Oogst goede films uit Afrika blijft mager

De Afrikaanse Michael Haneke is weer niet opgestaan op het Rotterdams filmfestival, leert een middag Raiding Africa. Programmeur Gert-Jan Zuilhof vloog zeven jonge Afrikanen naar China, hun nieuwe kolonisator, om daar een film op te nemen.

Op zichzelf een aardig idee. Ter plekke werden de Afrikanen opgevangen door Chinese filmstudenten, die zich nu in Rotterdam hardop verbazen over hun onbeholpenheid en wereldbeeld. Zo grinnikt de begeleider van Yves Montand Niyongabo uit Rwanda dat hij het land wilde tonen door de Grote Chinese Muur te filmen, kungfu in de Shaolin Tempel en een groep Chinezen die een hond slacht en opeet.

Dat had misschien iets beters opgeleverd dan Yves Montands amateursoap Love Born of Chopsticks, dat je met een mengsel van vertedering en gekromde tenen bekijkt. Zoals de meeste onbeholpen filmpjes van Raiding Africa: het filmfestival waarschuwde al door ze te omschrijven als ‘met plezier gemaakt’ of ‘leuk jochie in de hoofdrol’. Alleen Omelga Mthiyane toont in Li Xia’s Salon wat belofte, vooral als ze met haar kroeshaar verwarring zaait in Chinese kapsalons.

Raiding Africa is het tweede Afrika-project van Gert-Jan Zuilhof. Behalve het francofone deel, waar Parijs zich over ontfermt, is Afrika in de filmwereld een duister continent, stelt hij. Zelf het Rotterdamse Hubert Bals Fonds financiert nauwelijks Afrikaanse films. Dus waarom zelf niet talent ontwikkelen? Dat kan Rotterdam aan iets eigens helpen: door de dichtheid aan filmfestivals worden ook films in de Tiger Competition meestal al ergens anders vertoond.

Zuilhof erkent dat er haken en ogen aan zijn project zitten: de paternalistische welwillendheid van westerse én Chinese kant bij Raiding Africa kun je voor neokolonialisme verslijten. Hij is blij de jonge Afrikanen „deze ervaring te hebben kunnen bieden”, al erkent hij dat de oogst mager is. Voor de 125.000 euro geeft Raiding Africa weinig terug: daarvoor kun je ook een chique retrospectief betalen.

Coen van Zwol