Benoît Maire wil de kijker ontregelen

Benoît Maire, The Object of Criticism. T/m 6 maart in De Vleeshal, Markt, Middelburg. Di t/m zo 13-18u. Inl: vleeshal.nl ***

Benoît Maire is gefascineerd door codes. En dan niet de codes die we onmiddellijk herkennen (morse, reclames), maar codes die zozeer in ons bestaan zijn opgenomen dat ze niet meer opvallen. In het geval van een (Franse) beeldend kunstenaar betekent dat in de eerste plaats de codes van de kunst en van de taal – en vooral: wat voor codes je gebruikt om het ene medium om te zetten in het andere.

Om misverstanden te voorkomen: dit is de simpele versie van de strekking van Maire’s tentoonstelling The Object of Criticism in de Middelburgse Vleeshal. Die van Maire zelf is een stuk ingewikkelder. Zo gaat het in zijn begeleidende tekst over „een zoektocht naar het object van de filosofie”, waarbij „filosofie wordt opgevat als een analytische kritiek”. Kunsttaal als code – niet voor niets wordt deze tekst deels als een kunstwerk gepresenteerd.

Voor sommige (veel) toeschouwers is dit ongetwijfeld reden om gillend weg te rennen, maar dat lijkt Maire ook wel te beseffen. En dus opent hij met twee sterke beelden: een replica van De neus van Giacometti, die aan de onderkant is vastgeklemd in en houten statief en waarvan je nu meteen opvalt hoe duidelijk die ellenlange neus naar Pinocchio verwijst. Dan volgt een vitrine waarin Maire een korte filosofische tekst heeft neergelegd, die op cruciale momenten wordt onderbroken door afbeeldingen. Zo brengt Maire je niet alleen aan het twijfelen over het proces van lezen (automatische decodering), hij ontregelt de tekst nog verder door je als toeschouwer te verleiden zelf die gaten in te vullen – waarin hij slaagt, want de afbeeldingen (verbaasde menigte, oude bronzen stier) zijn prikkelend.

Ondertussen wordt wel duidelijk dat Maire er niet op uit is om de dingen simpeler te maken, maar ook dat dat soms prettig is. Wie hem wil volgen loopt snel vast, en dat geldt vermoedelijk zelfs voor die enkele bezoeker die wel goed is geschoold in Wittgenstein, Derrida en Lacan. Maar juist de balans tussen volgen en afhaken zijn belangrijk voor Maire. Dat maakt van de expositie een subtiel en af en toe humoristisch spel waarin beelden, foto’s en teksten soms perfect op hun plaats vallen, maar vaak ook volstrekt onbegrijpelijk blijven. Toch is dat maar deels een bezwaar: juist doordat Maire die balans heel precies bewaakt laat hij zien hoe belangrijk die kloof tussen taal en beeld voor hem is. Als toeschouwer word je er steeds meer van bewust hoezeer taal nodig is om beeld te verwerken, maar ook dat de omzetting van de ene code in de andere voortdurend tot misverstanden leidt. Niet voor niets is het laatste beeld een stereofoto van Maire die op zijn knieën op de grond zit en met een vergrootglas allerlei objecten uit zijn eigen expositie bekijkt. Titel: De leugenaar. Franse filosofische humor, het is eigenlijk wel verfrissend.