Biologieles: zelf aan de schepping knutselen

In Frankrijk is ophef ontstaan over genetische manipulatie op school. In Nederland doen scholieren zulke proefjes ook in de klas – zelfs op een christelijke school.

CRYSTAL JELLYFISH lateral view Aequorea victoria Monterey Bay, California, USA © Rich Kirchner / NHPA / Foto Natura
CRYSTAL JELLYFISH lateral view Aequorea victoria Monterey Bay, California, USA © Rich Kirchner / NHPA / Foto Natura Rich Kirchner / NHPA

Het Christelijk College Nassauw-Veluwe in Harderwijk is een van de zes scholen in Nederland waar proefjes met genetische modificatie worden gedaan. Biologieleraar Hans Nijman kweekt een dag van te voren bacteriën op. Zijn leerlingen moeten er tijdens de les een vloeistof bij druppelen, waarin speciale ringetjes DNA zijn opgelost. De leerlingen verhitten de glazen kolfjes met bacteriën en koelen ze weer af. Met een beetje geluk nemen de bacteriën door de heftige temperatuurwisseling de DNA-ringetjes op. Daar zit een gen in van de Noord-Amerikaanse kristalkwal Aequoria victoria, dat een fluorescerend eiwit produceert. Als de leerlingen geen fouten hebben gemaakt, lichten de bacteriën na een paar dagen gifgroen op onder een UV-lamp.

Nee, er is nooit discussie geweest of zulke experimenten wel in overeenstemming zijn met de christelijke grondslag van de school, zegt Nijman. Hij vindt het zeker geen rommelen aan de schepping: „Juist door ermee te werken, leer je begrijpen hoe die in elkaar zit.”

Genetische manipulatie in de klas is lang niet overal geaccepteerd. In Frankrijk ontstond ophef over de vraag of middelbare scholieren bacteriën genetisch mogen modificeren, berichtte de nieuwssite van het wetenschappelijke tijdschrift Nature begin deze week. Franse examenkandidaten doen al jaren proefjes waarbij ze bacteriën genetisch manipuleren. Maar nu dit jaar ook 15- en 16-jarigen deze practica op school doen, roept CRIIGEN, een Franse lobbyorganisatie voor strengere controles op genetische manipulatie, het Franse ministerie van onderwijs op om zulke practica met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) voorlopig te verbieden.

CRIIGEN waarschuwt dat jonge leerlingen zich niet bewust zijn van de gevaren van het werken met ggo’s voor natuur en milieu. CRIIGEN is bang dat de bacteriën uit het klaslokaal ontsnappen en antibioticaresistentie verspreiden in de natuur.

Maar de gekweekte bacteriën die in de klas worden gebruikt, kunnen buiten een laboratorium niet overleven. Daar zijn ze te ‘tam’ voor: ze zouden niet eens hun eigen voedsel kunnen vinden. In informatiemateriaal voor middelbare scholen die willen werken met genetische modificatie, schrijft het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Milieu dan ook dat dit soort experimenten ‘geen of een verwaarloosbaar klein risico voor mens en milieu opleveren’. Serge Lacassie, voorzitter van de Franse vereniging voor biologie- en aardrijkskundeleraren benadrukt dat de scholieren alle nodige veiligheidsmaatregelen leren om te voorkomen dat gemodificeerde bacteriën in het milieu terecht komen. Na afloop van de proefjes worden alle bacteriën vernietigd. Net als in Nederland.

Voor de practica is een vergunning vereist en de scholen moeten er ook een geschikte ruimte voor hebben – wat dat betreft moeten ze aan dezelfde eisen voldoen als onderzoeksinstellingen. Biologieleraar Hans Nijman vindt het belangrijk dat zijn leerlingen ermee experimenteren. „Met deze practica proberen wij de angst die vaak bestaat voor genetische modificatie weg te nemen”, zegt hij. „Vaak komt die angst voort uit onwetendheid. Door leerlingen te laten experimenteren met genetische modificatie leren ze wat ermee mogelijk is en wat onzin is.” Sommige van Nijmans leerlingen creëren voor hun profielwerkstukken zelfs lichtgevende planten of vlinders. Ook die worden na afloop van het experiment vernietigd. Zo staat het in de wet.