Voor journalisten en studenten blijft Hero de held

Het hoort een beetje naar bier te stinken in een studentensociëteit, ook al is die gevestigd in een monumentaal pand uit de zeventiende eeuw, vlakbij het Paleis op de Dam. Aan vloer, trappen, plafond en muren was niets gedaan, sinds de zeventiende eeuw, waardoor het allemaal niet oogde als een plek waar deftige leden van de toekomstige Eerste Kamer bijeen zouden komen om de campagne voor de verkiezingen in maart in te luiden.

Maar het was druk en spannend. Veel cameraploegen, ook die van Pownews, met Rutger Castricum, die zijn vaste act van het nepinterview aan het opvoeren was. Aan de fractievoorzitter Tiny Kox van de SP vroeg Castricum in hoeveel pornofilms die gespeeld had, omdat hij zo’n grappige naam zou hebben. Kox probeerde iets leuks terug te zeggen, maar je wint het nooit in de embarrassment comedy waar Pownews het van moet hebben.

De meeste toekomstige fractieleiders van de Eerste Kamer waren er al: naast Kox, Elco Brinkman van het CDA, Loek Hermans van de VVD, Roger van Boxtel van D66, Tof Thissen van GroenLinks en Marleen Barth van de PvdA.

Eén man ontbrak nog. En iedereen vroeg zich af waar hij bleef. Wat als hij niet kwam? Wat zou er van deze avond dan overblijven?

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook ik in de ochtend had gebeld naar de organisatie van het debat, een samenwerking van de Volkskrant en de Vrije Universiteit, met de vraag of hij echt kwam. Hij had in ieder geval nog niet afgezegd, zeiden ze.

Een kwartier te laat opende Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, de avond met de mededeling dat hij onderweg was. Een zucht van verlichting ging door de zaal. Twintig minuten te laat was hij er, de ster van de avond: Hero Brinkman van de PVV.

Remarque stelde de mensen op het podium één voor één voor, terwijl Hero Brinkman zijn microfoon kreeg opgespeld. Marleen Barth was behoorlijk op dreef en zei dat Nederland maar twee exportproducten heeft: aardgas en kennis. En het aardgas is bijna op.

Elco Brinkman vond dat men het te vaak heeft over het wetenschappelijk onderwijs en te weinig over het middelbaar en hoger beroepsonderwijs: „Veel mensen willen met hun handen werken”, zei hij, waarop Tof Thissen van GroenLinks verbaasd vroeg: „In welke tijd leeft u?” Loek Hermans vertelde dat Nederland juist zo fors bezuinigt omdat we anders richting Ierland opgaan, waarop Tiny Kox hem uitlegde dat Nederland in vergelijking met de rest van Europa zijn boeken behoorlijk op orde had. „Nietes”, daar kwam Hermans’ weerwoord op neer, maar niemand was naar de studentensociëteit gekomen voor zulke onenigheden. We kwamen voor Hero Brinkman. Figuren van de PVV zijn als de monsters in griezelfilms: ze zijn eng, maar griezelen heeft iets lekkers.

Op de vraag van de SP waarom de PVV haar beloften op het gebied van de AOW en de bijstand liet vallen, zei Hero Brinkman met een brede glimlach: „U belooft ook veel dingen. Waarom moeten wij de onze nakomen?”

Vervolgens bleek, in horten en stoten, dat het helemaal niet duidelijk was waarom Hero Brinkman hier stond. Philippe Remarque begon over zijn lijsttrekkerschap voor de Eerste Kamer, waarop Hero Brinkman zei: „Ik ben helemaal niet de lijsttrekker.”

Remarque: „Sorry, de beoogde fractieleider.”

Hero Brinkman: „Nee, ik ben ook niet de beoogde fractieleider.”

Zo werd per ongeluk duidelijk dat men Hero Brinkman alleen had uitgenodigd om publiek te lokken. Maar nu wij er waren, wilde hij wel even zijn licht laten schijnen over het vraagstuk van de bestuurlijke vernieuwing. Die Eerste Kamer, daar wordt te veel politiek bedreven, zei hij: „Daarom zeg ik, afschaffen die zooi.”

De avond zat erop. Het was weer lekker griezelen met de PVV.