Berkenkookbalkjes in de slowcooker

Raden wat het is. Aanmaakhoutjes, zeiden ze. Maar het waren Hollanders die de taal op het etiket niet verstaan. Omdat de plastic zakjes bij het vlees lagen in de supermarkt, in elk zakje twintig blanke houtjes, kon ik vermoeden dat het iets met het toebereiden van voedsel te maken had. Dat heeft het.

Een paar maanden geleden stuurde een Nederlandse zagerij me een plank van Canadees cederhout, geurig sigarenkistjeshout. De plank is om op te koken. Hij moet zich eerst met water volzuigen en kan dan, met vlees, vis, een vogel of groente er op, in de oven. De smaak of geur van het hout dient door te dringen in het voedsel en dat is dan lekker, zegt de zagerij. Als je het verkeerd doet, te lang of te heet, brandt de plank aan. Dat geeft rook, ook lekker.

De Indianen begonnen er mee, koken op hout, staat in een stukje geschiedenis op het internet. Maar meer dan één en hetzelfde verhaal is niet te vinden. Het lijkt waarschijnlijk dat Indianen het roken uitvonden om vis te conserveren. Of ze leerden het van Vikingen. Maar koken? Mij kon de kokerij niet bekoren, de natte hete plank deed het stuk beest er op niets wat aangenaam opviel. Ik kreeg te horen hoe bij anderen de plank de zalm verknoeide. Toch zijn er ook mensen blij mee. Lees enthousiaste verhalen op www.kokenophout.com.

Maar nu de Noren. Die doen het met berkenhout. Ik vond houtjes in een winkel in een stadje aan de kust (alle stadjes in Noorwegen liggen aan de kust) boven de Poolgrens. De supermarktslager legde me uit wat men er mee doet. Het is een oud gebruik. Net als stokvis kan schapenvlees in de buitenlucht gedroogd worden. Meestal is het eerst gezouten en gekruid, soms ook gerookt. Voordat het vlees bereid wordt, vaak voor feestdagen in de winter, moet het in water weken. Daarna wordt het gaar gestoomd. Men drinkt er sterke drank bij.

Dat stomen kan met een stalen rekje waar het vlees op ligt met in de pan een bodempje kokend water. Maar voorheen, voordat er kookwinkels waren, bouwden de Noren in een stoofpot een roostertje van berkentakjes waar ze de stukken vlees op legden. En dat hout deed iets met het schaap. Smaak? In elk geval bleven moderne roestvrijstalen Noren naar dat berkenhout terugverlangen, zo hevig dat het loonde om het kookhout industrieel te gaan maken. Er zijn in Noorwegen drie zagerijen die keurige balkjes produceren van 18 centimeter lang en een centimeter dik. Skaun Produkter (www.skaunprodukter.no) zegt 70 procent van de berkenkookbalkjesmarkt in handen te hebben. Het hout doet denken aan dat van Kapla. Speelhoutjes die vooral verkocht worden in alternatieve en antroposofische speelgoedwinkels. Kapla is duurder: een vurenhouten balkje kost 20 eurocent of nog wat meer. Voor de berken kookhoutjes, die net zo goed spelen als Kapla, betaalde ik in Noorwegen omgerekend 15 cent per stuk. Skaun laat weten dat de balkjes een paar keer gebruikt kunnen worden, maar de smaak kookt er snel uit. ‘U kunt beter telkens nieuwe kopen.’ Om te leren hoe de balkjes smaken, zou je er op kunnen kauwen, of je neemt kauwgum met xylitol, een zoetstof die ook in bloemkool zit, maar die Finnen als eersten ontdekten in berkenhout.

Ik deed de kale houtjes zonder schaap in water in een elektrische slowcooker en trok er thee van die ook goed is, naar verluidt, om in je haar te smeren. En lekker? Nou en of; onbeschrijfelijk.

Wouter Klootwijk