ADHD'er kalmeert van rijst, wit vlees en groenten

Kinderen met ADHD reageren slecht op bepaalde voedingsmiddelen, ontdekten Nederlandse onderzoekers. Een strikt dieet helpt.

Haal niet meteen Ritalin in huis als je kind ADHD heeft. Probeer eerst wat aan het eten te veranderen. Bij twee op de drie jonge ADHD’ers die vijf weken lang een speciaal dieet volgden, verdween het drukke gedrag een beetje, of zelfs grotendeels. Dat blijkt uit Nederlands onderzoek dat morgen verschijnt in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet.

„Het zijn lang niet altijd suiker en kleurstoffen die de boosdoener zijn”, verklaart onderzoeker Jan Buitelaar, hoogleraar psychiatrie aan het UMC St. Radboud in Nijmegen. Hij voerde de studie uit samen met het ADHD Research Centrum in Eindhoven. „Het zijn alledaagse voedingsmiddelen waar sommige kinderen kennelijk slecht op reageren. Welke voedingsmiddelen dat zijn, verschilt per kind.” Het kan gaan om bekende allergie-opwekkers als pinda’s, melk of gluten, maar ook om bijvoorbeeld tomaten, rundvlees of zonnebloemolie.

Wereldwijd heeft naar schatting een op de twintig kinderen ADHD, schrijven de onderzoekers. De diagnose wordt steeds vaker en bij steeds jongere kinderen gesteld. De behandeling bestaat meestal uit een combinatie van gedragstherapie en medicijnen, zoals Ritalin. Maar die aanpak heeft op de lange termijn beperkt effect, zo blijkt uit onderzoek.

De basis van het dieet is het zogeheten few foods diet, dat in het buitenland is ontwikkeld voor allergie-onderzoek. Het Eindhovense centrum heeft dit enigszins ‘vernederlandst’. Het begint met rijst, wit vlees, water en een beetje groenten. „Een soort paardenmiddel”, geeft Buitelaar toe. „Maar als het gedrag van een kind dan binnen een paar weken verbetert, weet je dat voeding mogelijk een rol speelt.” Onder begeleiding van een getrainde diëtist mag het kind vervolgens stap voor stap bepaalde voedingsmiddelen weer wel eten. Zodra het ergens niet goed op reageert, is dat voedingsmiddel voortaan taboe. Het is een ingewikkeld en arbeidsintensief dieet, benadrukt Buitelaar. „Zeker niet iets om thuis zonder hulp te proberen.”

Aan de studie deden honderd 4- tot 8-jarige ADHD’ers mee. De ene helft volgde het speciale dieet, de andere helft een ander gezond dieet. De onderzoekers maten op verschillende tijdstippen de ADHD-score van de kinderen. Die score is een getal tussen 0 en 54 dat aangeeft hoe vaak kinderen bepaald probleemgedrag vertonen. De onderzoekers die de ADHD-score opnamen, wisten niet welk dieet de kinderen volgden.

Na vijf weken was de ADHD-score van de dieetgroep gemiddeld met de helft gedaald, van 46 naar 23 punten, terwijl die in de controlegroep hetzelfde was gebleven. „Een score tot 18 is geheel normaal, en vanaf 36 spreken we van afwijkend”, legt Buitelaar uit. „Een gemiddelde score van 23 voor de hele dieetgroep is dus heel goed.” Bij een op de drie kinderen werkte het dieet overigens niet noemenswaardig. Hun eindscore is meegeteld in het gemiddelde.

Lidy Pelsser, mede-auteur van het artikel in The Lancet en initiatiefnemer van het Eindhovense ADHD Research Centrum, adverteert op haar website al met een ‘eliminatiedieet’. Tegen betaling van 870 euro kunnen ouders hun kinderen aanmelden voor de eerste, verkennende fase van de behandeling. Pelsser opende onlangs een nieuwe vestiging in Rotterdam en is op zoek naar een kinderarts om een derde op te zetten.

Het vermoeden dat voeding ADHD kan verergeren of juist verminderen, bestond al lang. Maar er waren tot nu toe alleen verkennende studies gedaan met te kleine groepen proefpersonen om het wetenschappelijk te onderbouwen. Jan Buitelaar en zijn mede-onderzoekers willen de relatie tussen gedragsproblemen en overgevoeligheid voor bepaalde voedingsmiddelen graag nader onderzoeken. Ook willen ze kijken hoe de gezondheidszorg de inzichten kan gebruiken. Alleen al het aantal diëtisten dat zou moeten worden getraind om het nieuwe dieet op grote schaal te kunnen toepassen, vormt een probleem.

„Maar die kant moeten we wel op”, zegt Buitelaar. „Eerst een dieet, en pas als dat niet helpt gedragstherapie of medicijnen. Al help je daarmee maar dertig procent van de kinderen, dan heb je het toch over vele tienduizenden, alleen al in Nederland. Dat zou de geestelijke gezondheidszorg een totaal ander aanzien geven.”