Ambassadeur in Iran moet terug

De Nederlandse ambassadeur in Iran wordt op de kortst mogelijke termijn teruggeroepen naar Den Haag voor overleg. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) heeft dit gisteravond in de Tweede Kamer toegezegd. Het terugroepen van de ambassadeur geldt in de internationale diplomatieke verhoudingen als een protestdaad.

In dit geval laat Nederland hiermee zijn afkeuring blijken van de executie van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami afgelopen weekend. Zij kreeg de doodstraf nadat zij was beschuldigd van drugsbezit. De executie kwam voor Nederland als een complete verrassing. De ambassadeur van Iran in Den Haag had het ministerie van Buitenlandse Zaken enkele uren daarvoor verzekerd dat nog over de zaak viel te praten.

Nagenoeg de complete Tweede Kamer was aanvankelijk over Rosenthal heen gevallen vanwege zijn optreden in de kwestie. De kritiek was dat hij te weinig had gedaan om de executie te voorkomen en geen contact met zijn ambtgenoot had gezocht. Alleen Rosenthals eigen partij, de VVD, vond dat de minister weinig viel te verwijten. Rosenthal gaf na vele interrupties toe dat het niet goed was gegaan en dat hij bereid was hier lessen uit te trekken. Wel voerde hij aan dat Iran de zaken anders had voorgespiegeld. Hij verweet zichzelf hieraan geloof te hebben gehecht.

De ambassadeur in Iran wordt nog niet onmiddellijk teruggeroepen, omdat hij nu nog nodig is voor de afhandeling van de zaak-Bahrami en er ook nog vier andere Nederlandse Iraniërs in het land vastzitten. (NRC)