Meer leertijd, ook voor kinderen van twee

Het onderwijs in Rotterdam blijft achter. Wethouder Hugo de Jonge wil dit veranderen met ‘vakantiescholen’ en beter onderricht voor peuters.

Photo Dirk-Jan Visser / Rotterdam : 02-02-2011: De brede OBS De Catamaran is een Openbare basisschool in Lombardije, deelgemeente IJsselmonde De peuters van 2 tot 4 jaar krijgen een programma aangeboden, waarbij men poogt taal en rekenachterstand op spelenderwijs te verkleinen.
Photo Dirk-Jan Visser / Rotterdam : 02-02-2011: De brede OBS De Catamaran is een Openbare basisschool in Lombardije, deelgemeente IJsselmonde De peuters van 2 tot 4 jaar krijgen een programma aangeboden, waarbij men poogt taal en rekenachterstand op spelenderwijs te verkleinen. Dirk-Jan Visser

Eerst even wat rechtzetten. Ook hij ziet in Rotterdam het liefst gemengde basisscholen die een afspiegeling vormen van de wijk waarin zij gevestigd zijn. „Laat dat duidelijk zijn.” Maar vanuit het stadhuis actief de segregatie in het onderwijs bestrijden, voor zover dat überhaupt mogelijk is? Niet als het aan wethouder Hugo de Jonge (jeugd en onderwijs, CDA) ligt. „Ik stel andere prioriteiten.”

Een van die prioriteiten zijn de ouders, van wie er deze ochtend acht met hem aan tafel zitten tijdens zijn werkbezoek aan basisschool De Clipper in Rotterdam-Zuid. Een voor een bemoeien zij zich her en der in de stad met de onderwijskwaliteit van de basisschool van hun kinderen. De Jonge praat, lacht en luistert; hij heeft hen nodig en prijst hun fanatisme. „Jullie bemoeizucht houdt iedereen bij de les. Te veel ouders kijken de andere kant op, zo van: de school lost het wel op.”

De Jonge (33) is een voormalig topambtenaar bij het ministerie van Onderwijs die zijn carrière begon in het basisonderwijs. Eerst als leraar in de beruchte Millinxbuurt, later als adjunct-directeur in de Afrikaanderwijk. Beide scholen zijn gevestigd in het achtergestelde Rotterdam-Zuid. Binnen het CDA geldt hij als een kroonprins. Niet voor niets kwam minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) vorige week naar ‘proeftuin’ Rotterdam om zijn plannen goedkeurend aan te horen en te vertalen naar het landelijke beleid.

Ouderbetrokkenheid is een van de drie speerpunten van het Rotterdamse onderwijsbeleid, getiteld Beter Presteren. Meer leertijd, ook voor twee- en driejarigen, en ‘professionele scholen’ zijn de andere twee. Het doel voor de komende drie jaar vat De Jonge bondig samen: „Hogere onderwijsresultaten, minder schooluitval”.

Want Rotterdam, een stad met relatief veel laagopgeleiden, heeft „een fors probleem”, aldus De Jonge. De havenstad reproduceert zijn eigen armoede en achterstanden, stelden critici al meer dan eens vast. Dat laatste wil De Jonge niet gezegd hebben, maar hij betwist de woorden ook niet. De cijfers spreken voor zich. De tweede stad van Nederland telt landelijk de meeste voortijdig schoolverlaters: een op de vijf leerlingen maakt zijn of haar opleiding niet af. Ook het aantal leerlingen dat doorstroomt naar de havo of het vwo ligt ver onder het landelijk gemiddelde: 13 tegen 23 procent.

Dat laatste heeft te maken met de ondermaatse citotoetsscore in groep acht van het basisonderwijs. Ook die baart het stadsbestuur zorgen. Terwijl het landelijk gemiddelde 535 punten bedraagt, komt Rotterdam al jaren niet verder dan 531. „Een op het oog klein, maar tegelijkertijd veelzeggend verschil”, zegt De Jonge. Hij heeft zich ten doel gesteld „dit bijna beleidsresistente cijfer” de komende drie jaar op te krikken naar 534.

Rotterdam richt daartoe de komende jaren onder meer 155 vakantiescholen op. „Om basisvaardigheden bij te spijkeren en dus het kennisgat te dichten tussen het basis- en het voortgezet onderwijs”, zegt De Jonge. Nu komt het volgens hem nog te vaak voor dat kinderen in de zomerperiode een terugval kennen. „Bijvoorbeeld omdat ze zes weken lang geen Nederlands spreken.” Ook „toptalenten” krijgen extra aandacht.

Datzelfde geldt voor de allerjongsten. Om taal- en onderwijsachterstanden tegen te gaan, kunnen Rotterdamse peuters met een (dreigende) taalachterstand vanaf de zomer terecht op de basisschool. Rotterdam is de eerste gemeente in Nederland die begint met deze ‘groepen nul’ en „de voorschool op een speelse manier aan het primair onderwijs koppelt”, zegt De Jonge.

Het verschil met de bestaande voor- en vroegschoolse educatie is dat groep nul onder leiding komt te staan van minimaal één leerkracht met een hbo-diploma. Verder gaan kinderen vijf in plaats van vier dagdelen naar school. Het gaat in Rotterdam uiteindelijk om tweehonderd voorscholen, bestemd voor circa 2.500 peuters. Consultatiebureaus gaan ouders attenderen op „de noodzaak en de mogelijkheid van vroeg onderwijs”, aldus De Jonge.

Dwangmiddelen heeft de gemeente niet, erkent De Jonge. Hij vertrouwt op de gemaakte ‘kwaliteitsafspraken’ met de 275 basisscholen. Bovendien kan Rotterdam volgens hem wel degelijk drang uitoefenen. „Ook via huisbezoeken van onze ouderconsulenten zullen we ouders wijzen op wat het beste is voor hun kind.”

Ondanks forse bezuinigingen steekt Rotterdam deze collegeperiode (2010-2014) bijna 70 miljoen euro in het onderwijs. Tijdens een commissievergadering, gisteren op het stadhuis, kreeg De Jonge unaniem bijval voor zijn plannen. Zelfs van een van de grootste critici in de raad, Ronald Sørensen van Leefbaar, die zelf jarenlang werkzaam was als docent op een middelbare school in Rotterdam en zichzelf daarom ‘ervaringsdeskundige’ noemt. Hij bekende „erg tevreden” te zijn. „De wethouder durft keuzes te maken.”