. Toen de schrijver in 1837 verkaste naar een groter huis, nam hij Frederick mee. Hij hielp hem aan zijn eerste banen, op een accountantskantoor en later als kantoorbeambte op het ministerie van Financiën. Op zijn beurt paste Frederick op zijn neven en nichten toen Charles met zijn vrouw een paar maanden door Amerika reisde.

In de rol als sidekick van broer Charles kon Frederick gedijen, als zelfstandig persoon ging hij ten onder. Op zijn 25ste werd hij tot over zijn oren verliefd op Anna, een meisje van vijftien. Elk weekend reisde hij van Londen naar Birmingham – 120 mijl heen, 120 mijl terug – om in de buurt van Anna te zijn. Een dure grap. Voor het aflossen van zijn schulden keek Frederick naar broer Charles.

Zo zou het blijven gaan, ook toen Frederick uiteindelijk trouwde met zijn droommeisje Anna. Keer op keer moest Charles geld ophoesten. Totdat zelfs voor de rijke schrijver de maat vol was. „Jouw onbetrouwbaarheid maakt de term ‘lenen’ absurd.”

Een slecht einde kon niet uitblijven. Frederick, gescheiden en alcoholverslaafd, stierf op zijn 47ste. Een gebarsten longabces. Krap 24 jaar na zijn bijna-verdrinking alsnog gestikt.

Ingmar Vriesema