'We lieten ons verleiden om snel uitspraken te doen'

Toxicologen, vergiftigingsdeskundigen bij uitstek, deden tegenstrijdige uitspraken toen Chemie-Pack in Moerdijk brandde. Dat moet anders, vinden ze.

De crisis rond de Moerdijkbrand is voorbij. De informatietelefoon is opgeheven. Www.crisis.nl staat weer in de ruststand. Wie nog informatie wil, bezoeke www.moerdijk.nl/brand, een site van de gemeente. De nationale ‘ramp’ werd snel een lokaal probleem.

Terugkijkend zijn de Nederlandse toxicologen ontevreden over hun rol. Te snel, verdeeld, en ongegrond gaven ze hun mening.

„Toen Moerdijk nog brandde, zei de ene toxicoloog dat er veel roet verspreid werd, dat er in roet altijd veel dioxinen zitten en dat dioxinen kankerverwekkend zijn. En een ander zei ‘wat er in het roet zit, krijg je ook bij de barbecue binnen’.” Toxicoloog Martin van den Berg, hoogleraar in Utrecht, noemt twee op het oog tegengestelde boodschappen die de eerste uren en dagen na het uitbreken van de brand op 5 januari vaak te horen waren. Hij is voorzitter van de beroepsvereniging van toxicologen, die ruim 600 leden telt. Het bestuur vindt dat aangesloten deskundigen beter even hun mond hadden kunnen houden tot er meetgegevens waren.

„We lieten ons verleiden, onder druk van de media, het beleid en de politiek om uitspraken te doen. Dat moet voortaan anders.”

En wie van de twee had gelijk?

Van den Berg: „Allebei. Maar de burger had er niks aan. Roet bevat altijd wat dioxine, maar het gaat om de hoeveelheid. En dat dioxine kankerverwekkend is, is volledig gebaseerd op wat Amerikanen bij ratten zagen. Voor mensen is dioxine niet of nauwelijks kankerverwekkend. Dioxine heeft wel subtielere invloeden en daarom is het goed dat er normen zijn. Maar een enkele overschrijding middelt wel uit. We maken te veel stampij over dioxinen. We hadden beter een paar dagen pas op de plaats kunnen maken tot er metingen waren die iets over mogelijke langetermijneffecten zeiden.”

Dat zal u niet lukken. We leven in een tijd waarin media een incident gezamenlijk ‘groot’ maken. Iedereen wil een deskundige live in de uitzending en sprekend in de krant. En elk gerucht wordt versterkt op internet.

„Die eerste avond hadden de deskundigen zich kunnen beperken tot de acute effecten. De brandweer en sommige milieudiensten doen snelle metingen.”

Zijn die metingen van de brandweer betrouwbaar? Die meten toch maar een paar stoffen?

„Genoeg om tijdens zo’n brand te beslissen over de noodzaak van evacuatie van een wijk.”

Dus niemand liep op dat moment gevaar?

„Waar ik me over heb verbaasd, is dat veel hulpverleners daar zonder eenvoudige beschermingsmiddelen stonden. Niet zozeer de brandweerlieden zelf, want die hebben beschermingsmateriaal bij zich. Ik denk aan de politie, het ambulancepersoneel en vooral de verkeersregelaars. Die worden erheen gebracht en staan daar maar – uren achtereen.”

Die hadden daar niet zo lang moeten blijven?

„Een beschermend masker met actief koolstof en een goed afsluitend brilletje, zoals zwemmers ook in een chloorzwembad gebruiken, doet al wonderen. De belangrijkste klachten – ademhalings- en oogklachten – kun je er voor 90 procent mee tegengaan. Wat kost dat nou? En geef als instructie mee dat ze meteen de volgende ochtend hun ochtendurine inleveren. Dan kan de overheid meten.”

Nu, na een maand, is alles weer vrijgegeven. Zwaar beroete groente niet eten, is het advies. En het zand van alle zandbakken binnen 8 kilometer benedenwinds van de brand moet worden vervangen.

Is daar iets gevaarlijks gemeten?

„Niet dat ik weet, maar dat zou duur onderzoek zijn, waarbij je er bijvoorbeeld rekening mee moet houden hoe vaak een kind iets in zijn mond stopt. Bij kinderen moet je niet moeilijk doen: bescherm ze, geef ze schoon zand.”