'Beteugel de financiële markten'

Michel Camdessus, oud-directeur van het IMF, wil dat de politieke leiders de schommelingen van de wisselkoersen indammen.

De Fransman Michel Camdessus is een oude rot in het vak. Dertien turbulente jaren lang, tussen 1987 en 2000, leidde hij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de instelling die een cruciale rol speelt in de hervorming van het internationale monetaire systeem. Hij adviseerde president Nicolas Sarkozy, die zich als nieuwe voorzitter van de G20 sterk wil maken voor die hervorming (zie: Parijs en de G20).

Waarom is zo’n hervorming nodig?

Camdessus: „Omdat de tekortkomingen van het systeem een belangrijke reden voor de financiële crisis vormden. Het is toe te juichen dat de G20 zich nu met deze problemen gaat bezighouden.”

Welke problemen bedoelt u?

„We hebben een monetair systeem dat niet in staat is de deelnemende landen voldoende te disciplineren. Het IMF kan weliswaar de landen, waaraan het noodkredieten verstrekt, een bepaald gedrag opleggen, maar alle andere landen kunnen in feite doen wat ze willen.”

Hoe wilt u dat veranderen?

„Nodig zijn ingrijpende hervormingen van de architectuur van het systeem. Doen we dat niet, dan is de volgende crisis slechts een kwestie van tijd – zelfs als we nog zulke mooie nieuwe regels voor de financiële sector opstellen.”

Wat moet er concreet gebeuren?

„Monetaire zaken hebben hun invloed op de hele wereld. In de G20 zijn echter slechts 25 landen vertegenwoordigd, 25 van de meer dan 180 landen die er zijn! We moeten de G20 reorganiseren. Het IMF heeft 186 lidstaten – dat werkt, omdat de kleinere landen groepen vormen, die dan telkens één vertegenwoordiger afvaardigen naar het niveau waarop beslissingen worden genomen. Dat model moet de G20 overnemen. Dat is de eerste stap.”

En de tweede?

„Tot nu toe hebben in het IMF het management en de raad van toezicht het voor het zeggen. In de toekomst moeten de strategische beslissingen door de ministers van Financiën worden genomen. Als zo’n ministerraad eenmaal is ingericht, moeten de vergaderingen van de ministers van Financiën van de G20 en de IMF-raad worden samengevoegd. Het gaat immers om dezelfde mensen. Het Fonds moet uiteindelijk in handen komen van de regeringsleiders.”

Daardoor krijgen de politici heel veel macht. Waarom is die hervorming belangrijk?

„Omdat dit de legitimiteit en de autoriteit van het IMF zal versterken. We hebben een instantie nodig, die op het mondiale toneel voor stabiliteit zorgt. Dit betekent ook, dat het Fonds met een omvangrijker mandaat moet worden uitgerust. Tot nu toe houdt het zich vooral bezig met vragen rond de betalingsbalansen. Het zou echter voor de hele financiële en monetaire sector bevoegd moeten zijn, ook voor het toezicht op de mondiale kapitaalstromen. Die zijn de afgelopen jaren zozeer toegenomen, dat het voor afzonderlijke landen steeds moeilijker wordt hun economieën daarvoor te beschermen.”

Het IMF als spil van een mondiale economische ‘regering’?

„Zo zou je het kunnen noemen. Ik spreek liever van een nieuwe geest van coöperatieve coördinatie.”

En wat moet deze ‘regering’ doen?

„Een belangrijk punt zijn de wisselkoersen. Op de valutamarkten komt het steeds weer tot buitensporige schommelingen. De oorzaak kan een slecht economisch beleid zijn, maar vaak heeft de koersontwikkeling van de verschillende munten met de economische basiswaarden niets van doen. Dat geldt ook voor de grote munten. De koersbewegingen tussen euro en dollar zijn met louter macro-economische factoren niet te verklaren. Hier spelen ook speculatieve activiteiten een rol.”

Hoe wilt u dat veranderen?

„Onder meer door een beter staatstoezicht. Ons monetaire stelsel heeft sinds de ineenstorting van het systeem van Bretton Woods in de jaren zeventig …”

... waarin de grote munten vaste wisselkoersen hadden en de dollar door goud werd gedekt …

„... geen centraal referentiepunt meer. Zo’n referentiepunt is echter noodzakelijk, op z’n minst op de langere termijn.”

Wilt u opnieuw een soort Gouden Standaard invoeren, zoals Robert Zoellick, de president van de Wereldbank, heeft voorgesteld?

„Over zijn voorstel hebben vooral de goudproducenten zich verheugd. Ik geloof niet, dat goud in onze moderne economie het juiste anker is. Ik denk eerder aan de bijzondere trekkingsrechten.”

Dat is een kunstmatige munteenheid van het IMF, die momenteel is opgebouwd uit dollar, yen, euro en het Britse pond. Het IMF gebruikt deze munt tot nu toe intern als rekeneenheid, maar op de valutamarkten speelt zij praktisch geen enkele rol.

„Deze bijzondere trekkingsrechten zouden ook als reservemunt kunnen dienen. Landen met valutavoorraden kunnen deze ook uit bijzondere trekkingsrechten laten bestaan. Een van onze problemen is nu juist, dat veel landen enorme dollarreserves hebben opgebouwd. Dat verhoogt de crisisgevoeligheid van het systeem. Ook voor de afwikkeling van grondstoffentransacties zouden de bijzondere trekkingsrechten zinvol zijn. Ze zouden de schommelingen van de grondstoffenprijzen terugdringen, omdat de bijzondere trekkingsrechten minder sterke koersschommelingen vertonen dan afzonderlijke munten.”

Voor zo’n vergaande hervorming is nu nog geen politieke meerderheid te vinden.

„Het gaat hier om de langere termijn. Op de korte termijn is iets anders belangrijk: We moeten de landen met preciezere voorschriften voor hun wisselkoersbeleid confronteren – wellicht aan de hand van richtwaarden. Dat kan ons ook in staat stellen koersontwikkelingen, die economisch niet gerechtvaardigd zijn, te identificeren en te bestrijden.”

U heeft een groot vertrouwen in de politiek. Waarom denkt u dat politici beter met de wisselkoersen zouden omgaan dan de financiële markten?

„We weten nu dat de markten het kunnen laten afweten. We zijn niet meer zo naïef als in de jaren tachtig. We weten ook dat de politiek het kunnen laten afweten. Politici zijn immers mensen, en mensen maken nu eenmaal fouten. Maar zij dragen wel verantwoordelijkheid voor de stabiliteit van het mondiale monetaire stelsel. Ik geloof dat de markt zeker een rol moet spelen – maar wel onder de controle van de politiek.”

Voor de Chinese president Hu Jintao is de dominantie van de dollar in het huidige stelsel een ‘product uit het verleden’. Heeft hij gelijk?

„Ik geloof dat de dollar nog lang de belangrijkste munt van de wereld zal blijven. Dat heeft te maken met de omvang en de economische betekenis van de Verenigde Staten, en ook met de diepte van de Amerikaanse markt. Maar ik geloof ook dat zich in de loop der tijd een multipolair systeem zal ontwikkelen. De euro zal belangrijker worden, en ook de Chinese yuan zal aan belang winnen, als hij vrij kan worden omgewisseld.”

Heeft de euro überhaupt toekomst? Tegenwoordig geldt hij eerder als crisismunt.

„De euro is een succes. De speculaties dat de muntunie uiteen zou kunnen vallen, zijn bespottelijk.”

Hoe wilt u voorkomen, dat zich in een hervormd stelsel opnieuw onevenwichtigheden zullen ontwikkelen, zoals die zich ook de afgelopen jaren hebben voorgedaan, doordat sommige landen zonder enig oog voor verliezen blijven consumeren en andere landen hun geld liever opsparen?

„Dat maakt eveneens deel uit van het economisch toezicht. We moeten afspraken maken over richtwaarden voor de grootste economieën van de wereld.”

Maar voor wie gelden die dan? Duitsland legt de schuld voor de crisis vooral bij die landen, die boven hun stand hebben geleefd.

„Je moet beide zijden erbij betrekken. Landen met gevaarlijke overschotten op hun handelsbalans moeten hun gedrag net zozeer veranderen als landen met grote tekorten op hun handelsbalans.”

Gelooft u serieus dat de politiek zich met dit alles wil inlaten?

„De crisis heeft de politici duidelijk gemaakt, dat ze moeten samenwerken om problemen op te lossen. Ze moeten nu erkennen dat er een nieuwe samenwerkingsvorm nodig is. Ik geloof dat de G20 daarvoor kan zorgen.”

@ Die Zeit

Vertaling: Menno Grootveld