Oké, doe je ogen dicht en noem de naam van een minister

Volgens een peiling denkt eenzesde van de Nederlanders dat Geert Wilders minister is.

En 5 procent denkt dat ook PvdA-leider Job Cohen een ministerspost bezet.

Ruim een kwart van de PVV-stemmers denkt dat Geert Wilders minister is. Van alle Nederlanders denkt een zesde dat. Dat zijn enkele uitkomsten van een representatieve peiling onder duizend kiesgerechtigde Nederlanders, die onderzoeksbureau Synovate heeft verricht voor NRC Handelsblad.

Van de PVV-stemmers vult 28 procent de naam van Wilders in, wanneer gevraagd wordt spontaan enkele ministers te noemen. Overigens vult 5 procent van alle respondenten de naam van PvdA-fractievoorzitter Job Cohen in. Wel zijn de kiezers ervan doordrongen dat Jan Peter Balkenende (CDA) is verdwenen. Minder dan één procent schreef zijn naam op.

Hoofdvraag van het onderzoek was: hoe beoordeelt u het kabinet in de eerste honderd dagen? De meeste Nederlanders, zo blijkt, vinden dat het kabinet naar verwachting beter presteert. Slechts 12 procent vindt het optreden tegenvallen.

Een derde van de CDA-stemmers vindt dat dit kabinet beter presteert dan het vorige. Van de stemmers op de VVD – niet in het vorige kabinet – is dat juist 82 procent. Van de CDA-stemmers vindt 42 procent de prestaties van dit kabinet „ongeveer hetzelfde” als van het vorige kabinet-Balkenende en is 13 procent minder tevreden over het huidige kabinet.

Gerd Leers (Immigratie & Asiel, CDA) is in de eerste honderd dagen het meest gedaald in de kiezersachting: zijn rapportcijfer daalde van 6,9 naar 5,9. Waar Rita Verdonk in een eerder kabinet met VVD en CDA haar populariteit te danken had aan haar optreden als minister voor het asielbeleid, blijken de Kameroptredens van Leers zijn reputatie geen goed te doen. Niet onderzocht is of dat komt door de dreigende uitzetting van het 14-jarige meisje Sahar Hbrahimgel.

Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) blijkt de populairste minister, met een 7,1. Maxime Verhagen (Economische Zaken, CDA) wordt gezien als het minst betrouwbare kabinetslid. Nederlanders vinden hem nu zelfs nog minder betrouwbaar dan toen het kabinet aantrad.

Gevraagd naar het optreden van dit kabinet, valt het woord ‘daadkracht’ het vaakst in de antwoorden. Ook ‘duidelijk’ is een woord dat populair is in de kwalificaties van het kabinet.

De naamsbekendheid van ministers varieert sterk. Samen met Hans Hillen hebben de drie vrouwelijke ministers de laagste naamsbekendheid. Van Hillen (Defensie, CDA) heeft minder dan de helft van de ondervraagden gehoord, ondanks zijn vele mediaoptredens tijdens de kabinetsformatie. Wie premier is, weten Nederlanders wel: 97 procent kent premier Mark Rutte (VVD), tenminste, als die naam wordt voorgelegd.

De rapportcijfers zijn significant hoger dan die van het laatste kabinet-Balkenende. Zo krijgt Rutte gemiddeld een 6,9. Ter vergelijking: in de zomer van 2008 kreeg toenmalig premier Balkenende (CDA) een 5,1 en vicepremier Wouter Bos een 4,9. Ondanks de positieve waardering van het hele kabinet, ontvangt alleen Rutte een hoger cijfer dan honderd dagen geleden.

Ook is gevraagd naar de vermeende invloed van ministers. Rutte heeft volgens 43 procent van de Nederlanders het meest te zeggen over het huidige kabinetsbeleid. 22 procent denkt dat Wilders, geen lid van het kabinet, de meeste invloed heeft. Vrijwel niemand denkt dat Maxime Verhagen de invloedrijkste is.

Over de kansen van dit kabinet om het de volle vier jaar vol te houden, zijn de kiezers van de regeringspartijen en gedoogpartner PVV optimistisch. De kiezers van oppositiepartijen zijn even optimistisch: zij denken in meerderheid dat het kabinet voortijds sneuvelt.