'We zullen ze eens leren dat Mubarak nummer één is'

Op het vrolijke anti-Mubarakfeest op het Tahrirplein van dinsdag volgde gisteren een aanval van aanhangers van de president.

Het scenario van de Egyptische opstand wordt voortdurend herschreven. Er was een dag, vorige week vrijdag, dat de oproerpolitie met scherp op demonstranten schoot. Er waren dagen van anarchie. Toen kwam de dag dat de betogers hoop kregen, en een vrijheid vierden die nog niet veroverd was. Dat was dinsdag.

Op woensdag en donderdagochtend wordt alsnog korte metten gemaakt met de betogers. Niet door geüniformeerde agenten, maar via straatterreur. Met stokken, knuppels en messen gewapende Mubarak-aanhangers vallen, in wat in alle opzichten op een gecoördineerde aanval lijkt, de betogers aan. Ze krijgen tot dit moment vrij spel. Ook al kunnen de betogers het Tahrirplein behouden, dan nog zijn hun kansen om het regime van Mubarak via vreedzaam protest omver te werpen, drastisch geslonken.

De vrolijke sfeer die zich 24 uur lang meester heeft gemaakt van Kairo, is op woensdagmiddag in een klap verdwenen. Rond het middaguur staan er, zoals iedere dag, tienduizenden mensen te demonstreren op plein, het symbolische middelpunt van de opstand.

Getoeter van auto’s in de verte kondigt het onheil aan. Met duizenden trekken aanhangers van president Mubarak op naar het centrum van Kairo. Een optocht van auto’s, bussen, paarden en kamelen trekt vanuit de buitenwijken van Kairo op naar het plein. Daarachter: groepen mensen, vrijwel altijd mannen. Ze dragen posters van de Egyptische president Hosni Mubarak, en scanderen: „Ons bloed, onze ziel, offeren we aan u op, Mubarak.”

Tientallen zitten op paarden, of een kameel. Ze dragen stokken en knuppels. Enkelen hebben een mes bij zich. „We gaan naar het Tahrirplein”, zegt Mahmoud, een beveiligingsbeambte uit Gizeh. „We zullen ze eens leren dat Mubarak de nummer één is.”

Sommige Mubarak-aanhangers die ’s middags op weg naar het centrum van de stad zijn, zeggen dat ze bezorgde Egyptenaren zijn. Veel van hen wonen in de arme buitenwijken van de stad, en leven van de toeristen die tochtjes maken op hun paarden en kamelen. „We hebben al weken geen toerist meer gezien”, zegt Ali, die bij de pyramides van Gizeh werkt. „Mubarak zorgt voor rust, en stabiliteit. Hij moet ons leiden.”

Rond twee uur in de middag komen de eerste Mubarak-aanhangers aan bij het Tahrirplein. De mannen komen vanuit de noordelijke kant van de Nijl-boulevard. De paarden en kamelen gaan voorop, daarachter stormt een gewapende menigte mee. De legertanks die tussen hen en de oppositie-aanhangers staan, kunnen, of willen, deze menigte niet tegenhouden. De aanhangers van Mubarak gooien stenen, slaan met hun stokken en rijden met paarden in op de betogers. Mannen klimmen op daken van omliggende gebouwen en gooien stenen naar beneden.

De demonstranten op het plein hebben een groot nadeel: het Egyptische leger controleert iedereen die mee wil doen aan de demonstraties, wapens zijn niet toegestaan. De Mubarak-aanhangers zijn wel bewapend. Ze dringen de tienduizenden betogers terug, maar die laatsten vormen een cordon van jonge mannen, die het gevecht aangaan. Ze maken schilden van golfplaat, die ze boven hun hoofd houden.

Er volgen chaotische uren. Mannen die van hun paard worden getrokken, worden door groepen in elkaar geslagen. Ooggetuigen vertellen dat de aanvallers brandbommen bij zich hebben en brand stichten. Mensen graven stenen uit de grond en gooien daarmee. Er vallen schoten.

„Het is hier een bloedbad”, zegt Mohamed Ghaly ’s avonds aan de telefoon. Ghaly is een oppositieaanhanger die rond zes uur het vrijwel omsingelde Tahrirplein weet te verlaten. „We schreeuwden: ‘Geen geweld! Geen geweld!’ Maar ze waren erop uit om slachtoffers te maken. Het leger stond erbij en deed niets. Bij het Egyptische Museum zijn de meeste slachtoffers gevallen.”

Volgens Mohamed, en andere oppositieaanhangers, was de aanval overduidelijk in scene gezet door Mubaraks politietroepen. „Dit was zo goed georganiseerd. De mannen wisten precies wat ze moesten doen. Dit was vooraf tot in details voorbereid.”

Opvallend is de dubbelrol die het leger speelt. Aanvankelijk door de betogers toegejuicht, en gezien als gerespecteerd alternatief voor de gehate ordepolitie. Inmiddels lijkt het erop dat juist de zo geprezen neutrale houding van het leger de betogers in de val heeft gelokt. Alle oppositieaanhangers zijn, voordat zij het Tahrirplein betraden, gefouilleerd en moesten eventuele wapens inleveren. De aanvallers kunnen met hun paarden en kamelen de legertanks, die er zijn om de wegen te blokkeren, gewoon passeren.

Het leger roept pas in de avond betogers op naar huis te gaan. Verder laten de militairen, die officieel een neutrale positie innemen, de aanvallers hun gang gaan. Ambulances laten ook lang op zich wachten. Gewonden worden provisorisch in de nabijgelegen Omar Makram Moskee opgevangen.

In de loop van de avond vallen er schoten. Eerst een paar, later op de avond steeds meer. De hele nacht wordt er doorgevochten op Tahrirplein, met name rond het Egyptisch Museum, dichtbij de noordelijke ingang van het plein. Er vallen brandbommen in de tuin van het museum, maar het gebouw lijkt gespaard gebleven.

In de nacht werd geschoten op de betogers, die tot dusverre stand houden tegen de aanvallen. Volgens ooggetuigen zijn hier zeker vijf doden bij gevallen.

Omdat het leger afzijdig en de geüniformeerde politie afwezig is, kan Mubarak volhouden dat niet hij, maar de volkswil een gewelddadig einde maakt aan de opstand tegen zijn regime.