Beetje eerbied voor de zang graag

James Blake maakt ‘post-dubstep’. Hij brak onlangs door met ‘Limit to Your Love’.

Zijn debuutalbum is vanaf vandaag verkrijgbaar.

Nederland, Groningen, Eurosonic, Simplon 13-01-2011. Portret van James Blake. Op Eurosonic 2011 was hij de meest ge-hypete artiest. Voor en tijdens zijn optreden stonden er enorme rijen nieuwsgierige muziekliefhebbers voor de deur om hem te zien en horen spelen. Foto: Andreas Terlaak
Nederland, Groningen, Eurosonic, Simplon 13-01-2011. Portret van James Blake. Op Eurosonic 2011 was hij de meest ge-hypete artiest. Voor en tijdens zijn optreden stonden er enorme rijen nieuwsgierige muziekliefhebbers voor de deur om hem te zien en horen spelen. Foto: Andreas Terlaak

. Het is een scenario dat niet zo vaak voorkomt: een vooruitstrevende producer van electronische muziek, gevierd onder een select clubje liefhebbers, brengt een single uit die hem onverwacht lanceert tot ster. In 2005 werd samplefreak Jamie Lidell ineens popheld met ‘Multiply’. Afgelopen najaar overkwam dat de Britse artiest James Blake met zijn single ‘Limit to Your Love’, een cover van de Canadese zangeres Feist. Hij werd al geprezen op danceblogs en in alternatieve popmagazines als Pitchfork, nu kwam daar Giel Beelen in De Wereld Draait Door bij.

In de week van zijn Nederlandse debuut als live-artiest (hij trad hier wel al eerder op als dj), afgelopen januari, steeg de single naar nummer 7 in de Nederlandse hitlijst – ingeklemd door Ben Saunders en de Black Eyed Peas. De 22-jarige Londenaar reageert in de lobby van poppodium Simplon laconiek op het plotselinge succes. „Ik luister niet naar de radio, ik kijk geen tv, en ik krijg niet al die mailtjes met interviewverzoeken binnen. Dus ik merk er niet zo gek veel van.”

Het optreden op Eurosonic, later die avond, draait vooral om muziek van zijn debuutalbum: onderkoelde, spaarzaam versierde electronica met een nadruk op zijn stevig vervormde zangstem. Hij sluit zijn show af met een instrumentale cover van de Digital Mystikz, een eerbetoon aan het Londense dubstep-duo dat hem in 2007 deed besluiten ook dat genre in te duiken. „Ik heb een tijdje geprobeerd pure dubstep te maken, in navolging van de Mystikz of Pinch, maar dat werkte niet.” In plaats van die pure variant kwam er een soort ‘luisterdubstep’ uit zijn handen, muziek die het midden houdt tussen dubstep, triphop en ambient. De productiemethoden en ritmes lijken op die van oudere dubstep, maar in plaats van dansbaar en opzwepend is de muziek subtiel en rustig.

Uniek is hij niet in die esthetische keuze: er zijn genoeg landgenoten (zoals Mount Kimbie of Fantastic Mr Fox) die grofweg hetzelfde doen, onder de verzamelnaam ‘post-dubstep’. Een scene die draait om labels als Hemlock, Hessle en R&S. „Allemaal mensen die de opkomst van dubstep hebben meegemaakt, of er zelf bij betrokken waren, die iets wilden maken dat net zo goed was, maar op een andere manier. We wilden dat geluid muteren, onze eigen versie er van maken.”

Post-dubstep lijkt een reactie op de verruwing van de dubstep: vaandeldragers van het genre, zoals Benga en Rusko, zijn de afgelopen jaren bottere stampmuziek gaan maken. „Ik zou niet zeggen dat ik bezig ben met een tegenreactie. Sommige dubstep is verschrikkelijk, maar dat heb je bij alle genres: op een gegeven moment wordt het gemakzuchtig, clichématig. Daar luister ik gewoon niet naar.”

Waar Blake’s muziek wel een reactie op vormt, is de in zijn ogen oneerbiedige manier waarop veel producers omgaan met vocalen. „Ik heb een hekel aan electronische muziek waarin vocalen met weinig respect of waardering behandeld worden, louter als een versiering bovenop het nummer. Bij mijn muziek moet het vocale gedeelte centraal staan.” Hij spreekt ‘The Vocal’ uit met bijpassende eerbied. In vrijwel alle nummers op de vier EP’s die hij voor zijn album uitbracht, speelt een vervormde flard van zijn zangstem de hoofdrol. Vaak is dat nauwelijks meer dan geneurie. „Al mijn muzikale ideeën beginnen met zo’n vocaal element, zonder akkoorden. Dat ga ik dan uitwerken.”

In tegenstelling tot veel andere producers bouwt hij zijn nummers niet op in intensiteit, op zoek naar een climax, maar laat hij ze juist vaak na enkele minuten even pauzeren. „Je moet beseffen dat als je een nummer aan het maken bent, je het in een loop aan het beluisteren bent. Achter elkaar door. Als er dan een break in het nummer zit, krijg ik als maker ook een break. Voor mij is dat een moment van opluchting. Als luisteraar heb je dan even de kans om te reflecteren op wat je gehoord hebt.” Bovendien werkt het muzikaal juist opzwepend, vindt hij. „Het gaat om anticipatie: je hebt even rust, en dan knalt het nummer er weer in.”

Blake’s debuutalbum klinkt een stuk toegankelijker dan zijn eerdere muziek: voor het eerst zingt hij verstaanbare tekst, en ritmisch is het een stuk minder tegendraads. „Het bestaat eigenlijk uit spul dat ik niet op dubstep-labels kon uitgeven, omdat het daar niet bij paste. Op een gegeven moment had ik een album aan materiaal vol.” Wat opvalt is de melancholieke tekst in veel van de nummers: ‘my brother and my sister don’t speak to me, but I don’t blame them’. Is het muziek uit een moeilijke periode? „Al die nummers zijn voortgekomen uit gedichten die ik schreef tijdens treinreizen. Als ze voor mij werkten als gedicht, ging ik er daarna muziek omheen verzinnen. Ik zal vast zo nu en dan somber geweest zijn tijdens het schrijven, maar er is geen directe link met mijn leven.”

De melancholieke sfeer in zijn muziek komt bij zijn andere muzikale inspiratiebronnen vandaan, vertelt hij: soul en gospel van een paar decennia geleden. „Neem nou Sam Cooke...” Hij begint diens nummer ‘Lonely Island’ te zingen. „Het is een vrolijke melodie met een tekst over verdwaald en eenzaam zijn. Zo’n bitterzoete combinatie van somber en vrolijk doet mij emotioneel veel meer dan meer eenkennige muziek.”

Het album ligt vanaf vandaag in de winkel.